Review

Metropolis speurt door sterke najaarscollectie

ROTTERDAM - Waar het Metropolis-festival vorig jaar goeddeels verregende, baadde het Zuiderpark achter het Ahoy'-complex afgelopen zondag in het zonlicht. Het muzikale aanbod is er ook met sprongen op vooruitgegaan.

Danny Koks

De organisatie is afgestapt van het werken met twee podia; de bezoekers konden deze festivaleditie behalve op het hoofdpodium in liefst vijf tenten kijken of er iets van hun gading bij was. Wie de moeite nam van tent naar tent te struinen, kon uit de ruim vijftig bands een interessant en gevarieerd programma destilleren.

Een van de hoogtepunten was Incense, vorig jaar nog winnaar van de Grote Prijs en in augustus te zien op Lowlands. Ze kregen een halfuurtje voor hun uitwaaierende gitaarrock, die herinneringen opriep aan zowel Mogwai als Motorpsycho. Het waren dertig intense minuten vol spetterend drumwerk, waarin het Delftse trio vanuit het niets metershoge gitaarmuren kon optrekken om ze even snel weer neer te halen. En dat niet door met oogkleppen op en de blik op oneindig domweg te raggen, maar met veel subtiel spel. Niet veel later stond er in dezelfde Metropolis-tent een aangename verrassing: Le Peuple de l'Herbe. De Franse crew, bestaande uit een drummer, een trompettist en twee dj's, ontpopte zich live tot een bij tijd en wijle furieuze drum 'n bass-band met reggae- en hiphopinvloeden.

Een heel verschil met het hoofdpodium, waar geen van de bands werkelijk wist te overtuigen. De rock en soul van Mo Solid Gold had zijn momenten, maar te vaak bleek het zwakke songmateriaal een sta-in-de-weg te zijn voor een echt spetterend optreden. En Train uit San Francisco mag dan in eigen land een sensatie heten, het Zuiderpark was een stuk minder happig op hun clichématige powerpop. Zelfs My Vitriol, op voorhand een van de toppers, werkte plichtmatig zijn set af. De bijtende gitaarpartijen en zanglijnen van Som Wardner verloren zo te veel van hun glans.

Dan was de Rotown/Paradiso-tent een betere keuze, al was het alleen maar vanwege The Moldy Peaches. Een man en een vrouw, gestoken in respectievelijk een elfjes- en een konijnenkostuum, speelden op akoestische gitaar zoetige liedjes over piemels en porno. Het bleef net leuk. Terwijl de Waterfront-tent zich in het zweet werkte bij de drum 'n bass-dj's van Illy Noiz, diende na The Moldy Peaches de band van het festival zich aan: The Strokes. Met stropdassen om beukten deze New Yorkers het ene na het andere striemende punknummer eruit. Velvet Underground, Lou Reed en The Stooges waren namen die onmiddellijk door het hoofd spookten, zij het meer als referentiekader dan als de originelen van een platte kopie.

De samenwerking met zalen als Waterfront, Paradiso en Paard zorgde zodoende voor een sterke, soms verrassende line-up, die de vieze smaak wegspoelde die de voorgaande festivaleditie in de mond had achtergelaten. En herstelde Metropolis zijn reputatie als speurtocht langs de muzikale najaarscollectie van het clubcircuit in ere.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden