Review

Migranten met een streepje voor

Van Indische, Surinaamse en Antilliaanse gemeenschappen in Nederland is steeds minder sprake, stelt Gert Oostindie. De groepen gingen op in de rest van de samenleving en identiteit werd een keuze.

Rita Verdonk probeerde het bij de lancering van haar beweging ’Trots op Nederland’ in april 2008. Ze sprak over ’een sterke weg-met-ons-beweging’, die de Nederlandse normen en waarden ondergroef. „Ze stellen zelfs het Sinterklaasfeest ter discussie. En willen overal slavernijmonumenten om ons als slecht af te schilderen.”

Verdonk liet in het midden wie ze met ’ze’ bedoelde. Maar de goede verstaander begreep dat het om Surinamers en Antillianen ging.

Dit soort verwijten had al net zoveel succes als Verdonks beweging. Nederland ervaart migranten uit de voormalige West in het algemeen niet als een probleem. Het aantal slavernijmonumenten in Nederland is op de vingers van een hand te tellen. Eisen voor herstelbetalingen vanwege het leed van eeuwen terug keren geregeld terug, net als pleidooien voor het afschaffen van het Sinterklaasfeest, maar het publiek weet dat dat soort gedachten ook in eigen kring niet op zeer brede sympathie kan rekenen.

Voor islamitische migranten bestaat een stuk minder coulance. Gedrag en opvattingen van extreme moslims worden door sommigen gretig als symptomatisch voor de hele groep bestempeld.

Helemaal probleemloos is de postkoloniale geschiedenis van Nederland niet geweest. De Molukkers eisten in de jaren zeventig op buitengewoon ingrijpende wijze aandacht op voor hun problemen. Ze vormen vandaag de dag in veel gevallen nog steeds hechte gemeenschappen, zoals deze week ook weer in Culemborg duidelijk werd. Aan Surinamers kleefde rond de onafhankelijkheid van 1975 het imago van promiscue en werkschuwe lieden – denk aan de van vette Surinaamse w’s vergeven hit ’Wij willen ww’ van ’Henk & the Stainless Steelband’.

Tegenwoordig gelden jonge Antillianen als probleemgroep. Ze integreren slecht en zijn opvallend aanwezig in criminaliteits-, werkloosheids- en schooluitvalstatistieken.

Nederland telt ruim een miljoen postkoloniale migranten tegenover achthonderdduizend moslims. De aanwezigheid van beide groepen wordt zeer verschillend beoordeeld. Als de nationale identiteit al wordt ondermijnd, dan in elk geval niet door die mensen uit voormalig Nederlands-Indië, Suriname en de Antillen, stelt Paul Scheffer in zijn boek ’Het land van aankomst’. Zo denkt de overgrote meerderheid van de Nederlanders erover. Nota bene de grootste criticaster van het vreemdelingenbeleid, Geert Wilders, heeft Indische wortels.

Gert Oostindie draagt het allemaal in ’Postkoloniaal Nederland’ aan als onderbouwing van zijn stelling dat Nederland wel zo’n beetje klaar is met de naweeën van de paar eeuwen dat de natie heerste in andere hoeken van de wereld. Met zijn boek wil de auteur geen komma zetten, maar een punt. De postkoloniale gemeenschappen zijn steeds minder als zodanig te herkennen, is de overtuiging van de hoogleraar geschiedenis en directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde in Leiden. De Indische, Surinaamse en Antilliaanse gemeenschappen gingen door integratie en gemengde relaties tamelijk geruisloos op in de Nederlandse samenleving. Het vasthouden en het uitdragen van de postkoloniale identiteit is een individuele keuze geworden en minder een groepsgebeuren dan voorheen.

Juist nu de gemeenschappen verwateren, krijgt hun verleden de erkenning die jarenlang uitbleef. In de onder leiding van Frits van Oostrom opgestelde canon van de Nederlandse geschiedenis krijgt het koloniale verleden ruim aandacht. Er zijn vensters over de VOC, de slavernij, Multatuli’s Max Havelaar, Indonesië, Suriname en de Nederlandse Antillen. Bij andere onderwerpen komt de expansiedrift (inclusief de keerzijden) nog eens zijdelings aan de orde. Ook in de enkele jaren geleden verschenen vierdelige boekenreeks ’Plaatsen van herinnering’ reikte de blik op Nederland verder dan alleen het grondgebied tussen Den Helder en Vaals.

Dergelijke projecten bieden tegengas aan diegenen die stellen dat de canon en andere vormen van hernieuwde aandacht voor vaderlandse historie uitingen zijn van eng nationalisme, van de neiging van de hedendaagse Nederlander om zich terug te trekken achter de dijken. Het zou ook pure geschiedvervalsing zijn om de internationale avonturen uit het verleden te veronachtzamen.

Toch is de aandacht voor het koloniale verleden niet vanzelfsprekend. Lang bleef het bij voetnoten of bij eenzijdige geschiedschrijving op jubeltoon. Dat minister-president Jan Peter Balkenende tijdens de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer in 2006 aandrong op wat meer VOC-mentaliteit is daar mogelijk nog een erfenis van. Tegenwoordig krijgt het gezichtspunt van de voormalige rijksgenoten ook volop ruimte. Gebleven is het moralisme. Met uitzondering van de Tweede Wereldoorlog is er geen facet van de geschiedenis dat met zoveel oordeel omgeven is.

Het betoog van Oostindie getuigt van overzicht over de materie en overtuigt. Zijn nogal docerende toon en de bijbehorende herhalingen van opgelepelde stof werken wel storend.

Het in ’Postkoloniaal Nederland’ beschreven spel van vergeten, herdenken en verdringen stemt tot nadenken over toon en inhoud van het actuele debat over de multiculturele samenleving. De belangrijkste les uit de vijfenzestig door Oostindie beschreven jaren is dat integratie enkele generaties tijd nodig heeft. Wat dat betreft lijdt de discussie van dit moment aan wat de auteur ’contraproductief’ ongeduld noemt.

Tegelijkertijd geeft hij aan dat de nieuwkomers uit de voormalige Oost en West niet één op één te vergelijken zijn met de voornamelijk uit Turkije en Marokko afkomstige moslims. Oostindie introduceert in zijn boek de term ’postkoloniale bonus’. Nieuwkomers uit de voormalige koloniën waren sterk in het voordeel. Ze hadden meer burgerrechten, waren op zijn minst al een beetje vertrouwd met de Nederlandse taal en cultuur en kregen ruimte voor het beleven van hun eigenheid. Bij deze groep geen gezeur over dubbele loyaliteiten. Engagement met het land van herkomst werd eerder aangemoedigd dan geproblematiseerd. Bijkomend voordeel was dat de nieuwkomers uit Indië, Suriname en de Antillen meer dan de moslimmigranten uit diverse lagen van de maatschappij afkomstig waren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden