Review

Met een microfoon op zijn hoofd registreerde musicoloog Bart Vonk jarenlang het feestgedruis in Maastricht.

Zondag 6 februari barst het carnaval weer los. Maastricht heeft daarbij een heel eigen traditie, met eigen liedjes en met een fenomeen dat nergens anders zo uitbundig, kleurrijk en drie dagen aan een stuk wordt gevierd: het straatcarnaval. Etnomusicoloog Bart Vonk (40) deed er onderzoek naar en stelde een cd samen met Maastrichtse carnavalsliedjes en omgevingsgeluiden.

door ARMAND SERPENTI

Als kind vierde Vonk carnaval in zijn Zuid-Limburgse geboortedorp Ubachsberg, later vooral in Maastricht. Inmiddels woont hij al geruime tijd in Amsterdam, maar nog steeds reist hij elk jaar naar de cafés en straten rond het Vrijthof, de Markt en het Amorsplein, om mee te lopen in de 'boonte störm'.

Vonk: ,,De boonte störm is de Maastrichtse term voor de bonte stoet verklede carnavalsvierders die drie dagen lang massaal door de straten van de oude stad trekt en meedeint op de meest uiteenlopende muziek. Liedjes in de Maastrichtse taal worden uitbundig meegezongen, ondersteund door niet altijd even zuiver spelende koperblazers. Drumbands beuken met oorverdovend lawaai marsritmes, Braziliaanse samba's en West-Afrikaanse slagwerkpatronen. Beginnende rockbandjes slepen hun gitaren, drumstel en versterkers mee de straat op. En in verschillende jongerencafés is de housemuziek niet meer weg te denken.''

,,Bijzonder is dat al die muziek door iedereen enthousiast wordt meegenomen in de geest van het carnaval. Maar je moet niet aankomen met 'Worstjes op mijn borstjes' of soortgelijke exponenten van commercieel gemaakte carnavalsmuziek uit de jaren zeventig. Menig Maastrichtenaar zag de opkomst van de Hollandse schlager als carnavalsvervuiling en al snel kwam er een tegenbeweging op, die zich hard maakte voor de liedjes in de eigen streektaal. Het was een groot succes dat leidde tot een jaarlijks concours waar uit talloze inzendingen het 'vastelaovendleedje vaan 't jaor' werd gekozen.''

Met op zijn hoofd een stellage waarop hij een microfoon monteerde, registreerde Vonk jarenlang het feestgedruis. Het leverde prachtige sfeerimpressies op die de liedjes op de cd 'De boonte störm' in een onmiskenbare Maastrichtse context plaatsen. Het 'vergeten' repertoire vond hij in archieven of liet hij door oudere carnavalsexperts inzingen en kreeg een prominente plaats naast de bij de Maastrichtenaar alom bekende recentere krakers van tekstdichters en componisten als Math Niël, Sjeng Kraft en diens zingende dochter Beppie. Deze laatste bracht met 'De zaate Hermenie' een tijdloze ode aan het fenomeen van de drum- en blaaskapellen die niet geven om een valse noot en met nimmer tanend enthousiasme de feestvierders op sleeptouw nemen.

De teksten van de meeste carnavalsliedjes zijn 'Mestreechs', maar soms hoor je ook een 'Hollands' liedje. Vonk: ,,Lange tijd waren ze zelfs meer regel dan uitzondering. Nadat Maastricht in 1839 werd ontzet van een belegering door de Belgen, onderging het carnaval een revival. Vooral de soldatenliedjes van het nog in de stad aanwezige Hollandse garnizoen deden het goed bij de bevolking. De soldaten hadden de marsritmes in hun kop en hun signaaltrompetters en drummers gingen voorop in de stoeten carnavalsvierders die door de straten trokken en de Hollandse teksten voluit meezongen: 'en dan hebben zij een paar laarzen aan (...) en aan zijn broek een rooije bies; en 't is een zwijneboel en anders niets'. Veel van die liedjes zoals 'Had ik het maar geweten' of 'Hup Merjenneke' worden nog steeds gezongen.''

,,Belangrijker dan de taal was de lading van de teksten. Die waren tegelijk blij én weemoedig ('Hij is voor mij naar den oos gaan varen') en sloten daarmee naadloos aan op wat er tijdens het carnaval gebeurt: het leven wordt een spiegel voor gehouden. Ieder viert uitbundig een schertsleven, maar is zich ervan bewust dat er na drie dagen een onvermijdelijk eind aan komt. Dat gegeven is terug te voeren tot duizenden jaren voor Christus toen de Mesopotamiërs tijdens hun lentefeesten een slaaf tijdelijk tot koning kroonden, die na het feest een gewisse dood wachtte op de brandstapel.''

Het omdraaien van de rollen kom je nog steeds tegen met carnaval, waar ook ter wereld. In Maastricht trok de arbeidersklasse ten tijde van de industriële revolutie een kussensloop over het hoofd om zo onherkenbaar de heersende klasse eens goed de waarheid te kunnen vertellen. Nu worden de straten gekleurd door geschminkte gezichten en is de samenleving niet meer feodaal, maar de ventielfunctie, het afschudden van frustratie en sleur, is nog dezelfde. Van de traditionele elf startschoten met het Momuskanon op zondagmiddag op het Vrijthof tot dinsdagavond twaalf uur, als prins carnaval op hetzelfde plein zijn scepter neerlegt. Dan wordt ook het 'mooswief', de tot koningin van carnaval gekroonde marktkoopvrouw die drie dagen lang in een mast gehesen de feestgangers gadesloeg, neergelaten en gaat de geest weer terug in de fles.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden