Review

Men heeft eens te Oldebroek, een dorp op de Veluwe, garnaalen zien regenen

Eind deze maand verschijnt de 'Filosofische Reisgids voor Nederland en Vlaanderen', een wonderlijk boek met kaartjes en wandelroutes langs sporen van denkers: hun verblijven, hun anekdotes, hun begraafplaatsen. Samensteller Erno Eskens, filosoof en redacteur van Filosofie Magazine, stelt al wandelend bekende en minder bekende denkers aan de lezer voor. Een voorproefje.

door Erno Eskens

Blaricum Torenlaan

Op nummer 70 staat de zogenaamde 'hut' van L.E.J. Brouwer (1881-1966). Het is eerder een landhuis dan een snel in elkaar getimmerd tuinhuisje. Brouwer, de meest aangehaalde Nederlandse denker van deze eeuw, verkoos het simpele plattelandsleven boven de stad en werkte bij voorkeur in zijn hut, die deel uitmaakte van een Tolstojaanse kolonie. De in Rotterdam-Overschie geboren Brouwer schreef in 1905 Leven, kunst en mystiek, een boek dat met name tegen de Leidse hoogleraar Bolland was gericht. Brouwer was toen al vooral geïnteresseerd in mystiek. Meister Eckhardt boeide hem in het bijzonder. Toch was deze mysticus bepaald geen zwever. Met David Hilbert geldt hij als een van de belangrijkste wiskundigen van deze eeuw. Hij schreef veel over wiskundige figuren. In 1907 promoveerde hij op een verhandeling Over de grondslagen van de wiskunde. Het proefschrift was in de hut geschreven. In 1908 volgde een beroemd geworden artikel over de 'Onbetrouwbaarheid der logische principes'. Daarin legde hij uit dat 'niet niet A' geenszins identiek is met 'A'. Hij morrelde daarmee aan Aristoteles' 'wet van de uitgesloten derde'. De oude Griek beweerde dat iets waar of onwaar is. Iets anders is niet mogelijk. Brouwer dacht er anders over en ontwikkelde een logica waarin wel meerdere mogelijkheden bestaan. Deze logica heeft de naam 'intuïtionisme' gekregen.

In maart 1928 sprak Brouwer op een congres in Wenen. De Oostenrijks-Engelse filosoof Ludwig Wittgenstein bevond zich onder de toehoorders. De lezing zorgde ervoor dat Wittgenstein, die al jaren niets meer met filosofie te maken wilde hebben en zich in een Oostenrijks dorpje had teruggetrokken, terugkeerde naar Cambridge. Daar besloot hij een radicaal andere koers te gaan varen. En dat baarde zijn mentor Bertrand Russell zorgen. 'Hij heeft het nogal veel over oneindigheid, en daarmee loop je altijd het gevaar uit te komen bij wat Brouwer heeft beweerd, en er moet aan de rem getrokken worden zodra dit gevaar de kop opsteekt.' Russell kon gerust zijn. Een jaar later zei Wittgenstein in een lezing op zijn universiteit: 'Intuitionism is all bosh - entirely', oftewel: intuïtionisme is complete onzin. De meeste wiskundigen denken er anders over, want Brouwer wordt nog steeds veel gelezen. Toen de zeven hectare grote kolonie aan de Torenlaan in verval raakte, betrok Brouwer de villa op de Torenlaan 172, waar Albert Einstein (1879-1955) hem opzocht. Op de hoek Torenlaan en Grenslaan is Brouwer om het leven gekomen. Een automobiliste schepte de wiskundige die net op weg was sinterklaascadeautjes weg te brengen. Brouwer was amper geraakt, maar viel op straat. De vrouw zette haar auto aan de kant om Brouwer te hulp te komen, die op dat moment echter door nog eens drie auto's werd overreden. Een ongeluk bij een ongeluk. Brouwer ligt hier samen met zijn vrouw in een familiegraf.

Broek in Waterland

Op maandag 16 mei 1803 bezocht Arthur Schopenhauer het plaatsje Brug. Waarschijnlijk bedoelde hij Broek en gaat het hier om Broek in Waterland. Vanuit Amsterdam trok Schopenhauer over land en water naar het pittoreske plaatsje toe voor de maandagse bloemenmarkt. 'Brug is slechts een dorp, maar zeker een van de bijzonderste in de hele wereld. Het heeft veel weg van de voorstelling die men zich van Chinese dorpen maakt. Het wordt door louter kleine kanalen doorsneden en omgeven en het dorp bestaat uit één kronkelende straat. Het heeft nog een merkwaardige eigenschap, namelijk dat het schoon en mooi versierd is. Het is zelfs zo schoon en zo bont versierd dat wie er niet geweest is, zich er geen voorstelling van kan maken. De houten huizen zijn van onder tot boven beschilderd en verguld.' Verder merkt hij op: 'De straten zijn symmetrisch met klinkers bedekt. Paarden mogen het dorp niet in, want ze zouden de hele stad maar vies maken.' 'De inwoners van Brug zijn over het algemeen onmetelijk rijke mensen die zich hier in een kloosterachtige eenzaamheid hebben teruggetrokken omdat ze met hun geld niets weten te beginnen.'

Gorinchem

'We trokken de Maas over bij Gorinchem', schrijft de Schotse denker David Hume op 16 maart 1748 in een brief aan zijn broer John. 'De rivier is daar een halve mijl breed en omdat de kwaliteit van het ijs door dooi was aangetast, waren we gedwongen gebruik te maken van de ijswagen. Dat gaat ongeveer aldus in zijn werk: je gaat zitten op de ijsboot, in feite een gewone boot maar dan met twee keilen die met ijzer zijn beslagen. Op stukken waar het ijs houdt, duwen drie of vier man je behendig vooruit, maar wanneer het ijs breekt, ga je plompverloren het water in. Je wordt er nogal bang van. En die mannen worden nat en gaan soms bijna kopje onder. Maar ze blijven vasthouden aan de boot, klimmen erin en roeien je verder door het water, tot ze weer op ijs stuiten dat sterk genoeg is. Dan trekken ze je het ijs op, duwen weer een stukje, tot ze weer door het ijs gaan. En dan begint alles weer van vooraf aan.' Ook Arthur Schopenhauer had een moeizame passage door Gorinchem. 'Vlak voor een klein dorpje brak de veer van de koets, die wij tot groot vermaak van de Hollandse boeren, die zich overigens direct tot nietsdoende toeschouwers ontpopten, moesten vastbinden.'

Jelsum

Op de terp

Bij de Romaanse kerk op nummer 24 uit de twaalfde eeuw ligt de Franeker filosoof Balthasar Bekker (1634-1698) begraven. Hij was een van de origineelste verlichtingsdenkers van de Nederlanden, een volgeling van Descartes en een bestrijder van bijgeloof binnen en buiten de kerk. Bekker overleefde de honderdzeventig boeken en pamfletten die tegen hem zijn geschreven. Hij kwam ook een opmerkelijke operatie te boven: 'Zyn borstbeen aangestoken zynde, moest men een groote opening in de borst maken, en een stuk vleesch er uit snyden. Deeze bewering stondt hy met een wonderbaare standvastigheid door, en roemde, dat hy kon zeggen, dat hy zyn hart gezien had en leefde.' Hij stierf in 1698, na drie aderlatingen, een natuurlijke dood.

Laren

Aan het begin van deze eeuw was Laren the place to be als je mystiek, bevlogen en excentriek wilde leven. Matthieu Schoenmaekers (1875-1944), schrijver van een esoterische Inleiding in de gewijde wijsbegeerte, betrok een huisje aan de bosrand. Het groeide uit tot een ontmoetingsplaats voor schrijvers als Marsman, Albert Verwey en Frederik van Eeden, en schilders als Van Doesburg en Van der Leck. Schoenmaekers was een utopisch theosoof. Hij sprak graag over 'de nieuwe mens' die het 'alene' zou ontdekken. Dat sprak vooral de schilder Piet Mondriaan aan. Schoenmaekers propageerde een 'beeldend denken' waarin hij religie en empirie combineerde. Het inspireerde Mondriaan tot het oprichten van De Stijl, een stroming die hij typeerde als 'Nieuwe beelding.'

Op de Algemene Begraafplaats ligt Carry van Bruggen (1881-1932) in graf 9E. Ze verbleef regelmatig in psychiatrische inrichtingen en pleegde waarschijnlijk zelfmoord. Ze is met name bekend als schrijfster van boeken als Het huisje aan de sloot en Eva, maar schreef ook filosofische verhandelingen met een sterk feministische en anti-militaristische inslag als Hedendaags fetischisme en De zelfvermomming van het Absolute. Een oneliner. 'Argumenten zijn niet een zoo heel veel duurder of moeilijker te vinden dan scheldwoorden'. De revolutie, merkte ze in de roman Prometheus droogjes op, lijkt sterk op de mazelen: 'afgelopen zodra de uitslag zichtbaar wordt.'

Leeuwarden

In deze plaats is op filosofisch gebied opvallend weinig gebeurd. John Locke maakte er op 29 augustus 1684 de intocht mee van Hendrik Casimir van Nassau-Dietz, gouverneur van Friesland en Groningen. 'De prins stond net binnen de hekken, die open stonden. Hij was niet gewapend, maar de burgers die langsliepen hadden allemaal een wapen bij zich. Ze marcheerden voorbij en vuurden saluutschoten af. Dit duurde bijna twee uur.'

Moerdijk

'Ik ben de Moerdijk overgestoken', schrijft de Franse encyclopedist Denis Diderot in 1774. 'Op de heenweg met rustig weer en op de terugweg bij storm.' Echt gevaarlijk was de overtocht niet. 'Deze kleine zeearm is alleen maar berucht door de dood van een prins van Oranje (Johan Willem Friso) die er met rijtuig en paarden en al in het water is gestort.' De Duitser Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831) nam in 1822 bij Moerdijk de stoomboot: 'Een half uur varen om de uitham van de zee over te komen. Hier zie je schepen die van ver komen, een trotse driemaster, als een sultan met een majesteitelijke turban, een opgezwollen witte bloes en een mantel eromheen.'

Oldenbroek

'Men heeft eens te Oldebroek, een dorp op de Veluwe, garnaalen zien regenen', schreef de Zutphense denker J.F. Martinet (1729-1795). Hij haalde het verhaal aan om aan te tonen dat bijgeloof onzinnig is, want 'zij waren door eene hoos uit de Zuiderzee opgenomen die ze daar liet vallen'. Martinet vervolgde met een nog vreemder verhaal: 'Voor veele jaaren viel er met den regen eene haai tusschen de kappen der Groote Kerk te Zutphen'. En ook daarvoor had hij een volstrekt logische, rationele en wetenschappelijke verklaring: 'Eene Hoos hadt ze uit de Zee overgebragt.' Droogjes voegde hij eraan toe: 'Deeze voorbeelden deel ik U mede opdat gij U voor 't bijgeloof moogt hoeden, wanneer gij iets dergelijks in het vervolg mogt zien.' Met deze wijsheden schopte Martinet het tot een van de bekendste filosofen van de Bataafse republiek.

Stad-Delden

'Stad-Delden is het eerste station voor de postkoets na de Duits-Nederlandse grens', schrijft de Duitse aforist Georg Christoph Lichtenberg (1742-1799) in 1770. 'Het eerste het beste dorp geeft direct een aardig beeld van de netheid die Hollanders eigen is (...) Ik heb er drie jonge meiden in een huis gezien die in de twee uur dat ik er was helemaal niets deden dan poetsen en boenen. Het is triest om te zien dat alles keurig netjes is. Bovendien worden ze zelf door al die inspanning behoorlijk vies, maar goed dat moet je een zindelijke natie als Holland maar vergeven.'

Udenhout

De Kuilpad

Cornelis Verhoeven (1928) is hoogleraar filosofie, columnist van verschillende bladen, heeft veel klassieke werken vertaald en geldt als groot popularisator van de filosofie. Hij is geboren aan het De Kuilpad. 'Die stip of vlek op de landkaart (...) laat zien waar ik geboren ben, in dat zwarte blokje. Die boerderij ligt er vanaf 1834 en zij is gebouwd door mijn betovergrootvader, zoals te lezen is op een steen (...) Het huis was in 1866 een van de acht woningen in die uithoek, De Kuil genoemd. Dat is zo'n adres waar een jongen op de kostschool zich een beetje voor schaamt, en ik zei dus dat wij in de Slimstraat woonden.' Verhoeven kreeg een roomse opvoeding. In zijn jeugd las hij Thomas á Kempis' 'Navolging van Christus' in het Latijn, 'geen lectuur voor een jongen van dertien, maar vol mooie, wereldvreemde zinnen die in je hoofd blijven zoemen zonder verplichtingen op te roepen.'

Zaltbommel

Gasthuisstraat

De altijd berooide Karl Marx was regelmatig te vinden bij de familie Philips op de Gasthuisstraat 12. In april 1843 kwam hij er voor het eerst, om geld los te peuteren bij de steenrijke bankier Lion Philips, een van de voorvaderen van de huidige eigenaren van het huidige gloeilampenconcern. Lion Philips beheerde namens Marx' moeder een flinke spaarpot. Zijn moeder was zo verstandig geweest om het geld niet direct aan wildebras Karl over te maken, maar in beheer te geven bij de rijke oom Philips. Daarmee was ze direct van het gebedel af. Vanwege alle politieke verwikkelingen reisde Marx soms incognito naar Zaltbommel. In een brief aan zijn vrouw maakt hij melding van een 'rooftocht naar Holland' onder de naam K.J. Bühring, 'om wat duiten los te maken'. Aan filosoof en schuldeiser Ferdinand Lasalle (1825-1864) meldt Marx: 'Je weet dat ik hier met mijn oom (die het vermogen van mijn moeder beheerst en die me vroeger grote voorschotten op mijn erfdeel heeft gegeven) mijn financiële situatie in orde wil maken. De man is taai, maar is zeer gecharmeerd van mijn schrijverij.' Om de rooftocht tot een succes te maken werd Lasalle verzocht een brief te schrijven waarin hij melding zou maken van het grote succes van Marx' geschriften. Het plan werkte en Marx' bezoek, van 28 februari to 17 maart 1861, was geslaagd. Het leverde tweeduizend gulden op, een niet onaanzienlijk bedrag in die tijd. Maar Marx kon niet met geld omgaan. Eind augustus 1862 was hij weer blut en deed hij Zaltbommel maar weer eens aan.

Frits Philips, een latere telg van deze industriële familie, grapte ooit: 'Marx had Das Kapital, maar wij hebben het kapitaal.' Lion Philips stierf op 28 december 1866. Marx schreef aan Friedrich Engels: 'Ik heb vandaag zeer triest nieuws gekregen, de dood van mijn oom, een uitstekend man. Hij stierf mooi, snel, omgeven door zijn kinderen, volledig bij bewustzijn en de dominee overladend met zijn subtiele Voltaireske ironie.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden