Review

Met jeukpoeder in de luier wil het kerstkind wel 'krijten'

Om Haarlem weer op de kaart van het literaire landschap te krijgen - waarop de stad al decennia geleden, met het vertrek van de piepjonge Harry Mulisch, was vervaagd - is uitgeverij Gottmer vorig jaar de 'Muggenreeks' begonnen, waarin schrijvers hun relatie met de Spaarnestad op schrift stellen. Na Muggendeeltjes van de hand van Frédéric Bastet, Renate Stoute, J. Bernlef en Kester Freriks heeft Geerten Meijsing, die opgroeide in een goed rooms gezin in Haarlem, nu een wrang-humoristische novelle geschreven: 'Kerstnacht in de kathedraal'.

De ik-figuur van Geerten Meijsing, die nergens bij naam wordt genoemd, keert na twintig jaar afwezigheid, als maatschappelijk geslaagde man, terug naar de stad. ,,Elke dag van mijn schooltijd heb ik mijzelf plechtig gezworen voorgoed uit Haarlem te vertrekken. Van huis weglopen: daarin lag tragiek, heroïek en avontuur verborgen.' Maar veel verder dan Italië was hij als liftende puber niet gekomen. ,,Honger en geldgebrek hadden mij teruggevoerd naar de vleespotten van Egypte.'

Meijsings held slaagde er slechts in van Haarlem, en alles waar de stad voor stond, los te komen door Faustiaans 'zijn geweten om zeep te helpen'. Anders dan zijn vriend Erik Provenier - de naam van Meijsings alter ego in de sleutelroman 'De grachtengordel' en het vorig weekeinde met een Gouden Uil bekroonde 'Tussen mes en keel' - is hij niet blijven hangen aan illusies over het kunstenaarschap, maar heeft hij zich overgegeven aan het even comfortabele, als moreel twijfelachtige leven van een manager. Hij 'doet' in opera. ,,De glamour van deze volstrekt verouderde, maar steeds weer opgevijzelde kunstvorm spreekt tot mijn verbeelding. Kostuums, decors, trucage, schmink. Sterren en oude lijken, opgeverfd of ontbloot.'

Wat komt hij in Haarlem doen? Hij is gevraagd de regie te voeren van de mis tijdens de kerstnacht in De Nieuwe Bavo, die live op de televisie te zien zal zijn. Als cynische, moderne theaterproducent wrijft hij zich in de handen bij de gedachte aan de show in het huis van God, een kerststal, 'kunstjes, dieren en mimespel incluis'. ,,Het kwam er eigenlijk op neer dat ik mij mocht bezighouden met de inrichting van de kribbe!' roept hij uit. ,,Ik was weer thuis!'

De Nieuwe Bavo, de kathedraal met de grote, groene koepel aan de Leidsevaart in Haarlem is hecht verbonden met het 'thuis' van Meijsings held. Het gebouw is niet alleen het steengeworden symbool van zijn opvoeding, de zondagse kerkgang en alle katholieke verhalen en rituelen uit zijn jeugd, maar is ook letterlijk met zijn familie verbonden. De kathedraal was in de jaren twintig gebouwd onder het strenge toeziend oog van zijn grootvader, een architect. Uit de verantwoording achterin de novelle blijkt overigens dat deze bouwmeester in werkelijkheid de grootvader was van de schrijver zelf, genaamd C. N. J. Meijsing.

Tot zover lijkt Meijsings ik-figuur - die, ondanks de autobiografische knipogen een echte operafiguur is - de juiste man op de juiste plaats. Voortvarend gaat hij van start met de voorbereidingen voor de 'levende kerststal'. Hij scharrelt een ezel en een os bij elkaar en zelfs een baby - die hij wil laten 'krijten' door wat jeukpoeder in de luier te strooien - en vraagt zijn beeldschone vriendin de rol van Maria te vervullen. Een van haar vrienden zal als Jozef optreden. Onderwijl wordt hij besprongen door melancholieke jeugdherinneringen, waarvan hij in vrolijk archaïsche taal verslag doet.

Ondanks alle opgewonden dadendrang is het van meet af aan duidelijk dat er tijdens de kerstnacht in de kathedraal iets ernstig mis zal gaan. Op de eerste bladzijde van de novelle zoekt Meijsings held in De Nieuwe Bavo al naar de vier letters van MORS, die hij als klein koorknaapje in het graniet van een kerkzuil kraste. Het woordje werpt zijn dodelijke schaduw vooruit. Zoals gebruikelijk in de opera, dat per slot van rekening het vak is dat de snelle producent zelf heeft gekozen, volgen nog overspel en een spectaculaire moord.

De waarde van de novelle zit uiteindelijk niet in deze dramatische ontwikkelingen. Nee, de kracht van 'Kerstnacht in de kathedraal' berust op de tegenstrijdige gevoelens die de terugkomst van de ik-figuur naar Haarlem met zich meebrengt. Geerten Meijsing slaagt erin alle verschillende elementen van het verhaal, het verhevene en het platte, het bijbelse en het wereldse, de archaïsche taal en het snelle proza, het larmoyante en het oprechte, in soepele en ironische stijl met elkaar te verbinden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden