Een aquarel van Arie Emens, na de oorlog uit herinnering geschilderd. Concert in Vught Blok 2 – voorjaar 1944. De avond waarop de Sonata da Camera van Marius Flothuis in première ging.

Componisten in oorlogstijd

Met feestelijke, jazzy muziek biedt de Groningse synagoge tegenwicht tegen al het lelijke

Een aquarel van Arie Emens, na de oorlog uit herinnering geschilderd. Concert in Vught Blok 2 – voorjaar 1944. De avond waarop de Sonata da Camera van Marius Flothuis in première ging.Beeld Collectie Vughts Museum

In de Groningse synagoge is de komende maanden de tentoonstelling ‘Componisten in Oorlogstijd’ te zien. ‘Misschien is het de Joodse overlevingsdrang geweest om toch positieve, optimistische muziek te blijven maken.’

“Het mooiste eerbetoon aan Joodse componisten is dat je hun muziek weer laat klinken”, zegt Geert Volders, manager van de Stichting Folkingestraat Synagoge in Groningen. “En dus niet enkel: ze waren componisten, Joods, moesten de ster dragen, onderduiken en werden naar het kamp gestuurd en vermoord. Maar vooral: hoe leefden ze en wat hebben ze ons nagelaten?”

De tentoonstelling ‘Componisten in Oorlogstijd’, de komende maanden te zien in de Groningse synagoge, laat bezoekers kennismaken met het werk van een twintigtal Joodse componisten, van wie de meesten glansrijke en veelbelovende carrières hadden, die abrupt werden beëindigd door de Holocaust. Foto’s, partituren, brieven en uiteraard de muziek zelf vertellen het verhaal van onder andere Sem Dresden, Daniël Belinfante en Henriëtte Bosmans.

Levenslust en optimisme

“Het klinkt misschien als een wat deprimerende tentoonstelling,” zegt Volders. “Je weet hoe het verhaal van de meeste componisten eindigt. Maar hun muziek was juist feestelijk, gezellig.”

En dat klopt. Neem de componisten Leo Smit en Dick Kattenburg, ze wilden niks van de bombastische en dramatische Richard Wagner weten, ze creëerden jazzy muziek geïnspireerd op Franse grootheden als Maurice Ravel en Claude Debussy. De glamour en romantiek van de Roaring Twenties klinkt erin door, de muziek van de Amerikaan George Gershwin ook, fijn balancerend tussen klassiek en jazz.

“En dan te bedenken dat die muziek ook deels tijdens de bezetting gecomponeerd is. Dat straalt levenslust en optimisme uit. Wat ontzettend bijzonder, denk ik dan, wat knap dat ze onder die omstandigheden in staat waren om dit op papier te zetten.”

Kattenburg, nog geen 21 jaar toen de oorlog uitbrak, bleef gewoon kamermuziek en orkestraties schrijven terwijl hij ondergedoken zat in Amsterdam en Utrecht. Onder schuilnamen stuurde hij per post zijn partituren naar zijn leermeester Leo Smit. Die ze dan met zwarte pen van advies voorzag. “Cello en bas klinken nadrukkelijk genoeg. Trombone daarentegen als een stier in een porseleinkast.”

In 1944 werd Kattenburgs adres verraden, waarna hij via Westerbork naar Auschwitz verdween. Zijn werk was daarna lang zoek. Tot een familielid in 2004 zijn composities terugvond in een doos op zolder. Na zijn herontdekking kreeg hij al snel het stempel ‘de Nederlandse Gershwin’.

Zelfportret Dick Kattenburg op partituur Divertimento voor vijf blazers, 1937Beeld Archief Dick Kattenburg. Nederlands Muziek Instituut Den Haag.

De humor en de lach

Er zijn ook componisten die de oorlog overleefden, zoals de Groninger Bertus van Lier. En Marius Flothuis, die in kamp Vught zijn ‘Aubade’ en ‘Sonata da Camera’ schreef. In barak twee werd de muziek ten gehore gebracht door een kamporkest. Flothuis overleefde de oorlog, de Duitse concentratiekampen en de helse dodenmars. Ook als artistiek leider van het Concertgebouworkest en als hoogleraar musicologie stopte hij nooit met componeren. Zoals in de tentoonstelling valt te lezen: “Hij schreef muziek als tegenwicht tegen al het lelijke om hem heen.”

“Je zou het haast Joods kunnen noemen, hè”, zegt Volders’ collega Marcel Wichgers. “In het jodendom worden vaak de humor en de lach gebruikt om het verdriet te vergeten. Lachen om niet te huilen. Misschien is het de Joodse overlevingsdrang geweest om toch positieve, optimistische muziek te blijven maken en niet bij de pakken neer te gaan zitten.”

De Joodse Klezmer – ook erg vrolijk, dansbaar en niet voor niets bruiloftsmuziek genoemd – schittert overigens door afwezigheid op de tentoonstelling. “Eigenlijk is er niks Joods aan de muziek,” zegt Volders. “Enkel de componist. Je hoort vooral jazz en blues.”

Een davidster op de partituur

Niet alle componisten waren dan ook bewust Joods. “Pas tijdens de bezetting werden mannen als Smit en Kattenburg echt met hun Joods-zijn geconfronteerd. Kattenburg begon op zijn partituren een muzieksymbool als het ‘dal segno’-teken te vervangen door een davidster.” Ook schreef hij enkele Hebreeuwse melodieën, die hij dan als Palestijns of Roemeens betitelde, want Joodse muziek was verboden.

De tentoonstelling, in samenwerking met de Leo Smit Stichting, valt samen met de herdenking en viering van 75 jaar bevrijding. “Onze synagoge is geen oorlogsmemorial, geen herinneringscentrum”, zegt Volders. “Natuurlijk mag je hier komen om te herdenken. Maar laten we ook het léven gedenken. Ik denk dat de expositie dat ook mooi laat zien.”

Volders wijst op het gastenboek van de tentoonstelling. Een bezoeker schrijft: “Tot mijn verbazing en vreugde hebben nog vele Joodse componisten 1940-1945 weten te overleven. Dit werd dus niet zo’n verdrietig bezoek als ik had gevreesd. Niettemin, wat een ellende, zoveel waardevolle mensen vermoord. Goed om over na te denken en door te vertellen.”

De tentoonstelling is tot en met 10 mei te zien in de Groningse synagoge aan de Folkingestraat. Op Radio 4 staat tot 5 mei elke woensdag om 8.40 uur een van de Joodse componisten centraal in programma De Ochtend van 4 met Margriet Vroomans.

Lees ook: 

Waarom de herinnering aan Auschwitz steeds oppervlakkiger wordt: ‘We moeten terug naar het begin’

‘Auschwitz’ is in de loop der jaren uitgegroeid tot een centraal onderdeel van de herinneringscultuur, als symbool van het grootst denkbare kwaad. Daarbij is te weinig aandacht voor de historische wortels van dat kwaad, vinden experts.

Opa werkte in Auschwitz

Opa was SS’er in Auschwitz. Zijn kleinzoon houdt het angstvallig geheim.“Als mensen erachter komen, bekladden ze mijn huis met hakenkruizen.” Het Duitse concentratie-en vernietigingskamp werd op 27 januari 1945, maandag 75 jaar geleden, bevrijd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden