Review

Meesters uit Roemenië

Roemenië is het zwarte schaap van de Oost-Europese literatuur: vertalingen zijn zeldzaam. Toch kan het land bogen op grote vertellers, zoals Mircea Cartarescu, die in Duitsland al furore maakt.

Wie kent de Roemeense literatuur? De beroemdste schrijvers uit de vorige eeuw publiceerden vooral in het Frans en worden dus eerder tot de Franse literatuur gerekend: de absurdistische toneelauteur Eugène Ionesco, de dadaïst Tristan Tzara of de aforismenschrijver E.M. Cioran.

Van de in het Roemeens schrijvende auteurs zijn hooguit de godsdiensthistoricus annex prozaschrijver Mircea Eliade (1907-1986) of Norman Manea met zijn recentelijk vertaalde memoires ’De terugkeer van de Hooligan’ bij het Nederlandse publiek bekend geworden.

In literair opzicht is Roemenië het zwarte schaap onder de voormalige Oostbloklanden (samen met Bulgarije trouwens). De vertalingen uit het Roemeens zijn bij ons op de vingers van één hand te tellen. Vergeleken met Hongarije, Polen of het vroegere Joegoslavië is de belangstelling voor Roemeense literatuur marginaal – bij deze mag wel eens worden opgemerkt dat er tegenwoordig vooral uit Hongarije ook veel tweede- of derderangs proza tot ons doordringt.

De nu verschenen bloemlezing met Roemeense verhalen voorziet dus in een duidelijke behoefte, want het gros van de veertien gepresenteerde schrijvers is in Nederland nog onbekend.

Roemenië heeft zich als literaire natie overigens veel later ontwikkeld dan de andere westerse landen. Pas nadat de Donauvorstendommen Moldavië en Walachije in 1862 werden samengevoegd onder de naam Roemenië, en vooral nadat in 1878 het Turkse juk werd afgeworpen tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog, ontstond er in Boekarest en omgeving zoiets als een nationale identiteit en dus ook literatuur. De twintigste eeuw laat grofweg twee tegengestelde stromingen zien: traditionalisme en modernisme.

De traditionalisten lieten zich inspireren door het landelijke leven, terwijl de modernisten aansluiting zochten bij de westerse psychologische en experimentele verteltechnieken.

Het oudste verhaal uit de bundel, Ion Creanga’s even kostelijke als scabreuze ’Het verhaal der verhalen’ (geschreven rond 1880 maar pas een halve eeuw later gepubliceerd) zou je tot de eerste stroming kunnen rekenen.

Het gaat over een boer of eigenlijk over een handelaar in mannelijke geslachtsdelen, een heuse ’lullenkoopman’ in zijn eigen woorden. Maar door de groteske inhoud en de schitterende volkshumor wijst dit verhaal ook vooruit naar moderne stromingen als het Duitse expressionisme –- het deed mij denken aan Alfred Döblins beroemde verhalencyclus ’De moord op een boterbloem’ of aan het werk van de Weense fijnschrijver Albert Ehrenstein.

Net zo sterk en wat mij betreft zelfs een intrigerend hoogtepunt van de bundel vormt Mateiu I. Caragiales ’Remember’ uit 1913. Dit typische fin-de-siècleverhaal, waarin droom, verbeelding en vooral schoonheidsverheerlijking een centrale rol spelen, handelt over een Roemeense dandy in Berlijn. Deze blijkbaar ontwortelde estheet leert een Engelse aristocraat of pseudoaristocraat kennen met wie het vermoedelijk slecht afloopt. Overigens werd Caragiales’ roman ’Schelmen van het oude hof’ enkele jaren geleden door de verzamelde Roemeense critici uitverkoren tot beste roman van de twintigste eeuw.

De bovengenoemde godsdiensthistoricus Mircea Eliade is vertegenwoordigd met ’Het geheim van dokter Honigberger’, een novelle uit 1940 over de onmogelijkheid om een biografie te schrijven over een oriëntalist. Aanvankelijk is dit zeventig bladzijden tellende verhaal spannend en fascinerend, maar gaandeweg drijft Eliade zijn passie voor Indiase wijsbegeerte en occultisme op de spits. Uiteindelijk verzandt het in pure esoterie.

Net zo ondoorgrondelijk, maar om andere reden, is het fragment ’Jeugdherinneringen’ (1977) van de in ons land door optredens bij Poetry International en poëzievertalingen niet geheel onbekende Ana Blandiana. In het verhaal wordt een bezoek aan een boekendepot tijdens het communisme in verband gebracht met de privébibliotheek in het ouderlijke huis van de vertelster. Blijkbaar gaat het om censuur en moet je hier vooral tussen de regels doorlezen (volgens inleider Jan Willem Bos), maar het verhaal maakt op mij een quasidiepzinnige indruk en laboreert aan te veel symboliek.

Dat er ondanks de censuur en de strenge voorschriften tijdens het tijdperk-Ceausescu grote en zelfs tijdloze literatuur ontstond, bewijzen Horia Patrascu met ’De reconstructie’ en vooral Ioan Grosan (1954) met zijn magistrale ’Nachttrein’ uit 1989, het jaar van de politieke ommekeer. Dit humoristisch-fijnzinnige verhaal gaat over twee alleenstaande spoorwegbeambten in een tamelijk afgelegen gebied. Eén van hen weet met een list de internationale nachttrein tot een onverwachte stop te dwingen, en wat er vervolgens gebeurt blijft tot in de laatste zin, nee tot het laatste woord een verrassing.

De internationaal bekendste Roemeense schrijver van dit moment is ongetwijfeld Mircea Cartarescu. Hij behoort tot de postmodernistisch geïnspireerde generatie die bekendstaat als ’de tachtigers’ (ze debuteerden allen in de jaren tachtig). Afgelopen voorjaar, toen hij net zijn grote vijftienhonderd bladzijden tellende romantrilogie ’Orbitor’ (’Verblindend’) had voltooid, ontving hij in Boekarest de prestigieuze Staatsprijs voor Literatuur.

In ’Moderne Roemeense verhalen’ is van Cartarescu ’De architect’ opgenomen, een veertig bladzijden tellend verhaal dat je kunt lezen als een satire op het Ceausescu-tijdperk. Het gaat over een architect die plotseling de claxon van zijn nieuwe Dacia-auto niet meer weet te controleren en wiens leven vervolgens razendsnel ontspoort. Satire en stilistisch vernuft gaan hand in hand in dit kostelijke verhaal, eveneens een hoogtepunt uit de bundel.

In Frankrijk en vooral Duitsland timmert Cartarescu momenteel flink aan de weg, sinds het verschijnen vorig jaar van ’Die Wissenden’ (uitgeverij Zsolnay), het eerste deel van zijn trilogie, en van zijn verhalenbundel ’Warum wir die Frauen lieben’ (uitgeverij Suhrkamp) wordt hij door de Duitse critici op handen gedragen. De grote kranten publiceerden euforische besprekingen, het informatieve tijdschrift Literaturen (5/2008) liet hem dit voorjaar uitvoerig interviewen.

’Die Wissenden’ is een barokke en met veel stilistische verve vertelde roman over de diverse dictaturen waarmee Roemenië in de twintigste eeuw te kampen heeft gehad. Maar het is ook een deels autobiografische familiegeschiedenis (een zekere Mircea doet verslag), die gaandeweg steeds fantastischer en surrealistisch wordt. De Nederlandse lezer die niet wil wachten op een vertaling van dit meesterwerk kan terecht bij de Duitse editie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden