Column

Mijn grootouders hadden gelijk: je hoeft helemaal niet op reis

Rob Schouten. Beeld Maartje Geels

Elke keer als ik mijn laptop openklap om er een stukje, zoals dit hier, te tikken, word ik getrakteerd op een adembenemend landschap op mijn scherm. 

Vandaag is het een blik op het Griekse eiland Amorgos, een paar dagen geleden was het een panorama op South Georgia op Antarctica, en daarvoor kreeg ik een touwbrug in het Noord-Ierse Carrick-a-Rede te zien. Zo kom je nog eens ergens.

Je kunt geloof ik ook voor dieren als startscherm kiezen, een kudde gnoes of een kikkertje uit de Amazonejungle, of voor ontbijtende Chinezen of jagende Aboriginals, maar ik laat het maar zo, het zijn schitterende plaatjes om de dag mee te beginnen. Ik hoef maar ergens op een verlaten Noord-Amerikaanse steiger of in een Aziatisch meertje mijn wachtwoord in te vullen en ik ben waar ik wezen wil: het wereldwijde web.

Natuurlijk zou ik op al die prachtplekken best eens een kijkje willen nemen maar eerlijk gezegd voeren ze allemaal – eilanden voor de kust van Mozambique, Turkse rotspartijen – mij terug naar De Bilt, in mijn jeugd een van de onvergetelijke centra van mijn wereld. Want daar woonden mijn grootouders, in een klein huisje aan de Rozenstraat, waar ze niet graag uitkwamen. Ze reisden niet en lazen geen kranten maar in de slaapkamer hing een ingelijste foto van een Zwitserse berghut, kreunend onder een immense sneeuwlast; dat was hun dagelijkse uitzicht op de rest van de wereld.

Als logerend kleinzoontje keek ik er altijd gebiologeerd naar want ik was daar toen ook nog niet geweest, Zwitserland was voor mij als kind een andere planeet. Alles is veel voor wie niet veel verwacht, schreef J.C. Bloem. Zo ook hier.

En ik moet denken aan wat Pascal over reizen zei: ‘Alle ellende in de wereld wordt veroorzaakt doordat mensen niet gewoon thuis kunnen blijven’ (gold niet voor mijn opa en oma). En aan de dichter Philip Larkin die zijn Engeland nooit verliet; één keer dreigde hij naar Hamburg af te reizen maar hij maakte net op tijd rechtsomkeert.

Ondraaglijke hitte en vochtigheid

In een van zijn prachtige, achteruitstrevende verzen, door Jan Eijkelboom vertaald als ‘Poëzie van het weggaan’, schrijft hij: ‘Maar ’k zou vandaag nog gaan // ja, stappen over weelderige wegen, mij buigen in ’t vooronder met een behaaglijke stoppelbaard, als het niet zo kunstmatig was, zo’n welbewuste stap terug.’  Hij vond het dus een stap achteruit, de natuur in. En filosoof Alain de Botton, nota bene afkomstig uit het weergaloze Zwitserland, beschrijft ergens hoe hij verwachtingsvol op Barbados aankomt en in plaats van de azuren beloften uit de vakantiebrochure aantreft: ondraaglijke hitte en vochtigheid, een benzinestation om de hoek, formica panelen in de badkamer, muggen. Oftewel, de sedentaire types die mijn grootouders waren, met hun vaste blik op de Biltse Rozenstraat en omgeving, hadden óók gelijk: je hoeft helemaal niet weg.

Dat is de paradoxale boodschap van mijn panoramische laptop, steeds weer. Benieuwd waar ik dit keer niet naartoe hoef: ha, een edelhert in een diep woud. Even kijken waar dat is, Polen? Canada? Nee, Nationaal park De Hoge Veluwe, Holland.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden