Review

Michael Moore krijgt Bird Award wat laat

In 1986 kreeg de Amerikaanse altsaxofonist/klarinettist Michael Moore -jaren te vroeg!- de prestigieuze Boy Edgarprijs, dit weekeinde krijgt hij -jaren te laat!- de aan het North Sea Jazz Festival verbonden Bird Award.

Toen Moore als eerste Amerikaan de Boy Edgarprijs kreeg, woonde hij bijna tien jaar in Nederland en had hij zich onmisbaar gemaakt in de groepen van onder anderen Misha Mengelberg, Maarten Altena, Guus Janssen en Sean Bergin. Bovendien speelde hij al jaren in de band Available Jelly en gold hij als een van de veelzijdigste improvisatoren. Ondanks dit alles was er kritiek op de toekenning van de prijs: Available Jelly? Dat was toch een collectief? Om voor zo'n belangrijke onderscheiding als de Boy Edgarprijs in aanmerking te komen, moest je toch vooral een eminent bandleider en componist zijn, en dan vooral een van het baanbrekende soort! Later voldeed hij wel aan die 'eisen', zeker na de start van zijn eigen label Ramboy Records, waarop hij meer dan tien cd's met zijn eigen muziek uitbracht, maar toen bleef een bekroning juist uit.

Dat Moore de Boy Edgarprijs zo vroeg kreeg en de Bird Award zo laat, heeft alles te maken met het feit dat hij lange tijd vooral werd beschouwd als een musician's musician, een term die in muziekkringen een musicus aanduidt die vooral waardering geniet onder collega's. Wat ook meespeelt, in het geval van de Bird Award, is Moore's grote, bijna overdreven, bescheidenheid. Hij houdt er niet van in de schijnwerpers te staan. Het gaat hem om de muziek, niet om de glamour. Het grote publiek -in Nederland en daarbuiten, de Verenigde Staten incluis- kent Moore daarom nog niet zolang.

Michael Moore is een muzikale omnivoor, die even gemakkelijk speelt met een gematigde zangeres als Soesja Citroen, als met de impro-punkband The Ex of een van zijn vele eigen groepen. De afgelopen jaren oogstte de rietblazer met name veel succes met het Clusone Trio, het wereldvermaarde samenwerkingsverband met cellist Ernst Reijseger en slagwerker Han Bennink. In dit trio werd aan de hand van enkele rudimentaire thema's (veelal van Moore's hand) of minder bekende stukken (van onder anderen Irving Berlin) vrij geïmproviseerd.

Hoewel Amsterdam Moore's thuisbasis is, speelt hij de laatste jaren weer veel met landgenoten: in de Verenigde Staten, in Europese landen en in Nederland. Een goed voorbeeld is het programma '4 x 4', waarmee Moore dit seizoen toert. Dit programma presenteert Moore met vier Europees-Amerikaanse all star-kwartetten, waarin hij zich van heel verschillende kanten laat kennen, van tamelijk jazzy tot nadrukkelijk experimenteel. Het kwartet met de Fransen Jean-Jacques Avenel (bas) en John Betsch (drums) en met pianist Curtis Clark, belooft het meest traditionele te worden. In de groep met slidegitarist David Tronzo, bassiste Lindsay Horner en slagwerker Michael Vatcher buigt Moore zich daarentegen over popliedjes van Bob Dylan.

De kracht van Moore's muziek in al deze groepen is de vanzelfsprekende, respectvolle manier waarop in zijn composities stijlen uit de jazzgeschiedenis (en daarbuiten) op een onmiskenbaar hedendaagse manier worden verbonden, of pure kamerjazz harmonieus samengaat met volstrekt vrije improvisaties. Een aantal van Moore's composities heeft veel te danken aan de verstilde eenvoud van de muziek die in de jaren zestig gespeeld werd door het roemruchte trio van klarinettist Jimmy Giuffre, pianist Paul Bley en bassist Steve Swallow. Ze ademen eenzelfde natuurlijke schoonheid, maar onderscheiden zich ook door zijn eigenzinnige persoonlijheid. Vanwege die persoonlijke inbreng in de jazzmuziek komt Moore -eindelijk- terecht de Bird Award toe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden