Review

Michael Pye schrijft rauwe thriller over identiteit

In zijn thriller 'Gestolen levens' gaat de in Portugal wonende Brit Michael Pye in op de erosie van het begrip identiteit. 'Er is geen gemeenschap meer, waar mensen deel van uitmaken.'

Gert-Jan Vincent

Zoek je tegenwoordig wat informatie over schrijvers, dan is het Internet een voor de hand liggende bron. Een druk op de knop en de biografische gegevens rollen er keurig uit.

Maar je kunt er niet blindelings op vertrouwen: als ik de Engelse schrijver Michael Pye (1946) in het kantoor van zijn uitgever in Amsterdam ontmoet, blijkt hij niet de auteur van een groot aantal publicaties op het gebied van theologie en Japanse kunst en cultuur.

De Michael Pye die voor me zit, maakt evenmin de indruk al jaren met pensioen te zijn. Dat blijkt een naamgenoot van hem te zijn, al wil het toeval dat ze in een bepaalde periode voor hetzelfde tijdschrift hebben gewerkt. Maar wie Pye's nieuwste roman 'Taking lives' net gelezen heeft, kijkt van zo'n identiteitsverwisseling nauwelijks meer op.

'Gestolen levens', zoals de titel in vertaling luidt, is een literaire thriller over Martin Arkenhout, een seriemoordenaar van Nederlandse komaf, die zijn slachtoffers van hun paspoort en creditcards berooft en hun identiteit overneemt totdat de grond hem te heet onder de voeten wordt. Dan moet hij snel op zoek naar een nieuwe kandidaat om onder diens naam verder te kunnen leven.

Hij gaat daarbij heel omzichtig en doelgericht te werk, maar bij zijn laatste slachtoffer, een kunsthistoricus, raakt hij toch in de problemen: die blijkt namelijk zelf wat op zijn kerfstok te hebben, zodat Arkenhout zelfs in het afgelegen dorpje in Portugal waar hij naartoe is gevlucht, niet veilig is.

Het is de tweede roman van Pye, die zich enkele jaren geleden met 'The drowning room' (De Waterkelder) voor het eerst als literair auteur manifesteerde. Na zijn studie geschiedenis aan de universiteit van Oxford besloot hij het academisch milieu te verruilen voor dat van de journalistiek: ,,Ik was nu eenmaal niet het type van de bibliotheekrat met stof op zijn bakkebaarden, ik wilde de wereld verkennen.''

Bijna twintig jaar lang was hij correspondent in New York en leverde hij bijdragen aan tal van tijdschriften en kranten. De overstap naar de literatuur ervaart hij dan ook niet als een sprong in het diepe: ,,Er is wel een verschil,'' legt hij uit, ,,maar dat is niet zo groot als sommigen wel eens denken. Als journalist duik je ook in het leven van andere mensen en je leert je materiaal op een bepaalde manier te ordenen. Bovendien heb ik in de jaren '80 enkele thrillers geschreven. Ik hoop dat alle resterende exemplaren verbrand zijn, maar evengoed waren het aardige vingeroefeningen voor het construeren van een plot. Het zijn bij mij meestal personen of voorvallen uit de werkelijkheid, die mijn verbeelding in werking zetten en getransformeerd worden in een verhaal.''

Het geldt in hoge mate ook voor 'Gestolen levens': de intensieve promotiecampagne rond deze roman onderstreept nog eens nadrukkelijk dat het verhaal gebaseerd is op het leven van een crimineel die nog vrij rondloopt. ,,Ik woon sinds enkele jaren in zo'n Portugees dorpje als in de roman beschreven wordt. Behalve de oorspronkelijke bevolking wonen er nog meer buitenlanders, die zich daar permanent gevestigd hebben. Je gaat allemaal met elkaar om, neemt deel aan de dorpsfeesten en vertrouwt elkaar zoals dat in een dorp gebruikelijk is. Een van de buitenlanders, een jonge Deen, was op een dag spoorloos verdwenen. Enkele maanden later werd even verderop in de bergen het in stukken gezaagde lijk van een andere Deen gevonden en alles wees erop dat onze voormalige buurman de dader was. Hij staat inmiddels hoog op de lijst van Interpol en blijkt zich in de afgelopen periode achtereenvolgens een Engelse, Franse, Italiaanse en Spaanse identiteit te hebben aangemeten en hij is er tot op heden in geslaagd uit handen van de politie te blijven. Die feiten heb ik overigens pas na het voltooien van mijn roman boven tafel gekregen, want het ging mij niet om het reconstrueren van het leven van een seriemoordenaar.''

,,In die zin is het ook geen 'faction', het genre waar Truman Capote met zijn 'In cold blood' de grondlegger van is. Dat voorval is voor mij alleen maar het uitgangspunt geweest. Wat mij interesseerde was het psychologische niveau: wat heeft zoiets voor gevolgen voor de mensen die hem vertrouwd hebben? Ik heb uit eigen ervaring gemerkt dat het een traumatische schok is geweest voor het hele dorp, de mensen zijn er nog steeds door geobsedeerd.''

Het schokeffect in de roman wordt mede veroorzaakt door het feit dat de dader zo op het oog een keurige opgevoede jongen is, afkomstig uit een milieu waar niets op aan te merken valt. Dat hij daaraan wil ontsnappen en zijn eigen leven wil leiden - hij is 17 als hij zijn eerste moord pleegt - lijkt geen overtuigend motief voor zijn daad.

Pye: ,,Ik heb bewust dat clichébeeld van een seriemoordenaar als een onmaatschappelijke griezel die het vooral op vrouwen heeft voorzien willen doorbreken. Martin komt uit een land dat bekend staat als betrekkelijk vredig, tolerant en pragmatisch. Hij doodt bovendien alleen mannen. Als hij het morele filter had gehad waardoor mensen het wel uit hun hoofd laten om zoiets te doen, was hij waarschijnlijk een keurige burgerman geweest met een goede levensverzekering en een pensioenplan en was hij veertig jaar bij dezelfde baas gebleven. Maar helaas... hij is een opportunist, die plotseling een mogelijkheid ziet om helemaal buiten het verwachtingspatroon van zijn ouders te stappen. Waarom zou hij niet iemand anders zijn? Het geweld waarmee hij zijn slachtoffers toetakelt komt alleen voort uit praktische overweging, de lijken moeten niet te identificeren zijn, hij moet alle sporen uitwissen. Hij is een koele methodische vakman en raakt niet opgewonden van het moorden op zich, dat is slechts een middel om zichzelf een nieuw leven te bezorgen. Het is natuurlijk ook heel verleidelijk om jezelf een andere identiteit aan te meten: iedereen die zich wel eens voor onbepaalde tijd in een ander land heeft gevestigd, kan daarover meepraten: je kunt mensen van alles over jezelf wijs maken, het valt toch niet te controleren! Bij Arkenhout komt daar nog bij dat hij ongelooflijk arrogant is: hij denkt dat hij de levens van anderen veel beter kan leiden dan zij dat zelf hadden kunnen doen. Hij is een weerzinwekkende koele kikker en ik hoop dat de lezer datzelfde gevoel krijgt bij het lezen van die gruwelijke passages.''

Hoewel Pye de eerste is om de 'moraal' van zijn verhaal te relativeren ('het is op de eerste plaats een thriller, geen preek'), schetst zijn roman ook een verontrustend beeld van de erosie van het begrip identiteit in onze moderne, westerse samenleving: ,,Wie je bent, wordt bepaald door je creditcard en je paspoort. Vooral in de Verenigde Staten is dat heel duidelijk te merken. Dat heeft te maken met het feit dat er geen gemeenschap meer is waar je deel van uitmaakt. Vertrouwen is dan alleen nog maar gebaseerd op je plastic kaartjes. Het doet er niet meer toe van wie je houdt, wat je het liefst eet, waar je graag woont of wat je religie is, als je pincode maar klopt! De kern van je persoonlijkheid is dan wel erg klein geworden, maar dat maakt het ook gemakkelijk om een andere identiteit aan te nemen. Het probleem doet zich natuurlijk minder voor in landen waar het sociale netwerk nog intact is gebleven.''

Wanneer het decor in 'Gestolen levens' verschuift naar Portugal, gaat de verteller van het verhaal, een zekere John Costa, een steeds prominentere rol spelen. Hij is in Engeland geboren en getogen, maar keert terug naar de geboortegrond van zijn vader om Arkenhout, die zich de identiteit van kunsthistoricus Christopher Hart heeft aangemeten, het vuur na aan de schenen te leggen. En passant komt hij het een en ander te weten over het verzwegen verleden van zijn eigen vader, die tijdens de dictatuur van Salazar een dubieuze rol blijkt te hebben gespeeld.

Het lijkt op het eerst gezicht een minder belangrijke verhaallijn, maar Pye blijkt daar anders over te denken. ,,Ik vind het niet moreel om te schrijven over die fraaie schilderachtige dorpjes in de streek Portugal waar ik woon zonder te vermelden dat dat charmante gebied en zijn bewoners het product zijn van ruim een halve eeuw wrede, uiterst onmenselijke onderdrukking waar een groot deel van de bevolking aan medeplichtig is geweest. Vergeleken bij het percentage mensen dat in Portugal op een of andere manier hand- en spandiensten aan de geheime dienst heeft verleend, was de Stasi in het voormalige Oost-Duitsland een instituut dat zwaar onderbemand was. Als je in zo'n land gaat wonen, moet je dat onder ogen zien, anders kun je je absoluut geen voorstelling maken van wat er gebeurd is. Die pijn is een deel van hun persoonlijke geschiedenis en dus van hun identiteit. Zoals de hoofdpersonen in deze roman achtervolgd worden door hun verleden, zo is dat ook het geval met dit land.''

,,Na de revolutie in de zeventiger jaren wilde men schoon schip maken met het verleden. De opwinding over de jonge democratie was groot. Eindelijk was er aansluiting bij de moderne wereld. Daarvoor beschouwde Portugal zichzelf nauwelijks als een Europees land, eerder als een koloniale mogendheid met vertakkingen in Afrika. Maar wil je jezelf opnieuw definiëren, dan kun je niet om je eigen geschiedenis heen. In die zin is Portugal meer dan een toevallig decor: het illustreert op een andere manier de kern van de zaak.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden