Opinie

Meedogenloze afrekening en spijtbetuiging tegelijk

AMSTERDAM - Tegen een wand van blank hout roept een korantekst in prachtig houtsnijwerk op tot bezinning. Rondom de vlake vloer van het Amsterdamse Theater Bellevue liggen tapijten en ook de kansel ter rechterzijde doet vermoeden dat de jonge Belgisch-Marokkaanse Sidi Larbi Cherkaoui van het theater een islamitische gebedsruimte maakt. In gebedshouding zitten drie jongens diep voorovergebogen op hun knieën, met hun rug naar het publiek. Op de kansel naast hen spreekt echter geen imam maar laat cellist Roel Dieltiens droefgeestige klanken neerdalen. En daarmee wordt een eerste kras in alle heiligheid gekerfd.

De voorstelling 'Rien de rien' heeft vijf kwartier nodig om via zes personen van zeer verschillend pluimage alle gebeden en geboden in een moskee op elkaar te laten botsen, in een nietsontziende culturele clash. De drie jongens, elk met donzig baardje, kruipen als lenige slakken uit hun bidhouding, rollen halsoverkop en wringen zich schokkend en stuiterend in duizend bochten. Jurij Konjar, Damien Jalet en Sidi Larbi Cherkaoui reageren daarmee niet alleen op de lokroep van de cello, maar ook op een schitterend verhaal van twee vrouwen die zich in deze ruimte hebben binnengedrongen. Spat-synchroon en met dwaze gebaartjes vertellen de Jamaicaanse zangeres Angelique Wilkie en het jonge rock 'n roll-meisje Laura Neyskens over hun bezoek aan een woestijndorp, waar ter hunner ere een geit geslacht werd. Hoewel vegetarisch moesten ze dit teken van respect en gastvrijheid wel accepteren. Tegen zoveel eerbetoon helpt geen walging. Even later dartelt een bejaarde ballerina over de tapijten: als een tragisch verloederde vedette of diva wappert zij met witte voile-vleugels, maar een van de drie jongens zal ze niet meer kunnen verleiden. Hij draait en stampt zich liever het vuur uit de zolen met de vijftienjarige deerne, die haar lange haar zo prachtig weet te vlechten en hem in razendsnel voetenwerk met gemak de baas blijft.

In 'Rien de rien' wordt niet alleen gezinspeeld op de uiterlijke pijnlijkheden van culturele clashes. In alle kostelijke leedvermaak en op te brengen begrip voor elkanders normen en pogingen tot communicatie zit een veel diepere innerlijke pijn. Alle zes de personages aan de voeten van de cellist zijn op zoek naar zichzelf en daarmee het product van persoonlijke twijfels en frustraties. Hun gebed met de samenleving en zichzelf is tot een vreselijk mislukken gedoemd. Want in hoeverre is de mislukte multiculturele samenleving ook een kwestie van zelfmislukking? De omslag van uiterlijk botsen naar innerlijke bloedingen vindt plaats tijdens een half gezongen, half gemompeld 'Mater Dolorosa', waarin Damien Julet en Larbi Cherkaoui hun armen en stemmen verstrengelen als de veelarmige Shiva. De god van de dans is wreed: de Marokkaan haalt een stiletto tevoorschijn en snijdt in een der vier armen een lange bloedende jaap. Hij mutileerde zichzelf en zal langzaam maar zeker leegbloeden. Zijn lenigheid is een rigor mortis geworden. Als een bloedeloze ledenpop kan hij alle kanten op gesmeten en rondgedraaid worden. Hij kan zelfs als strijkplank minutenlang op zijn hoofd tegen de muur worden weggezet, onder de korantekst en naast de schofterig daaronder gespoten graffiti-kreet 'Nederlands A.U.B.'. Met uitzondering van de cellist die alle passanten in de sombere overpeinzingen van Gubaidulina, Ligeti, Kodaly en Crumb hult, ontkomt geen individu aan de schending van eigen en andermans heilige huisjes. Alle zoekende zielen zijn in deze gebedsruimte annex slachthuis annex gevangenis even deerniswekkend. Opgroeiend in een land waar men met volgepropte mond praat en met graffiti racistisch vuilspuit, en zich ontworstelend aan de rigor mortis in de moskee, wenste Cherbakoui zich op het scherp van de snede te begeven. Hypernerveus bewegend tussen entertainment en ernst houden Cherkaoui en de zijnen ons een gruwelijke lachspiegel voor. Wat achterblijft is een Marokkaanse jongeman, even leeggebloed als de geit die uit verplichte gastvrijheid moest worden geslacht. Dat indringende slotbeeld maakt van 'Rien de rien' een meedogenloze afrekening en tegelijkertijd ook een gestamelde spijtbetuiging, door spelers die heel vakkundig voorwenden dat hen niets anders overblijft dan zichzelf te spelen.

Vooral die bloedserieuze parodie komt hard aan en moet er de reden van zijn dat deze wrange theatervrucht aan de boom van Les Ballet C de la B (het Gentse collectief van Alain Platel) in enkele weken een regelrechte festivalhit kon worden. Zo ook tijdens de twee geheel uitverkochte voorstellingen in het Amsterdamse Julidans Festival. Is 'Rien de rien' een hit of een hype? Met alle respect voor dit 'droomdebuut', zo fantastisch, sensationeel of vakkundig acht ik de vertragende inzakkers, herhaalde vondsten en onverklaarbare overgangen in deze nachtmerrie-show nu ook weer niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden