Review

'Met de moraal van de burger is niets mis'Cultuurpessimisme van CDA, PvdA en VVD is nergens op gebaseerd

Mark Bovens en Anton Hemerijck (red.): Het verhaal van de moraal. Boom, Meppel. ¿ 37,50.

MARCEL TEN HOOVEN

Philipse doelt op het gevaar dat de overheid moraliseert over gewenst sociaal gedrag, zonder zich af te vragen of de burgers zich aangesproken zullen voelen. Om vervolgens, als blijkt dat men zijn schouders ophaalt en weigert zich te schikken in de discipline die de overheid verlangt, haar toevlucht te nemen tot autoritaire maatregelen.

Met instemming halen de politicologen Mark Bovens en Anton Hemerijck de waarschuwing van Philipse aan in hun slotwoord van het boek Het verhaal van de moraal. In dit jaarboek van het tijdschrift Beleid en Maatschappij komen zij tot de conclusie dat de zorg van politieke partijen over de morele crisis in Nederland geen grond vindt in de feitelijke toestand van de samenleving. Met het vermogen van de burgers goed van kwaad te onderscheiden is, kortweg gezegd, niets mis.

Die conclusie plaatst het groeiende cultuurpessimisme in de politieke partijen in een ander licht. Bovens en Hemerijck constateren dat naast de christelijke partijen, tegenwoordig ook sociaal-democraten en liberalen zich zorgelijk tonen over de moraal van de burger. De PvdA verhief de noodzaak burgerzin en burgerschap te herstellen tot het leidende thema in haar laatste verkiezingsprogramma, de VVD is onder aanvoering van een aantal conservatieve ideologen verwikkeld in een discussie over de afbrokkelende morele basis van de samenleving. VVD-leider Bolkestein pleit om die reden voor heropneming van een verwijzing naar christendom en humanisme in het VVD-beginselprogramma.

Volgens Bovens en Hemerijck zegt deze 'morele paniek' eerder iets over een gebrekkig waarnemingsvermogen van de politieke partijen dan over de maatschappelijke werkelijkheid. De partijen laten zich misleiden door de snelle veranderingen die zich voltrekken in het gezin, het verenigingsleven, het onderwijs en andere kringen waarin het besef van goed en kwaad vanouds wordt gevormd. Dat soort leefsferen mag in de moderne samenleving een andere vorm hebben aangenomen, aan morele kracht hebben zij niets ingeboet. Vooral met het gezin is het tegendeel eerder het geval, menen de redacteuren van Het verhaal van de moraal.

Bovens en Hemerijck: “Blijkbaar zijn de sociale beddingen zo sterk dat zij ook zonder hulp van kerk en religie tot morele binding in staat zijn.” Zij baseren deze conclusie over 'de cultuurpessimistische waan van de dag' op onderzoek naar de werkelijke toestand van het gezin, het verenigingsleven, het onderwijs en ook van de gezondheidszorg, het arbeidsethos, het openbaar bestuur en de politiek. Het boek doet verslag van dat onderzoek.

De cultureel antropoloog Ton Zwaan, oud-docent aan de katholieke universiteit van Nijmegen, nam het hoofdstuk over het gezin voor zijn rekening. Hij liep ontwikkelingen als de daling van het geboortecijfer, de hogere huwelijksleeftijd en het toenemend aantal echtscheidingen en alternatieve leefvormen op hun merites na, om tot de conclusie te komen dat zij in de meeste gevallen positief kunnen worden gewaardeerd.

Zo duidt het lagere geboortecijfer op de omstandigheid dat vrouwen tegenwoordig bewust kunnen kiezen of ze kinderen willen. De Zwaan: “Wat van oudsher als natuur gold - volwassen gehuwde vrouwen krijgen vier of vijf kinderen - is binnen enkele decennia cultuur geworden. Vrouwen krijgen nu gemiddeld veel minder kinderen maar in tegenstelling tot vroeger zijn die kinderen bijna allemaal gewenst.”

Hij wijst erop dat dankzij deze bewuste beheersing van de vruchtbaarheid, Nederland relatief een zeer laag aantal abortussen, tienerzwangerschappen, gedwongen huwelijken en 'onechte kinderen' kent. De hogere huwelijksleeftijd en de grote variatie aan alternatieve leefvormen duiden eveneens op bewuste keuzes omtrent de inrichting van het leven. De Zwaan laat zien dat ongehuwd samenwonen tot dusver niet zozeer een alternatief voor het huwelijk is, als wel een tijdelijk arrangement. Tachtig tot negentig procent van de samenwonenden koestert de wens ooit te trouwen.

“Als uiteindelijke geprefereerde leefvorm zijn huwelijk en gezin springlevend”, concludeert hij. Het verschil met vroeger schuilt in de vorm van het gezinsverband, niet in de essentie. De relaties tussen mannen, vrouwen en hun kinderen zijn veelkleuriger geworden en daarmee ook de moraal. Vormden huwelijk en gezin mensen voorheen in deugden als trouw en gehoorzaamheid, thans is daar onder meer individueel verantwoordelijkheidsbesef bijgekomen. En was een kind vroeger de vanzelfsprekende lotsbestemming van vrouwen, tegenwoordig is het een individu dat behoefte heeft aan persoonlijke aandacht in plaats van uniforme voorschriften en disciplinering.

Als winst tegenover het traditionele gezins- en familieleven noteert De Zwaan bovendien de toegenomen gelijkwaardigheid tussen seksen en generaties, de normalisering van seksualiteit, de verminderde stigmatisering van homo's, de hogere opleiding en arbeidskansen van vrouwen.

De sociaal geograaf Piet Renooy komt tot vergelijkbaar optimistische conclusies over het verenigingsleven. Er is geen enkele grond voor sombere verhalen over de erosie van het verenigingsleven en het vrijwilligerswerk. In geen enkel ander land bestaat zo'n hoge betrokkenheid bij vrijwillige organisaties, blijkt uit een internationale vergelijking.

Het zijn alleen andere mensen (meer ouderen en minder jongeren) en andere organisaties die het beeld bepalen. Organisaties die zijn gebaseerd op een specifieke levensovertuiging maken plaats voor nieuwe sociale bewegingen, gebaseerd op een specifiek doel. Dankzij de democratisering uit de jaren zestig, zeventig zijn meer mensen actief geworden in hun directe leefomgeving, stelt Renooy vast. Hij vindt vooral de scholen een frappant voorbeeld. Scholen kennen tegenwoordig ouder-, medezeggenschaps- en feestcommissies, overblijfouders, klassenmoeders, leesmoeders, schoolkrantredacteuren.

Volgens Micha de Winter, bijzonder hoogleraar ouder- en kinderzorg in Utrecht, laat het onderwijs kansen liggen om jongeren tot verantwoordelijke burgers op te voeden. De ironie is dat dit verzuim juist is terug te voeren op de cultuurpessimistische atmosfeer die de politiek beheerst. In de beeldvorming behoren schoolgaande kinderen steeds meer tot een 'probleemcategorie' van materialistische en normloze vandalen. Daardoor krijgen ze volgens De Winter veel te weinig verantwoordelijkheden toebedeeld, wat de ontwikkeling van hun zelfstandig oordeelsvermogen en hun vorming in respect en zorg voor anderen belemmert. Als inspiratiebron van het onderwijs pleit hij daarom voor een positieve pedagogische toekomstvisie, in plaats van angst voor ontsporingen.

Als er geen grond is voor cultuurpessimisme, vragen Bovens en Hemerijck zich af, waarom zijn zoveel politici dan toch door 'morele paniek' bevangen? Zij zoeken de verklaring in de snelle veranderingen die levenssferen als het gezin, de vereniging, de school, het werk ondergaan. Juist voor politici is dat een moeilijk te verwerken proces, gelet op hun natuurlijke geneigdheid de ontwikkelingen te willen beheersen. Hun houvast valt weg als de ontwikkelingen sneller gaan dan zij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden