Review

Meer zorg nodig tegen zelfmoord

De vrouw van Bert had al een lange ziektegeschiedenis van depressies en angstaanvallen achter de rug toen ze een eind aan haar leven maakte. Op een maandagochtend, na een weekend op bed te hebben gelegen, stond ze op, hees zich op haar brommer en reed naar het spoor, waar ze op de goederentrein wachtte.

Maja Vervoort

Ze had al meermalen met zelfmoord gedreigd. ,,En dan zegt je vrouw dat ze er een eind aan maakt. Niet één keer, maar tientallen keren. De eerste keer schrik je je te pletter. De tiende keer word je pissig en de twintigste keer haal je je schouders op en zegt: 'Ga alsjeblieft je gang'.'' Die opmerking blijft achteraf aan Bert knagen, hoewel het duidelijk is dat het voor zijn vrouw niet de aanleiding was uiteindelijk de daad bij het woord te voegen.

Elk jaar overlijden in Nederland vijftienhonderd mensen door zelfmoord, hun nabestaanden ontredderd achterlatend. Soms is de zelfmoord totaal onverwacht, vaker is er sprake van een jarenlange aanloop, tot de fatale dag dat iemand het leven niet meer aankan. In alle gevallen is er achteraf de vraag, die nooit beantwoord zal worden: hoe hadden we dit kunnen voorkomen?

Nabestaanden voelen zich altijd schuldig en hun woede richt zich -soms terecht, soms niet terecht- ook tegen de hulpverleners. Vaak heeft de schizofrene of depressieve patiënt al jarenlang psychiatrische hulp gehad. Wat is er dan misgegaan?

Journalist Bram Hulzebos en psychiater Bram Bakker beschrijven elf van deze familiedrama's en geven hun commentaar op de voorafgaande besluitvorming in de hulpverlening. Ze doen dat soms genuanceerd, maar meestal onverbloemd kritisch.

Hulzebos schreef eerder het boek 'Een te dunne huid', een zoektocht naar de factoren die leidden tot de zelfmoord van zijn vader. Bakker publiceerde vorig jaar 'Te gek om los te lopen', een aanval op de bureaucratie binnen de psychiatrie in Nederland.

De auteurs kwamen de afgelopen jaren in contact met nabestaanden van zelfmoordenaars, die één ding gemeen hadden, namelijk hun klachten over de contacten met de hulpverlening. Die klachten zijn niet mis: de hulp komt te langzaam op gang, de ervaring van de familie wordt niet in de diagnose meegenomen, een patiënt gaat te snel van een gesloten naar een open afdeling, een acute crisissituatie wordt verkeerd ingeschat.

Zo had de vrouw van Bert enkele dagen voor haar zelfmoord van haar laatste behandelaar te horen gekregen dat haar klachten -de depressies, angsten en dwanggedachten waar ze al zo'n twintig jaar mee kampte- chronisch waren. Ze zouden dus nooit meer overgaan. Uitleg over de manier waarop ze er dan mee moest leren leven, bleef achterwege. Achteraf is de klacht van de familie over dit gesprek, ingediend bij de klachtencommmissie van de GGZ-instelling, gegrond verklaard.

De hulpverlening wil een volwassen patiënt in de regel als autonoom individu benaderen en behandelen, de familie voelt zich buitengesloten en afgewezen. De communicatie verloopt vaak onnodig stroef. Een jonge vrouw die zich in brand had gestoken, kon in het brandwondencentrum niet goed verpleegd worden, omdat ze in hevige paniek reageerde en de apparatuur op de intensive care losrukte. In de psychiatrische kliniek worden de wonden echter niet goed verzorgd, de dunne huid gaat weer open. De wanhopige ouders die om een deskundige behandeling vragen, worden als 'lastig' op een afstand gehouden. De therapeute: ,,U moet zich wat minder bezorgd opstellen.''

De betreffende hulpverleners komen niet aan het woord. Dat kan ook niet, vanwege hun medisch beroepsgeheim. Dat maakt het boek eenzijdig, maar de auteurs zijn zorgvuldig te werk gegaan en hebben waar mogeljk de dossiers geverifieerd en onjuistheden vermeden.

De verhalen zelf zijn sober van toon gehouden en worden daarmee des te schokkender. In korte tussenparagrafen proberen de auteurs een antwoord te geven op vragen van de familie en van mensen die zélf een mislukte poging deden (een nog veel grotere groep dan die vijftienhonderd). Wat is een bipolaire stoornis, hoe werkt de psychiatrische diagnostiek, helpen elektroshocks, wat is een separeerruimte, welke psychofarmaca zijn er, waar kun je als mantelzorgers met je vragen terecht? En zo meer.

De auteurs maken duidelijk dat een zelfmoord een fataal moment is in een reeks van momenten en dat dat moment ook later had kunnen vallen, toen deze zelfmoord wellicht toevallig wél had kunnen worden voorkomen. Maar zij maken ook duidelijk dat dat moment wellicht helemaal níet hoeft te komen. Zij vinden dat alles in het werk moet worden gesteld om dat te bewerkstelligen, ook wanneer dat een continue waakzaamheid en een 24-uursbeschikbaarheid van een ambulant crisisteam zou betekenen. Het wil niet zeggen dat het leven van de patiënt en diens familie er dan makkelijker op wordt, maar er is een grotere kans dat iemand in leven blijft. En er is altijd die kleine kans op een blijvende verbetering, door een andere medicatie, een andere therapie of een verandering van omstandigheden.

Aan verhalen van nabestaanden wordt door hulpverleners doorgaans weinig aandacht geschonken. Als ze niet in een officiële klacht uitmonden, wordt er geen lering uit getrokken. Dit boek geeft alle aanleiding eens te kijken of dat ook anders kan.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden