InterviewMerel Pit

Merel Pit mist vrouwelijke rolmodellen in de architectenwereld

De Rooie Donders van voormalig rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol bij Almere. Beeld Rob ’t Hart
De Rooie Donders van voormalig rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol bij Almere.Beeld Rob ’t Hart

Waarom werken er zo weinig vrouwen als architect? In het machowereldje ontbreekt het aan rolmodellen, denkt Merel Pit. Ze geeft ze een podium in haar boek Mevrouw de Architect.

Toen Merel Pit begon met het project ‘Mevrouw de Architect’ was ze verbaasd dat lang niet iedereen stond te trappelen om mee te werken. “Sommige vrouwen die ik vroeg, hadden moeite met het stempel ‘vrouwelijke architect’. Ik begrijp niet precies waarom, het lijkt bijna alsof je je ervoor moet schamen, alsof je je dan diskwalificeert en misschien wordt gezien als iemand die zeurt.”

Het zegt wel iets over het macho-sfeertje in de beroepsgroep, waarin vrouwen, zo blijkt uit de cijfers, niet erg gedijen. Van alle architecten in Nederland is 23 procent vrouw, als je kijkt naar de directeuren van de architectenbureaus kom je net aan de 10 procent. En dat terwijl op de opleidingen de verhouding man-vrouw al jaren 50-50 is.

Voor Pit een reden om uit te zoeken hoe dat komt. Ze liet negentien vrouwelijke architecten en diverse deskundigen aan het woord, eerst voor haar online architectuurmagazine A.Zine, en nu gebundeld in een boek.

Daaruit komt een beeld over de beroepsgroep naar voren van keihard werken, lange dagen maken, de weekenden doorhalen. En jezelf goed weten te positioneren. “Het is behoorlijk competitief. Wie mag er partner worden bij een bureau? Binnen een architectenbureau moet je je helemaal van ­onderaf opwerken. Om mee te doen in die wereld wil je aangesproken worden op de kwaliteit van je werk, niet op het feit dat je een vrouw bent.”

Paviljoen Vijversburg in Leeuwarden van de hand van onder anderen Marieke Kums. Beeld foto Iwan Baan
Paviljoen Vijversburg in Leeuwarden van de hand van onder anderen Marieke Kums.Beeld foto Iwan Baan

Toch besloot Nathalie de Vries, mede-­oprichter van bureau MVRDV, wel mee te werken aan het boek. In haar interview vertelt ze dat ze lang om het thema heen liep, ze wilde bijvoorbeeld nooit interviews geven aan damesbladen of de enige vrouw in een panel of jury zijn. “Maar toen ik ouder werd, zag ik wel dat er iets niet klopte. Het was logisch geweest als de vrouwen met wie ik ben afgestudeerd nu een eigen bureau zouden runnen en zichtbaar zouden zijn, maar dat is niet het geval.” Toen ze voorzitter werd van branchevereniging BNA heeft ze het onderwerp op de agenda gezet.

Zulke rolmodellen heb je nodig, zegt Pit. Het viel haar op dat de vrouwen die hun sporen al hebben verdiend in de architectuur – naast De Vries ook Francine Houben, Liesbeth van der Pol en Dikkie Scipio – zich in de interviews voor het boek makkelijker uitspreken over het onderwerp. “Zij kunnen niet meer als zeur worden weggezet, want ze hebben het heel knap gedaan.”

Weggepoetst

Ze zijn er nu, en ze waren er altijd al, vrouwelijke architecten. Alleen werd hun rol vaak gebagatelliseerd of zelfs weggepoetst. Margaret Staal-Kropholler is lang niet zo bekend als haar echtgenoot Jan Frederik Staal, terwijl ze toch na zijn dood in 1940 hun architectenbureau voortzette. In het boek ­komen ook buitenlandse voorbeelden voor, van de Britse Jane Drew bijvoorbeeld die in India een stad bouwde, maar de credits terecht zag komen bij collega Le Corbusier die een veel kleiner aandeel had in het project.

Zo grof gaat het er tegenwoordig niet meer aan toe. Dikkie Scipio, die tekende voor de vernieuwing van het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen en de verbouwing van Paleis Het Loo, steekt de hand in eigen boezem. Ze is mede-oprichter van architectenbureau Kaan, maar omdat het de naam draagt van haar collega Kees Kaan weet niemand dat zij ook directeur is. “Daar baal ik enorm van”, zegt ze eerlijk in het boek. “Ik heb pas onlangs begrepen dat naar buiten treden een belangrijk onderdeel is van mijn werk. Als ik een voorbeeld wil zijn voor jonge vrouwen, dan moet ik er staan. Maar dat vind ik lastig, ik werk liever aan mijn projecten.”

Scipio snijdt ook een immer heikel punt aan: de combinatie werk en kinderen is door de hoge werkdruk voor veel vrouwen een reden af te haken. Scipio heeft er een bijzonder fris idee over: ze vindt het gek dat alles in de eerste helft van ons leven gepropt moet worden: studie, relatie, carrière, kinderen, terwijl de levensverwachting stijgt. We zouden dat beter kunnen verdelen en het niet raar moeten vinden dat mensen pas echt gaan knallen als de kinderen groot zijn – de leeftijd waarop mensen nu als te oud worden afgeschreven.

Werkende moeder

Pit, zelf een werkende moeder met drie ­kinderen, vroeg ook andere architecten naar dit onderwerp. Francine Houben, oprichter van Mecanoo die over de hele wereld werkt en veel aandacht trok met de verbouwing van de Public Library in New York, is er nuchter over. Haar drie kinderen zeggen nog weleens dat ze haar vroeger maar weinig zagen. Dan denkt ze: “Ik zag mijn vader ook weinig, hij was altijd aan het werk en toch was ik stapelgek op hem.”

Pit studeerde cum laude af in architectuur, aan de TU Eindhoven. Ze is dus zelf een van die vrouwen die na haar studie koos voor een baan buiten de hectiek van het architectenbureau. Ze ging over architectuur schrijven, deze maand werd ze benoemd tot hoofdredacteur van het vakblad De Architect.

Ze genoot destijds van haar studie, zegt ze, al was de sfeer pittig. “Ook daar was het de norm dat je nachten doorwerkte, bij presentaties werd je vaak afgemaakt. Ik voelde me altijd heel kwetsbaar met mijn ontwerpen. Ook tijdens mijn stages had ik het gevoel dat het geen club was voor mij, een architectenbureau. Achteraf was er misschien wel een geweest dat bij me paste.”

Gebouwen van vrouwen

Vrouwelijke architectuur bestaat niet, zegt Merel Pit stellig. “Dat kun je niet zien, een vrouw ontwerpt niet met meer kleur of meer rondingen. Over de gebouwen van de beroemdste vrouwelijke architect, de Iraaks-Britse Zaha Hadid, werd altijd gezegd dat het vagina’s waren. Maar dan kun je van alle torens zeggen dat het fallussymbolen zijn. En er zijn ook vrouwen die torens bouwen.” Op verzoek wil ze wel een aantal gebouwen noemen die ze prachtig vindt en waarvan mensen best eens mogen weten dat ze door vrouwen ontworpen zijn.

1. De LocHal in Tilburg is een ­gigantische loods die werd omgebouwd tot bibliotheek en cultuurcentrum. “Het ontwerp is van ­Civic, een van de directeuren is ­Ingrid van der Heijde. Ik ken haar van de opleiding. Heel knap hoe dat jonge bureau die grote opdracht heeft binnengehaald. Ze hebben met andere partijen een team weten samen te stellen en zo gevestigde bureaus in het aan­bestedingsproces verslagen. En nu staat er zoiets gaafs.”

2. In Paviljoen Vijversburg in Leeuwarden lijkt het dak te zweven boven de grond. Het ziet er simpel uit, maar constructief is het heel knap. Het gebouw is onder anderen ontworpen door Marieke Kums van Studio Maks. Ze heeft lang in Japan gewerkt, dat zie je terug in haar werk. Ze is een talentvolle architect. Heel jammer dat ze hier in Nederland door de rare aanbestedingsregels moeilijker grote publieke opdrachten weet binnen te halen, ze bouwt daarom meer in het buitenland.

3. Ik rij vaak langs Almere, op weg naar mijn ouders. Dan zie je ik vanaf de snelweg De Rooie Donders van voormalig rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol. Ze maakt met recht karaktervolle architectuur. Bij haar bureau Dok ­Architecten werken relatief veel vrouwen. Ze zou de verbouwing van het Binnenhof gaan doen, maar daar is ze keihard afgeserveerd, haar plan zou lijden aan grootsheidswaanzin, ik vraag me dan af of een man hetzelfde ­verwijt zou hebben gekregen.”

Het had Pit geholpen als ze tijdens haar studie van meer vrouwen les had gehad – het bleef bij twee gastdocenten. Daarom vond ze het een goed idee dat de TU Eind­hoven besloot een periode alleen vrouwen aan te nemen – een plan dat later afgeschoten werd. Jammer, vindt Pit. Ze zag veel ­studievriendinnen afhaken bij architectuur. “Omdat het zo’n rare mannenwereld was, is een aantal op het laatste moment geswitcht naar stedenbouw. Daar is de sfeer veel meer: we gaan met z’n allen iets doen, in plaats van dat je jezelf steeds moet bewijzen.”

Stedenbouwkundigen houden zich bezig met het inrichten van de publieke ruimte. In die beroepsgroep ligt het percentage vrouwen iets hoger, op 32. De vrouwelijke blik heeft er zijn nut, stelt Eva James in ­Mevrouw de Architect. Als vrouwen bijvoorbeeld een plein ontwerpen, zullen ze beter nadenken over veiligheid. “Omdat ze er zelf mee te maken hebben”, zegt Pit. “Als er een mooi plein wordt ontworpen door een man die zich nooit onveilig voelt, dan denk je daar niet aan. Dat is logisch toch? Het is goed om iemand in je team te hebben die dat wel ervaart en die er een slag aan kan ­geven zodat het beter werkt voor meer ­groepen.”

Diezelfde blik kan natuurlijk ook heel nuttig zijn in de architectuur. “Daarom is het belangrijk dat meer vrouwen dat beroep willen uitoefenen, ook omdat je dan betere gebouwen maakt die voor meer doelgroepen geschikt zijn. Bij het ontwerp van scholen en kantoren hebben zij meer oog voor de veiligheid van die ruimtes.”

De LocHal in Tilburg van architectenbureau Civic waar Ingrid van der Heijde een van de directeuren is. Beeld rv
De LocHal in Tilburg van architectenbureau Civic waar Ingrid van der Heijde een van de directeuren is.Beeld rv

En dan blijkt dat waar het veilig is voor vrouwen, het ook beter toeven is voor minderheidsgroepen als lhbt’ers. En zo verbreedt de discussie over diversiteit en inclusiviteit zich als vanzelf, die gaat natuurlijk verder dan de man-vrouwverdeling, zegt Pit. “Ik kreeg mails van donkere mannen die zeiden: en wij dan? Ja natuurlijk, jullie ook.”

In haar nieuwe baan als hoofdredacteur van De Architect zal het gebrek aan kleur in het witte mannenbolwerk van de architectuur zeker een grote rol gaan spelen. “Ik wil meer thema’s toevoegen en meer stemmen laten horen. Interviews, artikelen, maar ook jury’s moeten een betere afspiegeling van de maatschappij zijn. Dat zit in alles wat ik doe en belangrijk vind, voor mij is het een vanzelfsprekendheid.”

Mevrouw de Architect kost € 14,99 en is te koop op a-zine.nl.

Lees ook: 

Architectuurhistoricus Amy Thomas: ‘Het kantoor is gebouwd voor mannen, en door mannen’

De Delftse architectuurhistoricus Amy Thomas begint een groot onderzoek naar de genderongelijkheid in ontwerp en inrichting van kantoren.

‘Brutaal cultuurcentrum’ Forum Groningen gekozen tot beste gebouw van Nederland

Het Forum in Groningen is uitgeroepen tot het beste gebouw van het jaar. Juryvoorzitter Neelie Kroes vergelijkt het brutale cultuurcentrum met een ingeslagen meteoriet. Het gebouw is bovendien behoorlijk coronaproof.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden