Review

Met z'n achten klinkt Bach beter dan met drie keer zoveel

Bach, Bach, Bach en nog eens Bach. Niet alleen wordt in deze donkere dagen voor Kerstmis het volledige oeuvre van Johann Sebastian door BBC Radio 3 uitgezonden (dag en nacht tot en met de namiddag van eerste kerstdag), ook live viel en valt er in de Nederlandse zalen en kerken veel van de Leipziger meester te genieten.

Peter van der Lint

Vooral het Amsterdamse Concertgebouw deed in dat opzicht van zich spreken. Binnen een week viel daar van de kerst-Bach te genieten door optredens van Sir John Eliot Gardiner met zijn Monteverdi Choir (vorige week al besproken in deze krant), van Marcus Creed als gastdirigent bij de Nederlandse Bachvereniging en van Paul McCreesh en zijn Gabrieli Consort. Afgelopen maandag werd er in het Bredase Chassé Theater enig Duits tegengas gegeven op deze Angelsaksische Bach-interpretaties door Nederlander Daniel Reuss aan het hoofd van de Akademie für Alte Musik en het RIAS Kammerchor.

Creed (Reuss' voorganger bij het RIAS Kammerchor) deed de kerstcantates 62 en 110, gekoppeld aan een onlangs ontdekt kerstoratorium van Reinhard Keiser uit 1707. McCreesh loodste zijn zangers en musici door de eerste drie cantates uit Bachs Weihnachtsoratorium en Reuss deed uit datzelfde werk cantates 1, 2, 5 en 6. Wie grote tegenstellingen had verwacht, kwam enigszins bedrogen uit; alsof er ook op Bach-gebied een wereldwijde globalisering aan de gang is. Creed en Reuss gebruikten een koor van circa vijfentwintig zangers, net als Gardiner een paar dagen eerder. Bij Gardiner en Reuss zongen verschillende koorleden de soli, de Bachvereniging had 'echte' solisten gecontracteerd. McCreesh trok de lijn die hij met zijn opname van Bachs Matthüus-Passion trok door en bracht slechts vier koorzangers in stelling, aangevuld met vier solisten, die ook in de koren meezongen. Dat is Bach op z'n uitgekleedst, een Bach waar ook de Nederlandse Bachvereniging binnenkort ongeveer op wil uitkomen, zij het dat die hem nog een extra borstrok aantrekt.

De veelgeroemde akoestiek van het Concertgebouw kan voor barokmuziek soms vervelend uitpakken. De Bachvereniging had er het meeste last van. Het koor klonk weinig gedifferentieerd, de verschillende groepen kwamen niet los van elkaar bovendrijven. Het was in elk geval frappant te merken hoeveel uitgesprokener en helderder de acht zangers bij McCreesh klonken. Sterke en geprononceerde stemmen die dankzij hun geweldige projectie met z'n achten veel volumineuzer klonken dan hun vierentwintig collega's uit Nederland. Ook interpretatief kon Creed niet tippen aan McCreesh, laat staan aan Gardiner. Creeds Bach was aan de saaie, eenvormige kant. Het was leuk om het oratorium van Keiser een keer te horen, maar het is een beetje formule-muziek en zeker in deze Bach-omgeving klonken de melodische frases erg kortademig.

McCreesh' solisten waren fenomenaal. De Finse tenor Topi Lehtipuu was een openbaring en jammer dat sopraan Carolyn Sampson niet meer te zingen kreeg van Bach. Met Reuss was de fantastische tenor Werner Güra meegekomen, die de Evangelist-recitatieven zong. Alle andere solisten kwamen uit het koor en dat viel helaas niet echt mee. Zij, maar ook koor en orkest hadden last van de akoestiek in het Chassé Theater. De zaal in Breda was donker, teksten (die overigens niet waren uitgedeeld) konden niet worden meegelezen en op het podium werden de musici, staand voor een flikkerende sterrenhemel, in voortdurende veranderende kleurschakeringen (van purper tot paars) super-kitscherig uitgelicht. Reuss verdient echt een betere entourage.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden