Mezzosopraan Doris Soffel: 'We moeten het radicalisme van Bertolt Brecht serieus nemen, en niet afzwakken. Dat heeft regisseur Ivo van Hove goed aangevoeld.’

InterviewDoris Soffel

Mezzosopraan Doris Soffel zingt haar honderdste rol: We hebben dringend nieuwe opera’s nodig

Mezzosopraan Doris Soffel: 'We moeten het radicalisme van Bertolt Brecht serieus nemen, en niet afzwakken. Dat heeft regisseur Ivo van Hove goed aangevoeld.’Beeld Boris Streubel

Doris Soffel is aanbeland bij een mijlpaal. De 100ste rol in haar carrière is Leokadja Begbick in ‘Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny’ van Kurt Weill en Bertolt Brecht. ‘Deze opera over egoïsme en zelfoverschatting is hoogst actueel.’

Het is een koude, natte dag met veel wind. In de kleedkamers van Nationale Opera & Ballet is het onbehaaglijk. De ochtendrepetities zijn net afgelopen en de Duitse mezzosopraan Doris Soffel (1948, Hechingen) staat, onberispelijk gekleed en gekapt, wat besluiteloos bij de deur waarop haar naam op het zwarte bordje in krijt staat geschreven. In een andere kleedkamer, verder op de gang, tocht het al even erg, en dus oppert Soffel – getraind in het spotten van gevaren voor haar stembanden – om in de kantine te gaan zitten. Ook daar houdt de zangeres haar warme, stijlvolle manteltje aan. Een keurige dame, wel met een enorm gevoel voor humor en aanstekelijke lachsalvo’s, al praat ze opvallend zacht en bedachtzaam. Dat zachte en bedachtzame is beslist verrassend voor wie haar kent als razende furie op de bühne.

Wie kan haar huiveringwekkend gezongen en geacteerde Madame de Croissy in ‘Dialogues des Carmélites’ vergeten, het takkewijf Herodias in ‘Salome’, de maniakale voedster in ‘Die Frau ohne Schatten’ of de onverzettelijke Fricka in ‘Die Walküre’? Allemaal rollen die ze met buitensporig veel succes bij De Nationale Opera zong. Nederland leerde La Soffel al in 1992 kennen toen ze in de ZaterdagMatinee de rol van koningin Elizabeth I zong in Donizetti’s ‘Maria Stuarda’. Nelly Miricioiù zong toen de rol van Mary Stuart en de hatelijke hoon die zij van haar koninklijke zuster over zich heen kreeg was weergaloos. Dankzij Doris Soffel.

Lange carrière

“Mooie tijden”, herinnert Soffel zich. “En eigenlijk is dat mijn lievelingsrepertoire, de muziek die me het meest aan het hart ligt. In de jaren ’90 heb ik veel coloratuurrollen van Rossini, Bellini en Donizetti gezongen. Dit belcanto heeft voor de gedegen technische basis van mijn mezzosopraan gezorgd. Als student heb ik ooit één sopraanrol gezongen, in Wagners jeugdopera ‘Das Liebesverbot’. Meteen daarna ben ik als sopraan weer gestopt, het was een uitstapje. Mijn lerares Marianne Schech stelde me de vraag of ik een korte of een lange carrière wilde. Ze spiegelde me voor dat ik als mezzo veel langer kon doorgaan. Of ik spijt van die keuze heb? Nee. Nou, misschien een beetje. Maar feit is dat ik nu nog steeds zing en hier in Amsterdam de honderdste rol uit mijn carrière ga zingen.

“Leokadja Begbick in Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny is een sterke, strenge vrouw, niet oud of kapot. In ieder geval geen karikatuur. Een weduwe met een eerlijke uitstraling. Uiteraard is ze frauduleus, maar we komen nooit te weten hoeveel mensen ze heeft opgelicht. Ik denk dat je haar absoluut niet op een cabareteske manier moet neerzetten. Ze heeft geld nodig, maar ze weet ook dat wanneer er geld in beeld komt, dat dan de lol en de vriendschap snel ophouden. De stad Mahagonny die ze opricht is als Utopia, een comfortabele illusie, gedoemd tot mislukken. We moeten dat zien in de tijd dat de opera ontstaan is, de roaring twenties in Berlijn. Alles kon daar in Berlin-Babylon. En ja, we staan nu opnieuw aan het begin van de jaren ’20. Hoe ‘roaring’ die worden weet ik niet, maar laten we hopen dat die niet leiden tot de jaren ’30 die er een eeuw geleden na kwamen.

Lance Ryan (Herodes, links), Malin Byström (Salome, rechts) en Doris Soffel (Herodias, midden) in Salome van Ivo van Hove uit 2017.

“Mahagonny van Kurt Weill en Bertolt Brecht is nog steeds actueel. Kijk naar onze huidige maatschappij. Egoïsme en zelfoverschatting zijn de norm. Het materiële is vele malen belangrijker dan het spirituele. Mahagonny is een epische moraliteit, zoals eigenlijk altijd bij Brecht. Ik ben met Brecht opgegroeid, hou er enorm veel van. Maar wie leest tegenwoordig nog Brecht? Hij wordt voor het gemak in dezelfde afvalemmer gegooid als het marxisme en de DDR. Maar Brecht is uitermate belangrijk, ook nu. En daarom moeten we zijn radicalisme serieus nemen, en niet afzwakken. En dus moet Mahagonny geen cabaret worden, de boodschap moet nuchter en direct zijn. Dat heeft regisseur Ivo van Hove goed aangevoeld.”

Na deze verdediging van Brecht haalt de zangeres een tekstuitgave van ‘Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny’ uit haar tas. Ze laat het zien en geeft het mee ter bestudering. Ze wijst specifiek op Brechts essay ‘Oper – aber Neuerungen!’ “Heel belangrijk wat hij daarover schrijft”, zegt ze. Het boekje ziet eruit als een bijbeltje met overal aantekeningen. Gezongen regels zijn oranje onderstreept, gesproken tekst is geel. Af en toe staat de naam van Lotte Lenya met potlood in de kantlijn gekrabbeld, met een tijdsaanduiding erbij. Verwijzingen naar de eerste opname van het werk met Weills echtgenote Lenya in de cast.

Populaire titels worden kapotgeregisseerd

“De opera kende bij de première in Leipzig in 1930 een slechte ontvangst. Men wist niet goed wat men moest vinden van deze nieuwe muziek waarin acterende zangers en zingende acteurs samenwerkten. En na een paar jaar ging de opera met de opkomst van de nazi’s volledig in de ban. ‘Entartete Kunst’. In onze tijden klinken opnieuw bedenkelijke geluiden uit de politiek van de rechterflank over moderne kunst en moderne muziek. Dus ook wat dat betreft is dit werk hoogst actueel. De wereld heeft sowieso dringend nieuwe opera’s nodig. Die zijn noodzakelijk. Nu programmeren we overal ter wereld alleen nog maar populaire titels, die steeds opnieuw door mindere regisseurs kapot geregisseerd worden. Geef ze nieuwe titels om hun tanden in te zetten.”

Soffel kijkt bij de laatste ontboezeming wat ironisch. Dan weer serieus: “Ik heb onlangs gezongen in de wereldpremière van ‘Oceane’ van Detlev Glanert. Mijn 99ste rol. Het was een onvoorstelbaar succes. Iedereen, van publiek tot pers, was euforisch. En weet je wat het mooiste is van nieuwe opera’s? Je kunt met de componist overleggen. Zo heb ik Glanert nog een extra aria voor mijn personage weten te ontfutselen.”

Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny zou maandag in première gaan op het Opera Forward Festival, maar kampt ook met afgelastingen inzake het coronavirus. Lees voor meer informatie: operaballet.nl. 

Lees ook:

Een zuigeling en een oude diva in de hoofdrol op het Festival d’Aix-en-Provence

Van Hove’s regie van de opera van Weill en Bertolt Brecht was virtuoos. Goudzoekers stranden in de woestijn en stichten er de vrije stad Mahagonny. En dus begon Van Hove op een leeg toneel en liet daar decorstukken op slepen om de stad op te bouwen. 

Sublieme sluipmoord op Salome

Het schokt vooral zo omdat Van Hove zich daarvóór mooi inhoudt, met de koele maatpak-esthetiek die we van hem kennen. Het is zodoende Van Hove’s avond, maar het is ook de avond van Malin Byström, die als Salome alle verwachtingen inlost, én het is Daniele Gatti’s avond. Het is vooral dat - Gatti’s avond. Vocaal gaat alle aandacht uit naar Byström, en zo hoort het ook. Maar Lance Ryan is als Herodes een waardige tegenspeler, en niet zoals vaak een schreeuwerig typetje. Doris Soffel doet als Herodias haar trucje, maar doet dat nog steeds erg goed. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden