Nederlandse literatuurBiografie

Met Willem Brakman kon je lachen, of je was woest op hem

Willem Brakman was een tomeloze creatieveling met een neus voor het sublieme en het afgrondelijke.

De schrijver Willem Brakman (1922-2008) was jarenlang een stamgast in deze krant, dankzij de recensies die huiscriticus T. van Deel aan ieder boek van hem wijdde. Aangezien Brakman een veelschrijver was gebeurde dat soms wel een paar keer per jaar. Altijd ging het daarbij om het literaire gehalte van Brakmans werk, zijn onuitputtelijke verbeelding. Maar in de biografie ‘Een ongeneeslijk heimwee’ van Nico Keuning gaat het vooral om het leven van Brakman, of liever gezegd zou het daarover moeten gaan, het geheim van de maker achter het werk.

Keuning wil dat voor ons uitmeten maar hij kan daarbij niet om het enorme oeuvre van Brakman heen, dat grotendeels autobiografisch geïnspireerd is, en waarin hij zijn jeugd in Den Haag, zijn jaren als bedrijfsarts en schrijver in Enschede, zijn vriendschap met mensen als Nol Gregoor, telkens opnieuw beschrijft, herverkavelt, sublimeert, tot literatuur bombardeert.

Het resultaat is een biografie die zich net zo makkelijk laat lezen als een gids door Brakmans werk en waarin de feiten achter al die meeslepende verbeeldingen van Brakman helaas toch ook een beetje schuilgaan.

Ik zelf heb Willem Brakman één keer ontmoet, bij diezelfde Tom van Deel thuis. Ik was enerzijds geïmponeerd door de enorme spraakwaterval die mij daar uit de bewonderde schrijver ten deel viel, anderzijds gerustgesteld omdat hij zich met de meest aardse zaken leek bezig te houden. Zo wond hij zich welsprekend en groots gebarend op over de zware blessure die de Duitse keeper Toni Schumacher zojuist aan tegenstander Battiston had toegebracht. Een aardse man met een barokke, alles vergrotende kijk op de wereld. Het deed me denken aan wat Brakman ooit over de door hem (en mij) bewonderde schrijver John Cowper Powys schreef: “Waarlijk, daar heeft een mens geleefd! Bij elkaar was het een grandioze volheid. Dat wondere begrip, het geluk bij de wereld te behoren heeft Powys magistraal beschreven.” Een volheid die ik ook in deze levensbeschrijving van Brakman proef.

Narcist pur sang

Omdat Van Deel zich over Brakmans werk ontfermde, hoefde ik er nooit over te schrijven zodat ik kon blijven wat ik was: een zwijgende liefhebber, iemand aan wie die schitterende Brakmanniaanse fantasieën zeer besteed waren. Brakman was (en is) een schrijver voor bewonderaars, niet voor de grote gemeente, een writers writer ook. Hoewel hij alle mogelijke prijzen kreeg, door critici geprezen werd, bereikte hij, anders dan zijn generatiegenoten Reve, Hermans en Mulisch, nooit het grote publiek. Grotere aandacht zou hem zeer gestreeld hebben, want hij komt in deze biografie ook naar voren als een narcist pur sang, maar hij deed anderzijds geen enkele moeite om dat grote publiek te behagen of zelfs maar tegemoet te komen. Hij schreef in zekere zin compromisloze literatuur. Dan maar minder lezers.

Willem Brakman had, zo leren we uit Keunings boek, een uitgesproken karakter, met allerlei trekjes die in alledaags en sociaal opzicht misschien niet altijd even aangenaam waren maar die zijn literaire werk alleen maar ten goede kwamen. Toen hij eenmaal op vrij late leeftijd, rond zijn vijfendertigste, begon te schrijven, ontpopte hij zich als een even zelfingenomen als tomeloos creatieve man, onverdraaglijk ook vaak, maar met een neus voor zowel het sublieme als het afgrondelijke. Op menselijk niveau kom je erachter dat hij eigenlijk niet goed naar anderen dan zichzelf kon luisteren (ook niet als bedrijfsarts, een onhandig trekje), zich graag met paladijnen omringde, maar tegelijk gefascineerd was door rijkelui en het koningshuis, een van zijn idolen was de jong verongelukte Belgische koningin Astrid. De schoonheid joeg hij ook in het dagelijks leven na, soms ten koste van zijn wettige vrouw Moof die ergens in deze biografie zegt dat ze nog nooit met iemand zo heeft gelachen als met Brakman maar ook op niemand ooit zo boos is geweest.

Willem Brakman in 1981Beeld ANP

De titel van zijn biografie ontleende Keuning aan een regel waarin Brakman zijn onsterfelijke heimwee naar het Den Haag, Duindorp, van zijn jeugd uitdrukte, een wereld die almaar in zijn boeken terugkomt, zoals men trouwens vrijwel alles kan herleiden tot biografische feiten. Zo geeft deze biografie als bijvangst ook een heel treffend portret van Brakmans oudste en meest invloedrijke vriend Nol Gregoor, die hij (typisch voor de koningsaanbidder) met Farao Amenhotep associeerde en die onder allerlei gefingeerde namen ook geregeld in zijn romans optreedt.

Beschermende ouders

Voor de biografie is het natuurlijk wel aardig dat men allerlei feiten uit Brakmans leven, verwrongen en opgetild, in zijn romans terug kan lezen, maar kan het mij als Brakmanliefhebber eigenlijk veel schelen dat ze zo vaak teruggaan op waargebeurde geschiedenissen? Brakman is voor mij de man van de schitterende stijl en de absurde situaties, waarbij het er eigenlijk nauwelijks toe doet of ze uit de werkelijkheid voortkomen of alleen maar uit zijn brein dat die werkelijkheid omtoverde. Over Brakmans unieke manier van vertellen, dát wat hem tot een groot schrijver maakt, heeft Keuning het eigenlijk niet. Je leert de schrijver in deze biografie kennen als een in het dagelijks leven behoorlijk asociale man, maar die in zijn werk juist de afstand naar de buitenwereld wilde overbruggen. Zoals het in een van zijn bekendste werken, ‘Het zwart uit de mond van Madame Bovary’ staat: “Mijn leven lang heb ik altijd daar naar binnen willen stappen waar dat onmogelijk was: in een film, in een boek, in de heilige familie van de kerststal, in het rijtuig van de koningin, een passerende auto met lieve rijke dame of in een eigen herinnering.”

Aan die ongebreidelde zucht van deze narcist om te kijken en deel te nemen hebben we Brakmans bijzondere oeuvre te danken. Volgens eigen zeggen stond er tussen hem en de buitenwereld altijd een scheidingswand, wat hij toeschreef aan de beschermende houding van zijn beide ouders. Een psychologische verklaring waarvan ik er wel meer had willen lezen in deze biografie. Ook bij Keuning blijft Brakman een raadsel, een beeld dat van nu af aan bevestigd wordt door de talloze voorbeelden uit zijn leven die de biograaf weet aan te voeren.

OordeelDuidt het leven via het werk; blijft wat mager in psychologische verklaringen .

Nico Keuning
Een ongeneeslijk heimwee. Leven en werk van Willem Brakman
Querido; 480 blz. € 34,99

Lees ook: 

Vliegvuur in het Scheveningen van schrijver Willem Brakman. 

Licht uit. Het vuurwerk filmde ik met de gordijnen gesloten. Een telkens oplichten van een raamcontour. Onregelmatig geknal, soms fel en hoog, dan weer donker en zwaar, vermengd met gesis en gefluit. Toen ik even naar buiten keek dreven wolken kruitdamp over de tuinen.

Willem Brakman en Simon Vestdijk schrijven in hun brieven alleen over pillen, affaires en Nol Gregoor

Wie briefwisselingen tussen schrijvers leest, verwacht allicht een intellectueel, literair discours, opheldering van geheimzinnigheden in het werk, autobiografische achtergronden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden