Review

'Mijn boeken zijn volmaakt onleefbaar'

De dichter Ilja Leonard Pfeijffer publiceerde deze week het eerste en het laatste deel van zijn 'Steppoli-tetralogie'. De reeks begint met een roman over een fatale liefde. En eindigt met gedichten, eveneens over de liefde. Een gesprek.

In de fictieve stad die de dichter en classicus Ilja Leonard Pfeijffer in zijn debuutroman 'Rupert' ontwerpt, schijnt een zon die tegenvalt, maar die je desondanks met 'stralende ogen' de deur uitlokt en je chanteert met het verwijt 'dat je een zeldzaam mooie dag aan het missen bent'.

Op die zeldzaam mooie dag in april gaat de hoofdpersoon, Rupert, dan ook maar de deur uit. De dag zou een fatale afloop kennen. Hoe fataal komen we pas gaandeweg het verhaal te weten. Gaandeweg is hier letterlijk bedoeld: het boek is een bekentenis, een betoog dat Rupert houdt ten overstaan van een tribunaal om zich te verdedigen tegen een 'zware aanklacht', maar omdat hij het houvast van uitgeschreven teksten of punten op papier moet ontberen en uit zijn hoofd een redevoering houdt, hanteert hij bepaalde technieken die deel uitmaken van de Ars Memorativa, de kunst van het herinneren. 'In zijn verbeelding', schrijft Pfeijffer, wandelt Rupert, 'langs een route die hij in werkelijkheid vele malen heeft afgelegd en die rijk is aan markante herkenningspunten'.

Zo, wandelend langs betekenisvolle locaties, geeft Rupert zijn bekentenis vorm. Hij leest de stad, neemt ons mee langs de plaatsen van zijn geheugen. En gaandeweg naderen we zijn misdaad, of zijn 'vermeende misdaad'. Voordat Rupert de plek des onheils bereikt, toont hij ons pleinen, terrassen, kapperszaken met exotische namen als 'Mixing memory and desire'; locaties met eigen verhalen, die verteld moeten worden en waarover beschouwd moet worden.

Pfeijffer kan dat zelf ook goed. Wandelend door zijn woonplaats Leiden, zich koesterend in een zon die tegenvalt, zegt hij: ,,Bij bijna elk gebouw hier in de binnenstad kan ik wel een verhaal vertellen. Als je langer in een stad woont, leer je niet alleen de plattegrond beter kennen, je leert ook de stemmingen van een stad peilen. Ik zou het voelen wanneer er verderop in het centrum iets belangrijks aan de hand is, als een spin in een web. Een vreemde stad kun je niet peilen. Dat merk je in een stad als Durban, die op het oog modern is en Europees. Maar als je er rondloopt, voel je dat de stad niet klopt, op de verkeerde plek ligt, de verkeerde mensen herbergt. Toen ik dat ontdekte viel de stad uit elkaar, ik wist niet langer welke straten nog veilig waren, welke niet meer.''

,,De fascinatie voor steden en voor de narratieve, verhalende ruimte van die steden ligt ten grondslag aan 'Rupert'. Het leek me onmogelijk mijn ideeën over zulke narratieve ruimtes in gedichten te vangen. Ik moest iets maken dat zelf een zekere ruimte had, waarin een hoofdpersoon kon dwalen. Langzaam ontstond het plan een roman te schrijven.''

Een roman rijk aan dichterlijke trucs als herhaling, spiegeling, alliteratie, binnenrijm en personificatie. Zo stelt Pfeijffer aan het begin van Ruperts bekentenis de stad al voor als een vrouw: 'Ik ken deze stad. Ik ken haar buien, welvingen en geuren. Ik ken haar nukken en gewoonten, haar smaak en haar smalende stiltes.'

,,Natuurlijk'', zegt hij, ,,heb ik bij het schrijven van de roman gebruikgemaakt van het gereedschap waarmee ik als dichter heb leren werken. Maar dat wil niet zeggen dat mijn roman dezelfde dichtheid van taal kent als mijn gedichten. Dat zou een onleesbaar boek opleveren. Een romanschrijver moet het fatsoen hebben een verhaal te vertellen, in welke vorm dan ook. Je moet de lezer meeslepen, hem de mogelijkheid geven tot identificatie.''

Waarom dan nu naast de roman een dichtbundel publiceren? Wilde hij het verschil tussen de genres aantonen? ,,Nee. Naar mijn idee is het niet eerder voorgekomen dat een schrijver tegelijk een dichtbundel én een roman uitbracht. Dat was reden genoeg het te doen. Komt bij dat de gedichten en de roman over hetzelfde onderwerp gaan, de fatale liefde, en dat ze beide spelen in de fictieve stad 'Steppoli'. Daarom heb ik ze het eerste en het laatste deel laten worden van een tetralogie.''

En deel twee en drie? ,,Daarover heb ik alleen vage ideeën. Zeker is dat ze zich ook in deze stad afspelen.''

Steppoli is een amalgaam van wereldsteden, zij heeft een haven, een oude wijk, een kathedraal, zij heeft heuse avenues en pleinen waarover valt te filosoferen. ,,Ik heb met Rupert gemeen dat ik het heerlijk vind eindeloos na te denken over het ideale plein, dat zich moet neervlijen waar het leven is, dat het zwaartepunt van de stad moet zijn maar absoluut niet doorsneden mag worden door autoverkeer, dat niet mag leeglopen, en dat van elk willekeurig terras te overzien moet zijn. Nee, helaas, Leiden heeft geen goed plein.''

Bovendien is het te koud om buiten te zitten. We lopen een kroeg binnen waar Pfeijffer dagelijks koffie drinkt. ,,En net als Rupert ben ik een voyeur die ervan geniet uren naar mensen te gluren.''

Het voyeurisme van Rupert houdt niet op bij het zonnige terras of het café. Als hij op zijn wandeling 'Sexyland' passeert, blijkt deze onkuise kelder 'de rottende humuslaag waaruit de stinkzwam van mijn wellust opkomt, groeit en openspat.' Hij heeft er in het verleden vrouwen begluurd, is er aan zijn gerief gekomen, en heeft zich er overgegeven aan verboden fantasieën en het besef van gevaar.

Langzamerhand wordt nu duidelijk dat er aan Ruperts wandeling door de stad en zijn vermeende misdaad een hartverscheurend pijnlijke liefdesgeschiedenis ten grondslag ligt. Zij heet Mira, en Rupert noemt haar 'de lentezon die mij met stralende ogen naar buiten lokte en de stad waarin ik verdwaalde'. Bovendien was zij 'alle vrouwen die ik had verzonnen en duizend maal bemind en zij was zeven maal zeven maal mooier dan zij en zij was echt. Zij was feit dat fictie onmogelijk maakte.'

Die laatste zin raakt de kern van de roman, want doordat Mira feit is dat fictie onmogelijk maakte, kon hij haar niet beminnen: zijn verlangen weigert vlees te worden. ,,In 'Rupert''', zegt Pfeijffer, ,,heb ik het idee uitvergroot dat lust veel met fantasie te maken heeft. Vooral mannen vinden de werkelijkheid niet spannend genoeg, zij moeten er een verhaal bij verzinnen om seks bevredigend te laten zijn.''

,,Pin het boek niet vast op fantasie en lust, 'Rupert' gaat ook over verlangen en herinnering. Op zijn wandeling door de stad, vlamt Ruperts verlangen naar Mira opnieuw in alle hevigheid op. Niet voor niets loopt hij langs een kapperszaak met de naam 'Mixing memory and desire'. Dat zou een motto van de roman kunnen zijn. Het is een citaat van T.S. Eliot, een van de vele die in de roman verstopt zitten.''

,,Verlangen is een vorm van herinneren. We verlangen zelden naar iets nieuws, iets nieuws is ook lastig te verzinnen. We willen terug naar wat we kennen, maar omdat dat niet lukt maken we nieuwe belevenissen mee, ontstaan er nieuwe herinneringen. Vandaar dat in 'Rupert' het verlangen naar Mira en zijn herinnering aan haar in elkaar overvloeien.''

Rupert vrijt met gedachten, Rupert loopt door herinneringen. Is hij te laf om het op te nemen tegen de werkelijkheid? ,,Ja. Uiteindelijk wordt hij ervan beschuldigd een vrouw verkracht te hebben. Zijn eigen verdediging berust op het feit dat hij niet gehandeld heeft maar gekeken. Rupert is een antiheld, een buitenstaander die niet beleeft maar kijkt.''

Is een dergelijke houding kenmerkend voor onze tijd? ,,Zou kunnen, in deze exhibitionistische samenleving wordt het de voyeur erg makkelijk gemaakt. Dat bevalt me wel, ik leef graag in deze tijd. Je moet niet denken dat ik de houding van Rupert kritiseer, ik streef ook niet naar een betere samenleving. Nee, gelukkig zijn mijn boeken volmaakt onleefbaar.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden