Reportage

Met concertorganisator Mojo viert ook de jongerencultuur haar vijftigste verjaardag

Holland Pop Festival in het Kralingse Bos, Rotterdam, 1970. Beeld Nationaal Archief Anefo

Muziekbedrijf Mojo, dat dit jaar vijftig wordt, stond aan de wieg van een nieuwe jeugdcultuur. Bij popmuziek hoorden nieuwe ruimtes, stadions en festivaltenten. Museum Prinsenhof Delft heeft er een expositie aan gewijd.

 Het festival was een groot succes, ondanks 47 mensen met snijwonden (36 man, 11 vrouw), 51 met buikklachten (30 man) en 203 festivalgangers met hoofdpijn (124 mannen). Het publiek van het Holland Pop Festival in 1970 had dus niet alleen maar plezier. ‘Kralingen’, zoals het bekendstaat, wordt gezien als het Nederlandse Woodstock, met optredens van onder anderen Pink Floyd, The Byrds en Jefferson Airplane.

Berry Visser, op dat moment 23 jaar oud, organiseerde het festival naar dat Amerikaanse voorbeeld, samen met Georges Knap, Toos v.d. Sterre en Piet van Daal. Hierna begon Visser samen met kompaan Leon Ramaker het impresariaat Mojo, een bedrijf dat zou uitgroeien tot Nederlands grootste concert- en festivalorganisator. De twee hebben inmiddels wat afstand genomen, maar lopen wel met enige trots door Museum Prinsenhof Delft, waar komende maanden een tentoonstelling te zien is, gewijd aan vijftig jaar Mojo.

Magisch

Niet dat ze zelf hebben gevraagd om zo’n tentoonstelling, ze waren er zelfs een beetje huiverig voor. Ze houden niet van persoonsverheerlijking. Waar het wel om gaat? Ramakers: “Je bent om half zeven ’s ochtends in een leeg stadion. Om twee uur ’s nachts is het weer leeg. En in de tussentijd is er een wonder gebeurd, iets wat mensen hun leven lang onthouden. Dat is nog altijd magisch.”

Berry Visser was initiator van Mojo. “Mijn vader was zeeman, hij draaide lp’s van Cole Porter, Rachmaninov en The Everly Brothers. Ik kreeg een piano, speelde de deuntjes na en dat vond ik leuk. Ik wilde iets cultureels doen. Hier in Delft begon ik een cabaretgroep en het Mojo Theater. De naam kwam van een nummer van Muddy Waters, ‘Got My Mojo Workin’.”

Het waren de gouden tijden van het ­cabaret, Gerard Cox en Martine Bijl traden bij Visser op. Hij organiseerde ook dansavonden, liet vrienden zaterdagavond plaatjes draaien. Zijn Polly Magoo was de eerste discotheek van Delft. En daar hoorde hij zelf voor het eerst Pink Floyd en The Doors. Toen hij die laatste band in Paradiso zag optreden – zonder zanger Jim Morrison, want die was voor het concert afgevoerd na inname van te veel geestverruimende middelen – dacht hij: zoiets wil ik organiseren: zo’n publiek, zo’n sfeer. Hij ­regelde met naïef optimisme bands. Jethro Tull en The Soft Machine waren de eersten, in 1969 in het Concertgebouw.

Berry Visser en Leon Ramakers in 1973. Beeld Frans Verpoorten

Stadions

Die ruimte was natuurlijk niet gemaakt voor die muziek. Zoals de tentoonstelling duidelijk maakt, begon eind jaren zestig niet alleen een nieuw muziekgenre, er hoorden ook nieuwe ruimtes bij; stadions en festivalterreinen. En nieuwe beroepen, zoals dat van boeker of beveiliger. En zo vertelt de tentoonstelling niet alleen de geschiedenis van een bedrijf, maar van een nieuwe jongerencultuur.

Muziekliefhebber Leon Ramakers, student aan de TU Delft, was bij datzelfde concert van The Doors, zat óók in het cabaret, en kwam in 1969 met Visser in contact. Het klikte, ze vulden elkaar aan. Ramakers: “Ik ben van de techniek – ik weet wie ik moet vragen, bedoel ik”. Visser: “En ik krijg een hartverlamming als ik ze zo’n podium met loodzware boxen zie opbouwen. Ik ben meer van het creatieve”. Samen kwamen ze ver. In financieel opzicht werd Kralingen een ramp, maar ze krabbelden op. Ramakers: “Je moet weten waar je goed in bent en waar je niet goed in bent. En dat laatste door anderen laten doen”.

De tentoonstelling in Delft toont krantenknipsels en souvenirs, filmfragmenten en veel muziek. Een intermezzo over de boekers en de riders, lijstjes met kleedkamereisen van artiesten: Madonna gebiedt onder meer een pot klaverhoning en een kamer vol witte en gele geurende bloemen, Nirvana wenste geen kebab, pannenkoeken waren oké en David Bowie had een hekel aan plastic bestek. 

Mojo Barrier

Een van de grote internationale vernieuwingen van Mojo was het veiligheidshek, de Mojo Barrier. De huidige CEO van Mojo, John Mulder, legt uit. “In 1988 vielen er honderden mensen flauw bij een concert van Michael Jackson in De Kuip. Dat moest anders. We bedachten een hek dat je overal kon neerzetten, zonder extra ondersteuning. Met opstapjes aan de kant van de beveiliging, zodat mensen over het hek getild konden worden. En we introduceerden meerdere vakken in de zaal of op het veld, zodat de druk op het podium verminderde. Toen de Stones dat zagen, namen ze de hekken meteen mee op wereldtournee. Inmiddels zie je ze over de hele wereld.”

Dat de muziekwereld niet alleen maar voorspoed en geluk is, illustreert de kleine tijdelijke ‘begraafplaats’ op een binnenplaats van het Prinsenhof. Vijftig witte kruisen met de namen van onder anderen Whitney Houston, George Michael en Kurt Cobain, in totaal 49, en ééntje zonder naam. Visser: “Want er gaat er vast nog wel eentje, terwijl deze tentoonstelling loopt.”

Concertaffiche in de herkenbare Mojo-stijl. Beeld Marco Zwinkels

Dwalen over de festivalcamping

Het liefst had hij een kermis­attractie van de tentoonstelling gemaakt. Dat een treintje je door de tentoonstelling zou rijden, met steeds de goede muziek. Toch is Peter te Bos, vormgever én zanger van de band Claw Boys Claw tevreden over zijn ontwerp voor deze tentoonstelling. In de zaal over door gemeenten ondersteunde concertzalen als Doornroosje, Vera en Tivoli Vredenburg, loopt de bezoeker over een tapijt van Mojo-posters, te herkennen aan de grote witte letters en zwarte achtergrond. 

Te Bos kent het belang van een herkenbare huisstijl. Hij was van 1994 tot 2016 huisontwerper van Mojo-festival Lowlands. Hij ontwierp posters en kaartjes, maar ook tijdelijke gebouwen: rood-wit geblokte informatiehokjes met enorme luidsprekers erop, een entree met fabrieksschoorstenen en festivalmascotte Rapid Razor Bob.
Veel aandacht voor de ‘Big Five’ onder de festivals: North Sea Jazz, Pinkpop, Lowlands en relatieve nieuwkomers Down The Rabbit Hole en Woo Hah! Te Bos bedacht een spiegelkamer waar bezoekers even zichzelf in de schijnwerpers kunnen zetten. Waar die kamer precies is, moet de bezoeker zelf uitvinden, net als op een festival. En dat geldt ook voor de uitgang van het festivalgedeelte: je baant je een weg door stroken gordijnen met foto’s van honderden tentjes. Je dwaalt over de festivalcamping en je hebt geen idee waar je tent staat.

Informatie

Mojo Backstage, Delftse meesters in de muziekindustrie is tot 1 september 2019 te zien in Museum Prinsenhof Delft.

Lees ook:

Weg met lange rijen, vette hap en modder: festivalgangers willen luxe

Popfestivals waren ooit het domein van een tegendraadse jongerencultuur. Die tijd is voorbij. Luxe en comfort, voor jong en oud, zijn niet weg te denken. De trends. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden