Review

Michiel de Ruyter kon niet op tegen de ijdele Tromp

R. Prud'homme van Reine: Rechterhand van Nederland - Biografie van Michiel Adriaenszoon de Ruyter. Open domein, nr. 32. De Arbeiderspers, Amsterdam; 395 blz. - ¿ 65.

Razend populair was De Ruyter al tijdens zijn leven. Hij, de zoon van een eenvoudige bierdrager, kreeg alle denkbare Nederlandse eerbewijzen. Buitenlandse vorsten gaven hoge onderscheidingen, die van Denemarken en Spanje adelden hem zelfs. En al zullen nu weinig boerenzonen hem als hun voorbeeld zien, toch staat zijn reputatie nog steeds overeind. In de maritieme geschiedenis gelden hij, Drake en Nelson als de meest geniale vlootvoogden aller tijden.

Opmerkelijk is het dan dat er in Nederland zo weinig biografieën van hem bestaan: maar drie en geen daarvan voldoet. De ene is te hagiografisch, de andere te dik, de derde weer te onvolledig. En allemaal verouderd. De Haagse historicus Ronald Prud'homme van Reine wilde dat rechtzetten. Zijn 'Rechterhand van Nederland' moest het verhaal worden van de zeeheld èn de mens Michiel de Ruyter. Ook hij was als jongen in de ban van de admiraal geraakt.

In zijn biografie laat Prud'homme van Reine allereerst zien wat de zeeheld allemaal niet was. Anders dan je bij zijn faam zou verwachten, was De Ruyter geen groot theoreticus. Hij introduceerde amper vernieuwingen in de zeetactiek, het seinwezen of de organisatie van de vloot. Ook wat meestal zijn grootste overwinning heet te zin, verdient dat predikaat niet. Officieel voerde hij in 1667 wel het commando bij de expeditie over de Theems tegen de Britse marinewerf Chatham. Maar in werkelijkheid was hij te ziek om die echt te leiden. De meeste vijandelijke schepen stonden al in brand en het vlaggenschip Royal Charles was al buit gemaakt voor hij ter plaatse kwam.

Maar formuleren wat De Ruyter nou wel was en al helemaal wíe hij was, gaat Prud'homme van Reine heel wat minder goed af. Met weinig gevoel voor psychologie laat hij het bij oppervlakkige karakterschetsen: zijn hoofdpersoon was godvrezend, eenvoudig, dol op vrouw en kinderen, spaarzaam maar weer wel gul voor de armen en zeer gezagsgetrouw. Terloops suggereert de auteur wel dat De Ruyter een minderwaardigheidscomplex had, maar benut dat niet om zijn moeizame relatie met de hautaine en ijdele onderbevelhebber Cornelis Tromp uit te leggen.

Ook de nationale en internationale verwikkelingen in de tweede helft van de Gouden Eeuw werkt Prud'homme van Reine snel af. Steeds zijn het korte inleidingen op - meestal gedegen - opsommingen van de (wapen)feiten. Maar hoe ze de persoonlijkheid en carrière van de admiraal vormden, blijft onhelder.

Nergens wreken die tekortkomingen zich duidelijker dan in de passages over De Ruyters positie in de binnenlandse twisten tussen staatsgezinden en oranjegezinden. Zonder zelfs maar te gokken waar De Ruyters hart lag, maakt de auteur zich er van af met de mededeling dat de opperbevelhebber het persoonlijk goed met staatsgezind voorman Johan de Witt kon vinden, maar zich voor politiek niet interesseerde.

Voor een man in zijn positie was dat onmogelijk en De Ruyter zal dat zeker beseft hebben. Het lijkt er veeleer op dat hij probeerde de kool en de geit te sparen. Om zijn goede relatie met De Witt - die iedereen in die dagen toch als politieke daad uitlegde - te compenseren, sprak hij tegen de oranjegezinde bemanning van zijn vloot geregeld positief over de jonge prins Willem III. In de ontvangstkamer van zijn huis hing hij verschillende portretten van Oranjeprinsen.

Het bleek niet genoeg voor de prins toen die eenmaal de macht had. Ook na De Ruyters triomfen in de Derde Engelse Zeeoorlog, bleef hij haatdragend. En toen de vlootvoogd sneuvelde bij gevechten in de Middellandse Zee, liet de prins zich niet zien bij de begrafenis maar stuurde hij zijn oude secretaris Constantijn Huygens. Deze kon het niet laten in zijn verslag de spot te drijven met de weduwe. Toen hij haar thuis wilde bezoeken om de condoleéances van de prins over te brengen, kon zij hem niet ontvangen. Ze was ernstig gevallen toen zij “met haer blauwe voorschoot de was te droogen” hing. Verder hoorde hij dat zij nog altijd zelf naar de markt ging met de mand in haar hand.

In de begrafenis zelf had de oude Huygens ook geen zin. Maar daar kreeg hij zijn trekken thuis. Toen hij aan het hoofd van de stoet op weg naar de Nieuwe Kerk in Amsterdam liep, sprak prinses Sophie van de Palts, een oude kennis, hem aan. Die was stomverbaasd Huygens te zien. Was hij niet zelf al jaren terug in Den Haag begraven?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden