Masur en Freire zitten op één lijn in Brahms pianoconcert

De laatste keer dat de Braziliaanse meesterpianist Nelson Freire in het Concertgebouw optrad, was in mei 2007. Hij redde toen het jubileumconcert van de Serie Meesterpianisten met een solorecital dat in plaats van het geplande programma met Martha Argerich kwam. De niet zo fitte Freire speelde toen onder zijn niveau.

Begin dit jaar revancheerde hij zich met een subliem tweede pianoconcert van Brahms in Rotterdam. Deze week vertolkt hij Brahms’ eerste pianoconcert in Amsterdam met het Concertgebouworkest en dirigent Kurt Masur. Freire is in opperbeste conditie, bleek woensdag.

Zijn spel was technisch zeer solide en krachtig genoeg om in dit ietwat onhandig geschreven, dik geïnstrumenteerde pianoconcert in de luidste passages voldoende boven het orkest uit te komen. De balans in de zachtere passages was soms minder gunstig, zeker als de blazers meededen, maar dat is eerder te wijten aan de veranderde klank van de orkestinstrumenten sinds het concert werd geschreven dan aan de componist en zijn vertolkers.

Opmerkelijk is dat Freire zeer ergonomisch piano speelt. Zonder zichtbare inspanning of overmatige bewegingen, weet hij een groot effect te bereiken: een gespierde toon en een rijke kleurenpracht. Vooral in de cadens van het Adagio liet Freire toverachtige geluiden horen in de schetsmatig ingeleide en zeer verfijnd uitgevoerde dubbeltrillers. Freire’s spel werd gekenmerkt door een grote ritmische precisie en metrische hechtheid. Hij kon zijn solo’s naadloos in de orkeststemmen voegen. Minpuntje was een ietwat snelle opening in de finale, die volgens Brahms ’allegro non troppo’ (niet te snel) moet worden gespeeld. Het woordje ’non’ leken Freire en Masur over het hoofd te hebben gezien.

De twee oude rotten in het vak vormden een perfect koppel dat interpretatief volledig op één lijn zat. Net als Freire wist Masur met minimale gebaren, maximaal resultaat te verkrijgen. Spectaculair was hoe hij het Concertgebouworkest een totaal andere klank wist te geven, minder briljant dan gewoonlijk, en veel meer gericht op het verkrijgen van een ’donkerbruine’, zinderende orkestklank.

In de negende Symfonie (’Uit de Nieuwe Wereld’) van Dvorak was Kurt Masur ook volledig in zijn element. Net als Dvorak heeft Masur zijn praktijk van de Oude (Leipzig) naar de Nieuwe Wereld (New York) verhuisd. Deze symfonie klonk als een op maat gesneden kostuum voor Masur, die het orkest in een veelheid aan kleuren en met veel gevoel voor dramatiek liet schitteren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden