Review

'Merdeka' betekende voor de Chinezen geen bevrijding

Al meer dan tien jaar verschijnen met enige regelmaat romans en egodocumenten van Chinese schrijfsters, waarin in extenso wordt verteld hoe zij opgroeiden in het communistische China van Mao Zedong, of in een of andere chinatown van een Amerikaanse stad.

Het kon haast niet uitblijven. Eens zou ook het relaas moeten verschijnen van een Chinese vrouw die opgroeide in de kleine Chinese gemeenschap van de kolonie Nederlands-Indië. Dat boek is er nu en het is door de hoofdpersoon Amy Tan geschreven, samen met de Leidse sinoloog Leonard Blussé.

Toen Blussé in 1980 als eerste Nederlandse historicus na de Culturele Revolutie in China wetenschappelijk onderzoek mocht verrichten, kwam hij in Xiamen in contact met Amy Tan. Zij was toen een vrouw van 64 jaar, op Java geboren en getogen en na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1961 uit eigen vrije wil naar China teruggekeerd. De hechte vriendschap die ontstond tussen Blussé en Amy Tan mondde uit in het lijvige 'Retour Amoy'.

Amy Tan beschikt over een fenomenaal geheugen. Zij schetst in detail de binnenstad van Solo in de jaren twintig. Zij doet hetzelfde met de stad Utrecht, waar zij van 1935 tot 1938 wiskunde studeerde. Ook de strijd om de havenstad Surabaya in 1945 tussen het Britse bezettingsleger en Indonesische vrijheidsstrijders brengt Amy Tan messcherp in beeld. Maar het Indonesische wachtwoord Merdeka (vrijheid) betekende voor de Chinezen -zo schrijft Amy Tan- 'helemaal geen bevrijding, laat staan voor de Hollanders'.

En dat is zo'n beetje de kernzin van het boek. De Chinezen in Nederlands-Indië immers behoorden tot de groep 'vreemde oosterlingen', een minderheid die door de regering geen strobreed in de weg werd gelegd. Doordat zij de tussen- en kleinhandel beheerste vormde zij immers met het Europees grootkapitaal de economische ruggengraat van de koloniale samenleving.

Ook Amy Tan's ouders waren bij tijden zeer welgesteld. Zij behoorden tot de groep baba's of peranakans (gemengdbloedigen). Ondanks hun Chinese namen kleden de baba's zich veelal Indonesisch. Zij volgden ook veel inheemse adatgebruiken en spraken onder elkaar veelal Indonesisch of Javaans, en vooral Nederlands. Het was een groep die overal en nergens bijhoorde. Maar als de jonge republiek Indonesië maatschappelijk orde op zaken wil stellen, moeten de halfbloed-Chinezen echt kleur bekennen en consequent afstand doen van die paar Chinese zaken, waar ze nog aan hangen.

Dit doet de familie Tan besluiten om in 1960 'terug te gaan' naar het voor hen onbekende moederland China. Het communistische regiem betekende maatschappelijk vele stappen terug, maar toch is haar slotconclusie: ,,Nu, als op leeftijd gekomen weduwe, geniet ik alle vrijheid die ik heb en laat mij met plezier mijn bijnaam Cixi Taihou, de Keizerin Weduwe aanleunen, en pluk de dag met zijn grote en kleine vreugden'. Het is een indrukwekkend levensverhaal geworden, met zoveel vuur en verve verteld, dat je als lezer een opwindend avontuur beleeft in een uiterst woelig historisch tijdperk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden