Mauritshuis onderzoekt echtheid van twee Rembrandts

Tronie van een oude man (de vader) Beeld Schilderij van Rembrandt, bewerking Suzan Hijink

Museum het Mauritshuis in Den Haag gaat nieuw onderzoek doen naar twee schilderijen uit de eigen collectie om erachter te komen of ze wel of niet van Rembrandt zijn. Het gaat om ‘Studie van een oude man’ (1650) en ‘Tronie van een oude man’ (1630-1631)  In het museum staan ze bekend als de ‘broer’ en ‘vader’ van Rembrandt.

Beide werken werden respectievelijk in 1891 en 1892 door Abraham Bredius aangekocht, de toenmalig directeur van het Mauritshuis en destijds de belangrijkste Rembrandt-expert. Bredius kocht ze als echte Rembrandts, maar het museum beschouwt ze nu als twijfelgevallen. Het onderzoek in het eigen restauratieatelier begint in september, meteen na afloop van de tentoonstelling ‘Rembrandt en het Mauritshuis’. Daar laat het museum alle achttien schilderijen zien die ooit als een werk van Rembrandt zijn verworven: naast de elf onbetwiste ook deze twee twijfelgevallen en vijf schilderijen die later toch niet van de grote meester bleken te zijn.

De ‘broer’ en ‘vader’ werden in het verleden al eens onderzocht, maar nu worden de nieuwste technieken ingezet. “Met elke generatie verbeteren de technieken”, zegt Edwin Buijsen, hoofd collecties van het Mauritshuis. “Hopelijk kan nu een antwoord worden gevonden op de vraag of ze wel of niet door Rembrandt zijn geschilderd.” Tegelijk met het onderzoek zullen ook latere overschilderingen worden verwijderd.

Restauratie

Saillant detail is dat Ernst van de Wetering, die nu al decennialang wereldwijd wordt gezien als de belangrijkste Rembrandtkenner, niet twijfelt over ‘Tronie van een oude man’ (de vader). Voor hem staat vast dat dit portret is gemaakt door Rembrandt. Hij baseert dat onder meer op het gegeven dat het houten paneel waarop het is geschilderd, uit dezelfde boom komt als de panelen van twee onbetwiste Rembrandts. In het Mauritshuis zetten ze vooral vraagtekens bij de rode streep op het oor, de rode vlekjes in de ogen en het rommelig geschilderde witte kraagje. Die zouden niet ‘des Rembrandts’zijn. Maar volgens Van de Wetering schilderde hij wel vaker een rood oor en passen de overige afwijkingen binnen de bandbreedte die hij aanhoudt. Ook de oorspronkelijk grijze kleur van de achtergrond  gebruikte Rembrandt vaker bij tronies. Later is die overgeschilderd met bruin. Bij het onderzoek zal die bruine verflaag worden verwijderd.

Studie van een oude man (de broer) Beeld Rembrandt

Over ‘Studie van een oude man’ (de broer) bestaan ook bij Van de Wetering twijfels. Volgens Edwin Buijsen is het schilderij in zo'n slechte staat dat het moeilijk te beoordelen is of Rembrandt het zelf maakte. Bij het onderzoek zullen onder meer oude vernislagen worden verwijderd. Toen Bredius het in 1890 in Londen zag, twijfelde hij geen moment over de echtheid. Hij vond het ‘een staal uit de rijpsten tijd des kunstenaars toen zijn meesterschap de volle hoogte had bereikt'. Omdat het Mauritshuis toen nog geen laat werk van de meester had, zag Bredius het als een mooie aanvulling op de collectie. Ook was hij ervan overtuigd dat het een portret van broer Adriaen van Rembrandt was, omdat het gezicht sprekend leek op de ‘Man met de gouden helm’- toen een van de beroemdste werken van Rembrandt. In dit schilderij, dat zich in Berlijn bevindt, was eveneens Adriaen herkend. Inmiddels wordt die identificatie niet meer geaccepteerd, terwijl ook de Man met gouden helm niet langer als een echte Rembrandt geldt. 

Hoe lang het onderzoek gaat duren, is niet bekend. Beide schilderijen zullen tegelijkertijd ook grondig worden gerestaureerd. Het is ook mogelijk dat het onderzoek geen uitsluitsel geeft over de maker. Maar deze ‘spannende zoektocht’ zal volgens Buijsen in elk geval nieuwe informatie opleveren over de schildertechiek.

Beide schilderijen zijn vervaardigd als zogenaamde ‘tronies’. Een tronie stelt niet specifiek een persoon voor, maar geeft een bepaald karaktertype of een emotie weer. In de negentiende eeuw, toen de roem van Rembrandt tot ongekende hoogte steeg, wilde men graag familieleden van hem in zijn schilderijen ‘ontdekken’. Zo kregen deze portretten het stempel van de vader en de broer. Maar elk bewijs ontbreekt dat het hier inderdaad gaat om zijn broer Adriaen van Rijn of vader Harmen Gerritsz van Rijn.

Vandaag is de aftrap van het Rembrandtjaar 2019. Wat maakt de kunst van Rembrandt van Rijn 350 jaar na zijn dood nog zo aantrekkelijk? Trouw vroeg het drie deskundigen.

‘Zo overweldigend, alsof de hemelpoort opengaat’

Iris Frederix, kunstenaar. Beeld Werry Crone

Iris Frederix is kunstenaar en schilderdocent, en de komende acht weken te zien als docent van de deelnemers van Project Rembrandt, het televisieprogramma op NPO1 waarin gezocht wordt naar de meest getalenteerde kunstschilder van Nederland. Daarbij geeft ze ook een online masterclass voor het programma.

“Twee dingen maken Rembrandt anders maken dan andere kunstenaars. Hij heeft een bijzondere techniek: hij gebruikt diepe kleuren en een vrije verfstreek, hij werkt niet alles helemaal uit. Dat is iets dat ik ook in mijn werk gebruik: het hoeft niet allemaal perfect, je moet ook delen van een schilderij onaf durven laten, hoe ongemakkelijk dat ook lijkt. Maar wat me meer opvalt, vooral als je Rembrandts werk tussen dat van tijdgenoten ziet, is het gevoel dat ik krijg bij het zien van een van zijn werken: alsof de hemelpoort opengaat. Dat kan je niet technisch uitleggen, het is zo overweldigend, en zo vertrouwd tegelijk.

Rembrandt schildert mensen, dat doe ik ook. Een abstract werk kan je ook raken, maar bij mensen is er direct herkenning - we zijn het immers zelf ook.’ ‘Olieverf is wat mij betreft nog steeds het mooiste medium, qua kleur en glans. Je hebt zelfs schilders die hun verf, net als Rembrandt, zelf aanmaken met pigment. Prachtig, maar mij wat te ingewikkeld. Ik koop gewoon tubes, dat had Rembrandt vast ook gedaan als hij dat had gekund.”

‘Wat mij intrigeert, is zijn fascinatie, met de zelfkant’

Matthias Rozemond Beeld Hollandse Hoogte / Ton Koene

Matthias Rozemond schreef onlangs ‘Het spel van licht en donker’, een roman over de jonge Rembrandt. 

“Dat er zoveel bekend is over de kunstenaar is niet altijd een voordeel voor een schrijver. Eerder schreef ik een roman over Jeroen Bosch, de gegevens die we over hem weten pasten op een half A4’tje. Dus dan kan je je fantasie de vrije loop laten. Dat is bij Rembrandt net iets anders, we weten soms van dag tot dag wat hij deed, wat hij in huis had en wat hij schilderde. Wat mij intrigeert is Rembrandts fascinatie met de zelfkant. Hij schildert en tekent zwervers, prostituees, plassende en poepende mensen. In mijn roman heb ik daar een verklaring voor gevonden, die teruggaat op zijn jeugd in Leiden. Daar leefde hij tussen twee werelden: die van het arme volk, samengepakt in krotten, en die van de rijke burgers in hun herenhuizen. Ik denk dat die liefde voor de zelfkant iets is dat moderne toeschouwers aanspreekt. Rembrandt gaat all the way, hij ­schildert zichzelf als een heer, maar aarzelt niet om zijn eigen aftakeling te schilderen.

Wat ook prettig is aan Rembrandt, is dat zijn levensverhaal absoluut geen successtory is. In plaats van op Facebook steeds geconfronteerd te ­worden met perfecte levens, weten we dat het leven hem niet altijd toelachte, door ­sterfgevallen maar ook door ­eigen onhandigheid. Dat geeft rust.”

‘Door een microscoop naar een werk kijken is, een groot avontuur’

Michiel Franken Beeld rkd

Michiel Franken is verantwoordelijk voor de Rembrandt Database en werkte bij het Rembrandt ­Research Project, dat de echtheid van schilderijen vaststelde.

“Ik ben altijd gefascineerd geweest door de ontstaansgeschiedenis van Rembrandts werk. Rembrandt beheerst de schilder- en tekentechniek zo goed. Door een microscoop naar een werk van Rembrandt kijken, dat is een groot avontuur. Dan denk ik: hoe krijgt hij dat nou weer voor elkaar? Het is een magisch moment waarop verf of een paar lijnen opeens een illusie worden.

Ons beeld van wat een beroemde kunstenaar is, is in de loop van de tijd erg veranderd. In 1900 werd Rembrandt nog gezien als een geniale eenling, inmiddels weten we dat hij een bruisend atelier moet hebben gehad. Dat weten we onder andere doordat er kopieën zijn van bekende schilderijen die nog niet af ­waren. Er ontbreekt dan een ­detail op de kopie. Die kopie moet in het atelier zijn gemaakt, omdat schilderijen nooit naar buiten kwamen voordat ze af waren.

Ik heb persoonlijk weinig met het Rembrandtjaar. Dat is iets dat is bedacht door de marketingmensen. Natuurlijk is het goed dat er nieuwe tentoonstellingen blijven komen. Rembrandt heeft zo veel werk gemaakt, zo veel onderwerpen, verschillende technieken, daar raak je nooit op uitgekeken.”

Tweede Rembrandtjaar van deze eeuw

Nadat in 2006 een Rembrandtjaar was vanwege de vierhonderste geboortedag van Rembrandt van Rijn, het in 2015 Van Goghjaar was vanwege diens 125ste sterfjaar, 2017 Mondriaanjaar was vanwege het eeuwfeest van De Stijl, is het nu tijd voor een herdenking van de driehonderdvijftigste sterfdag van Rembrandt. Naast tentoonstellingen in musea zijn er ook andere activiteiten die profiteren van het Rembrandtseizoen: de talentenjacht ‘Project Rembrandt’ op NPO1, kunsthandelaar Jan Six vertelt van vandaag t/m 3 februari elke dag om 22:45 uur op NPO2 over Rembrandt, er verschijnt een flinke stapel Rembrandtboeken, en het Rijksmuseum nodigt alle mensen die Rembrandt als voornaam hebben, uit om op 14 februari naar Amsterdam te komen voor de opening van de schilderijententoonstelling ‘Alle Rembrandts’. Op Rembrandt-2019 staat een overzicht van de museumactiviteiten.

Lees ook:

Het Mauritshuis pronkt dit Rembrandtjaar met zijn miskopen

Deze week begint het Rembrandtjaar 2019 met veel tentoonstellingen over het werk van de grote meester die 350 jaar geleden stierf. Het Mauritshuis toont ook de ‘miskopen’ van onechte Rembrandts, en de twijfelgevallen.

Ernst van de Wetering: ‘Ik ben niet van de Rembrandtpolitie’

Ernst van de Wetering (80) geldt ook in dit Rembrandtjaar als dé autoriteit als het gaat om de schilderijen van Rembrandt. Over een eventuele opvolger denkt hij niet na. ‘Ik acht de kans zeer gering dat mijn conclusies aangepast moeten worden.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden