null Beeld

RecensieTrek

Met ‘Trek’ van Charlotte Kleyn ga je op pad zonder dat je de deur uit hoeft

Trek gaat over eten onderweg door de eeuwen heen, een smakelijk onderwerp om bij weg te dromen.

‘Wat gezouten vlees en vis, peulvruchten, scheepsbeschuit, pap en slap bier: het dieet aan boord van een koggeschip was nogal eentonig, en ook de rest van het leven op zee was geen comfortabele cruise’.

Het zojuist verschenen Trek gaat over eten onderweg door de eeuwen heen, van bittere noodzaak tot puur voor de lol of zelfs als luxe tijdverdrijf. Midden in coronatijd een smakelijk onderwerp om bij weg te dromen. Auteur en culinair historica Charlotte Kleyn tackelt per hoofdstuk steeds een ander thema. Hoe kwamen scheepskoks aan ingrediënten als ze maandenlang op zee waren? Hoe zorgde een middeleeuwse pelgrim voor eten tijdens zijn tocht? Hoe kookte men in een rijdende trein of in een vliegtuig op kilometers hoogte? Je valt al lezend van de ene wereld in de andere, van pelgrims tot padvinders, van soldaten tot stewardessen, van matrozen tot machinisten.

Ze deed modern veldonderzoek en spitte menig archief door, zoals blijkt uit de paginalange bronvermelding achterin, maar levert dat een gortdroog traktaat op? Welnee. Dankzij een soepele schrijfstijl en her en der een persoonlijk tussenzinnetje leest het lekker smeuïg weg. Zoals bij een dagje meevaren met de marine: ‘De gangen bewegen heen en weer en het voelt alsof ik in mijn eentje een hele fles jenever heb weggetikt’.

null Beeld

Van de befaamde ‘blauwe hap’ (Indische rijsttafel) bij de marine is het een kleine stap naar de VOC-schepen. Erg prettig waren de tochten naar de Oost niet, zo blijkt. ‘Grote kans dat je ziek werd, want aan boord bestond een heel pretpakket aan mogelijkheden: koorts, cholera, wormen, beriberi, malaria, dysenterie.’ Voor de bemanning was het werk ongezond, zwaar en gevaarlijk, zonder ook maar een flintertje privacy. Al was het nog erger om de scheepskok te zijn. ‘Dag in dag uit stond hij om vier uur ’s ochtends op om voor de zoveelste keer grutten te koken, bonen op te zetten en stukken vlees te braden voor de officieren. Daarbij zal hij door de belabberde kwaliteit van veel ingrediënten meer vijanden dan vrienden aan boord hebben gemaakt.’

En zo denderen we door de geschiedenis via een bonte verzameling onderwerpen met als rode draad ‘eten moet je toch’.

Nooit geweten dat padvinderstropdasjes bedoeld zijn als pannenlap

Ook de vrolijke kant komt uitgebreid aan bod in de vorm van fietskampeerders, bermtoeristen en beroemde picknickschilderijen. Of de scouting, die in de loop der tijd veranderde van militair strafkamp, inclusief verplicht rozenhoedjes bidden, tot lekker survivallen en avontuurlijk buiten koken. Nooit geweten trouwens dat die stropdasjes van padvinders bedoeld zijn als pannenlap voor een ketel hete soep. Al kun je ze ook gebruiken als mitella, piratendoek of om giftige slangen mee op te pakken.

Weet u wie ook van oudsher al reuze inventief zijn? Soldaten, die tijdens veldtochten geacht werden zelf hun maaltje bij elkaar te zoeken. Al tijdens de Ming-dynastie kookten Chinese krijgers pap van meegebrachte rijst, de Romeinse legioenen bakten zelf brood en de oude Egyptenaren hadden altijd gedroogde vis bij zich. En net als het boek een ver-van-mijn-bedshow dreigt te worden, lees je over innovaties die dankzij het leger ook nu nog invloed hebben. Zo leidden de krijgstochten van Napoleon tot de uitvinding van het conservenblik. En wat dacht u van energierepen, pizzabodems, oploskoffie, pakjes en zakjes en de magnetron? Alle te danken aan militair onderzoek om eten houdbaar en vervoerbaar te maken.

null Beeld

Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een serie bijpassende recepten, maar wel met een flinke lik fantasie. Laat het maar aan een culinair historica over om keurig te vermelden dat tomaten of aardappels in een bepaalde tijd nog helemaal niet bestonden in Europa, dat is geen belemmering om ze te gebruiken. Zoals de pelgrimstaart met chocola en rum, ‘wat het middeleeuwse-pelgrimsaspect niet ten goede komt, maar de smaak wel’.

Kijk, daar heeft de moderne thuiskok wat aan. Liever een vrije interpretatie die iets lekkers oplevert, dan een historisch correct oneetbaar gedrocht.

Helaas staan er geen foto’s bij de recepten, maar de rest van het boek is mooi geïllustreerd. De meest jaloersmakende taferelen zijn die van luxe treinreizen als de Oriënt-Express. Anderhalve eeuw geleden kon je in slechts dertien dagen in opperste weelde van Parijs naar Constantinopel, waarbij de reizigers wel mopperden dat de wijn door het schommelen van de trein aan smaak verloor.

Twee jonge meisjes in het park van Albert Cresswell. Beeld
Twee jonge meisjes in het park van Albert Cresswell.

Klagen blijkt duidelijk iets van alle tijden. ‘De koffie is weliswaar bruin van kleur maar nauwelijks drinkbaar en vaak lauw,’ schreef De Tijd al in 1969 over het Nederlandse bakkie treintroost. Het eindpunt is bekend: de NS maakte onlangs bekend dat ze definitief stoppen met railcatering.

Of neem nou de wondere wereld van vliegreizen. De eerste generatie stewardessen kreeg in 1930 het advies om vooral een vliegenmepper bij de hand te houden en een spoorboekje, ‘zodat passagiers na een eventuele noodlanding gewoon verder konden reizen’. Gingen de dames in die jaren aan boord gewapend met thermosflessen hete koffie en een picknickmand vol koude gefrituurde kip, appels, broodjes en cake, in de jaren vijftig en zestig werd het pas echt leuk om te vliegen: hors-d’oeuvres, kreeft, asperges, kaasplateaus, gebak, likeur, het kon niet op. Tot in de jaren tachtig werden er hoog in de lucht nog biefstukken gebakken.

Toch iets om over te mijmeren, als we straks, post-corona, met een kleffe sandwich weer zitten opgefrommeld in de economy class.

Tot die tijd is dit een fijn leeskookboek om lekker op pad te gaan, zonder dat u de deur uit hoeft. Een mix van gedegen historisch onderzoek en aanstekelijke nieuwsgierigheid in een vrolijke saus waar je letterlijk trek van krijgt. Overigens kunt u als het goed is komende zomer weer met de Venice Simplon Oriënt Express in volle glorie van Amsterdam naar Venetië. Dat kost nu nog maar twee dagen, alleen wel 3000 euro.

Tja, dan is het misschien leuker om voor een fractie van dat bedrag een keer weelderig te picknicken met alles erop en eraan. En vergeet dan niet: ‘Ruwe grond, stenen en mieren bevorderen de beleving zeer’.

null Beeld

Charlotte Kleyn
Trek. Eten onderweg, toen en nu
Nijgh & Van Ditmar; 208 blz. € 25,00

Lees ook:

Moeder aller hype-koks Claudia Roden zoekt alleen nog het allerlekkerste

Haar eerste kookboek schreef ze voor Egyptische vluchtelingen verspreid over de wereld, om iets van hun cultuur te bewaren. Vijftig jaar later gelden de standaardwerken van de Brits-Egyptische Claudia Roden als inspiratiebron voor moderne topchefs als Yotam Ottolenghi.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden