Column

Meehuppelen kon ik niet, maar van zoveel onbekommerde energie kan een mens alleen maar heel blij worden

Beeld Maartje Geels

Over Michel van der Aa’s nieuwste project ‘Eight’ schreef een collega deze week: “Je moet het beleven”. Dat had ik graag gedaan, want alles wat Van der Aa doet, is bijzonder. En vernieuwend. Maar helaas. 

Deze vernieuwing ging mij één stap te ver, en daar baal ik behoorlijk van. Het lag niet aan Van der Aa, het lag aan mij.

Het Holland Festival presenteerde ‘Eight’, aangekondigd als ‘droomachtig muziektheater in virtual reality’. Eerdere geslaagde Van der Aa-experimenten op het gebied van muziektheater lieten onder andere een slimme mix zien tussen film en opera (‘After Life’), de eerste 3D-opera (‘Sunken Garden’) en een digitale liedcyclus die alleen via een app te bekijken en te beluisteren is (‘The Book of Sand’).

‘Eight’ gaat weer een stapje verder. Je gaat als solo-bezoeker een ruimte binnen. Op je hoofd een koptelefoon en een VR-bril. Totaal afgesloten van de buitenwereld betreed je een virtuele wereld, in je oren hoor je typische Van der Aa-muziek, gezongen door zijn muze Kate Miller-Heidke en het Nederlands Kamerkoor. Deze informatie heb ik via, via, want zoals gezegd: ik heb het zelf niet beleefd.

Dat kwam zo. Het festival stuurde een e-mail, waarin werd gewaarschuwd dat mensen met claustrofobie, hartproblemen en nog zo wat, werd afgeraden om ‘Eight’ te ondergaan. In eerste instantie was er zelfs sprake van een formulier dat elke bezoeker moest ondertekenen waarmee hij verklaarde op eigen risico de ruimte te betreden. Dat formulier is inmiddels weer verwijderd (‘te overdreven’), maar alarmbelletjes rinkelden in mijn hoofd. Ik ben dan wel een melomaan, maar ook extreem claustrofobisch.

Ik meldde mij af. Waarop een aardige medewerker van het festival mij uitvoerig uitlegde hoe een en ander zou gaan. Zelfs Michel van der Aa mailde mij een ‘geruststellende’ uitleg. Maar daarin las ik dat je ook moest kruipen of op je hurken zitten. Met twee zware knie-operaties achter de rug legde ik het hoofd moedeloos in de schoot.

Maar ook al kan ik zelf niet meer al te soepel huppelen, ernaar kijken is natuurlijk geen probleem. En nou, gehuppeld werd er in ‘De zes Brandenburgse Concerten’ donderdag in Carré. Er werd zelfs magistraal gehuppeld door de zestien dansers van Rosas, het gezelschap van Anne Teresa De Keersmaeker. Op de beroemde, dansante muziek van Bach maakte De Keersmaeker een heerlijke choreografie, quasi geïmproviseerd, voor zestien dansers. In het eerste deel van het concert in F werd al duidelijk hoe de avond eruit zou zien. In een lange rij liepen de dansers op de maat heen en weer, met steeds een ingenieuze en swingende vertraging in de stap.

Er liep zelfs even een hond aan de lijn mee over de bühne, blij blaffend naar de tetterende hoorns van het authentieke orkest B’Rock. Want de dans werd subliem live begeleid door dit heerlijke orkest uit België. Het weer eens een integrale uitvoering van deze concerten meemaken was al een traktatie op zich. Door de dans werd het weergaloos.

Van zoveel onbekommerde energie kan een mens alleen maar heel blij worden. En je herkende de hand van de meesteres in het feit dat alle stappen en patronen uiteraard helemaal vastliggen, maar dat het er desondanks toch zo spontaan uitziet. Zelfs Bachs muziek ging er geïmproviseerd van klinken. Een hoogtepunt van dit Holland Festival.

Peter van der Lint schrijft iedere week met aanstekelijk enthousiasme over de wereld van de klassieke muziek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden