Oost-Duitsland

Mijn Oost-Duitse buren willen nog steeds de DDR terug

Beeld Getty

In het oosten van Duitsland brengt journalist Dana Ploeger graag haar vakanties door. Ze merkt dat haar buren, dertig jaar na de val van de Muur, nog altijd last hebben van ‘Ostalgie’: heimwee naar de voormalige DDR. Het maakt de vakantiestemming af en toe loodzwaar.

We hebben net de weekendtassen in ons vakantiehuis neergezet als we even de straat oversteken om onze buren te begroeten. We kloppen op hun poort, als altijd hermetisch afgesloten, maar wij weten inmiddels dat ze vlak achter die deur op ons wachten. Na de eerste begroetingen – “Alles Gut? Wie geht’s? Schönes Wetter, nah?” – steekt buurvrouw Anna meteen van wal. Of we het al gehoord hebben van de verkiezingswinst van die rottige Grünen? Hoe die alles verpesten en haar Heimat verkwanselen aan Europa!

We kijken wat onhandig naar de grond, ik aai hun grote hond over zijn kop en mompel: “Nou ja, ze bedoelen het toch goed, met die Umwelt?” Gesnuif en gemopper vallen ons ten deel. Zíj stemden op de rechts-populistische Alternative für Deutschland, uiteraard. Die politici begrijpen tenminste hun angst en weten waarnaar ze terugverlangen. Snel vraag ik hoe het met de aardbeien gaat. Over haar geliefde tuin kunnen we altijd veilig praten.

Strenge winters, lome zomers

Twaalf jaar komen we er nu. In dit piepkleine, landelijke dorp in Sachsen, vlak bij de grens met Polen. We belandden er in 2007 vrij spontaan toen we ontdekten dat we er een huis konden kopen met vijf slaapkamers, twee garages, wat varkenshokken en 3000 vierkante meter tuin met vrij uitzicht op de Lausitzer weiden – voor nog geen 15.000 euro. Daar had je in Nederland nog geen stacaravan voor. Het leek ons een goed plan om niet elke vakantie naar steeds een andere camping te sjouwen, maar één vaste plek te hebben, een tweede thuis naast een rustiek, kabbelend beekje. Ons ‘Wasserhaus’.

De afgelopen jaren is ons droombeeld ruimschoots bewaarheid. Met de kinderen beleefden we er strenge winters vol metershoge sneeuwpret en lome zomers vol avonturen met kikkers, naaktslakken, reeën en wilde zwijnen. Vorig jaar zomer nog zette onze middelste haar tentje op in de tuin, ze wilde een nacht buiten slapen. Het werd nog spannend toen een wild zwijn ineens tegen haar tentdoek aanschurkte. De nachtelijke plas werd lang opgehouden en bij het krieken van de dag rende ze terug naar het huis.

We kunnen er geen genoeg van krijgen: het opstoken van de ouderwetse tegelkachel (met bruinkool), soep koken boven het kampvuur, zelf brood bakken. Of wanneer er ineens een tasje met peren of een pot zelfgemaakte rabarberjam op onze stoep staat.

Beeld Hollandse Hoogte / Laif

In het dorp staan we bekend als ‘die Verrückte Holländer’ aan wie ze keer op keer verbaasd vragen waarom we in hemelsnaam in Sachsen een huis kochten? We antwoorden altijd vol overtuiging dat we er zo genieten van het vriendelijke leven, de natuur, de rust. Hoofdschuddend kijken ze ons vaak aan. Zo ook onze directe buren Anna en Günther, beiden begin zestig, die nog steeds het idee hebben dat hun prachtige Oost-Duitse land is ‘overgenomen’ door de kapitalisten, de grote graaiers uit het Westen. Gelukkig zijn wij geen Wessi’s, zeggen ze vaak tegen ons, dan zouden we vast het dorp zijn uitgejaagd.

Ieder-voor-zich

Zelfs nu het dit jaar al dertig jaar geleden is dat ‘hun DDR’ viel en tot één Duitsland werd omgesmeed, voelen ze zich nog altijd miskend. Tweederangs Duitsers die hun toekomstdromen in rook zagen opgaan. Voor hen was er weinig mis met het communisme. En hoeveel miljarden er via het ‘Solidariteitspact’ ook in de voormalige DDR zijn gepompt om het land en de ingestorte economie overeind te houden, onze buren zien vooral de problemen die zij ervoor terugkregen: een hoge hypotheek, schulden, dure levensmiddelen en minder saamhorigheid. Vooral dat laatste. Het ieder-voor-zich-principe, daar houden ze niet van.

Sinds we meer dorpelingen kennen, hoewel nog steeds op één hand te tellen, horen we vaker wat zich werkelijk afspeelt achter de doorgaans gesloten deuren. Zo spreken we de brandweercommandant – elk dorp heeft hier zijn eigen vrijwillige brandweerkorps – die dit voorjaar eindelijk met pensioen kon na jarenlang als timmerman in München te hebben gewerkt, omdat Poolse arbeiders zijn werkgebied hier hadden overgenomen. En natuurlijk merken we al jaren het mannetje in zijn Trabant op, die langs alle deuren gaat voor klusjes. Met het hout van onze omgevallen boom had hij weer een winter warmte.

Minder zonnig

De praatjes met de dorpelingen brengen ons wel steeds vaker in een minder zonnige stemming. Vooral na de vluchtelingenstroom in 2015 en het ‘Wir schaffen das’ van bondskanselier Angela Merkel worden gesprekken snel grimmig. Die brand in het asielzoekerscentrum in een nabijgelegen stad vinden ze heus erg, maar ook begrijpelijk, want ‘onze jongeren kunnen geen huis krijgen en zij krijgen er direct een. En zitten aan onze vrouwen’, roepen ze dan. Vaak weten we niet zo goed hoe te reageren. Soms gaan we ertegenin, vaker beginnen we over iets anders, iets luchtigs.

De sfeer van wantrouwen en angst komt die zomer ineens wel erg dichtbij als onze zoon zijn beste vriend meeneemt op vakantie. Deze jongen heeft dankzij zijn Antilliaanse vader een vrolijk afrokapsel. Samen maken ze een fietstocht en komen geshockeerd terug; ze zijn nagewezen, aangegaapt en nageroepen. Als ze een dag later naar een popconcert in Bautzen gaan, bellen ze ons na een uur op. Of we ze komen halen: ze voelen zich niet op hun gemak.

Angst voor het onbekende is niet alleen gelinkt aan Ostalgie: het blijkt iets typisch Duits waar zelfs een Engelse term voor bestaat: ‘German Angst’. Voor vreemdelingen, een kernoorlog, controle, spionage: Duitsers zijn bang voor alles wat van buiten komt. Dit jaar werd er een speciale tentoonstelling aan gewijd in het Haus der Geschichte in Bonn, waarin werd gesteld dat ‘angst geen exclusief Duits fenomeen is, maar wel een grote emotionele intensiteit heeft.’ Reden hiervoor zou de ervaring van oorlog, dictatuur en de Holocaust zijn, stellen de samenstellers. Angst – of eerder een soort lijden aan de wereld – zou Duitsers hierdoor in de genen zitten, schreef de krant ‘Die Welt’. Een aspect van de Duitse cultuur waar we geen rekening mee hadden gehouden. Maar wat er wel voor zorgt dat we soms minder genieten van onze vakanties. Af en toe zeggen we tegen elkaar: ‘Of zouden we het huis weer moeten verkopen?’ Een makelaar die we spreken vertelt dat de meeste Nederlanders die – kennelijk tegelijk met ons – de Duitse huizenmarkt bestormden in 2007 hun huis alweer van de hand deden. Wij twijfelen nog, we hebben hier teveel mooie herinneringen. En we hebben zo enorm hard gewerkt het huis te verfraaien.

Beeld Hollandse Hoogte / Laif

Bij ons laatste verblijf tijdens het lange Hemelvaartsweekend fiets ik naar het nabijgelegen stadje voor een vers Mischbrot en probeer wat meer door de ogen van onze buren te kijken. Ik fiets langs de vele lege winkelpanden en herinner me welke zaken er allemaal zaten toen we hier twaalf jaar geleden voor het eerst kwamen. Toen zaten er nog een bloemist, een slijterij, een postagentschap, een kleine supermarkt, een tweede bakker, een slager en een zaak voor huishoudelijke artikelen. Vooral de dood van de slager, die zich ophing in de koelcel, raakte ons. We waren dol op zijn Fleischerei.

Alles ging failliet, want ook hier rijden ze liever naar de goedkopere Lidl tien kilometer verderop. De leegstand maakt droevig, en wij kunnen er tenminste nog van wegrijden. Dat is voor Anna en Günther anders. Al bekennen ze gelijk dat ook zij naar Polen rijden voor goedkope benzine en boodschappen. Toch missen ze de winkels waar iedereen je kent en waar je nog op rekening boodschappen kunt halen. “Saamhorigheid, zoals in de DDR.” In alles klinkt hun ‘Ostalgie’ door naar hun geboorteland waar ze een huis kregen, ze altijd werk hadden – ook de vrouwen – en waar je alles samendeed.

Begroetingsgeld

Jaren geleden vroegen we al eens, opgewonden en onwetend, waar zij waren tijdens de val van de Muur in 1989? Ze sliepen. Iemand had hen die avond verteld dat de Muur was gevallen. “We geloofden er niets van, moesten erom lachen en gingen rustig slapen.” Pas na een paar dagen drong de verandering tot hen door, nadat vrienden en buren massaal naar West-Duitsland waren gereden om er hun honderd D-Mark ‘begroetingsgeld’ stuk te slaan. “Ook wij hebben toen onze drie kinderen in de auto geladen en zijn naar Chemnitz gereden. Ik weet niet eens meer wat we kochten, niet veel bijzonders geloof ik. Daarna gingen we naar huis en leefden gewoon verder.”

Nu vertellen ze hoe het ze daarna verging. Over hoe ze uiteindelijk hun grote molenaarshuis gedwongen moesten verkopen, het huis waar ze vanaf hun eerste huwelijksdag hadden gewoond, omdat Günther toch niet zo handig bleek met het eigen ondernemerschap. Het tempo van het kapitalisme bleek te hoog. En nu staat hun oude dag voor de deur. In voorbije tijden gingen ze ervan uit dat hun drie kinderen zich met hun gezinnen bij hen zouden voegen – hun huis was er groot genoeg voor. Maar één dochter verhuisde naar Hamburg en hun zoon, beroepsmilitair, verkoopt tegenwoordig als bijverdienste Amerikaanse monstertrucks.

Ze hadden het zich zo anders voorgesteld.  Zeker nu Günther al even thuiszit, nadat hij deze winter op zijn brommertje werd aangereden en zijn schouder verbrijzelde. Anna probeert zich door de bureaucratie heen te worstelen om zijn onschuld te bewijzen. Het kost haar moeite, het mailen, de vele brieven. Ze zit sinds kort op Facebook, wel onder een geheime naam, want je weet maar nooit wie er meekijkt. Het liefst rommelt ze in haar tuin, waar ze haar eigen groenten teelt. Ze hebben kippen voor de eieren en schapen voor de slacht, en met een ouderwets apparaat wecken ze hun eigen tomaten en komkommers in. Net als in de DDR-tijd.

De volgende dag komt Anna tegen het middaguur onze tuin in lopen. Ze is al moe, want ze heeft voor 5,50 euro per uur vanaf half zes die ochtend kantoren schoongemaakt. Maar dat wuift ze weg. Ze heeft goed nieuws. Haar zoon en zijn vriendin kwamen langs. En zij komen toch bij hen wonen. Ze willen haar zolder verbouwen tot woning en in de schuur komt een werkplaats voor zijn Amerikaanse auto’s. Ze is helemaal opgetogen. Voordat ze wegstuift, roept ze dat we niet moeten vergeten langs te komen, voor we naar huis gaan. Ze heeft Marmelade voor ons gemaakt. Van de eerste aardbeienoogst van dit jaar.

De echte namen van de personen in dit artikel zijn bekend bij de hoofdredactie. 

Lees ook:

Op naar Bautzen, waar de AfD de grootste werd

Wim Boevink doet verslag van de verkiezingen in Duitsland en reisde per trein naar Saksen-Anhalt

De hele wereld lijkt wel op zoek naar een thuis

 Schrijver Daniel Schreiber (1977) groeide op in de DDR, maar kom bij hem niet aan met ‘Ostalgie‘ . Wel onderzocht hij zijn eigen gevoel van ontworteling. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden