Bouquetromans

Martin (58) uit Dokkum schrijft kasteelromannetjes: ‘Er is niks zo mooi als de liefde’

Bouquetroman van de hand van Martin Scherstra, alias Fleur van Ingen.Beeld Harlequin

Jarenlang probeerde gemeenteambtenaar en schrijver Martin Scherstra (58) uit Dokkum een voet tussen de deur te krijgen bij de Bouquetreeks. Tevergeefs, dat was voorbehouden aan vrouwen. Tot hij een verhalenwedstrijd won en nu al vijf jaar als enige man deze romannetjes schrijft. ‘Mijn hoofdpersonen hebben geen seks, maar bedrijven de liefde.’

Martin Scherstra woont in een doorsnee rijtjeswoning in een rustige straat in Dokkum. In de krap bemeten voorkamer staan twee brede bankstellen, twee stoelen en een groot tv-scherm. Ruim veertig jaar is hij samen met Pietie. Ze hebben twee zoons. Scherstra – rond brilletje, vriendelijke oogopslag – werkt achttien jaar op de afdeling Burgerzaken van de Friese gemeente Noard-East-Fryslân. Een leven dat weinig gemeen heeft met de jetset die figureert in de tien Bouquetreeksboeken die hij afleverde. Maar dat hoeft ook niet. Zijn vrouw Pietie zit bij het gesprek en vult af en toe aan. Zij is zijn eindredacteur en adviseur. Zonder Pietie’s goedkeuring gaat geen manuscript de deur uit.

De Dokkumse Bouquetschrijver Martin Scherstra.Beeld Martin Scherstra

Een man die romantische lectuur fabriceert, wat is daar zo gek aan, vraagt Scherstra zich geregeld af. “Als Karen Slaughter als vrouw in haar misdaadromans de gruwelijkste details opschrijft vindt iedereen dat heel gewoon, maar als Martin uit Dokkum kasteelromannetjes schrijft, is dat groot nieuws. Ik denk dan: toe effe.” Schrijven is nu eenmaal zijn lust en zijn leven. Zijn passie, zoals hij zelf zegt. “Ook in de weekenden. Maar in de vakanties alleen ’s morgens.”

Pietie vindt het best. “Ik kijk veel sport, daar houdt Martin weer niet van.” Een schrijftraining of -cursus volgde hij nooit. “Ik heb mezelf alles aangeleerd en ben autodidact.” Vorig jaar schreef hij maar liefst vier romans. “Dat was wel wat veel.” Pietie: “Toen heb je even niet geschreven. Twee dagen niet!” Ze schieten beiden in de lach.

Scherstra was zeven toen hij al zelfbedachte verhaaltjes schreef. Op een kladblok. In de weekenden op een typemachine. Die nam zijn vader mee van zijn werk. “Ik schreef van vrijdagavond tot maandagmorgen. Aan voetballen had ik een bloedhekel.” Zo jong als hij was, wist hij al dat hij schrijver wilde worden. Op de middelbare school ging het door. Opstellen schrijven was favoriet. Boeken voor zijn leeslijst voor Nederlands? Daarvan las hij alleen de uittreksels. Jan Wolkers en Harry Mulisch waren niet aan hem besteed. Hij las griezelboekjes en detectives. Pietie, met wie hij al op zijn veertiende verkering kreeg, verslond de Bouquetreeks. “Toen ik in militaire dienst zat, zei ze: Die moet jij ook eens lezen.”

Filmisch

Toen gebeurde er wat. “Zó wil ik schrijven, dacht ik. Filmisch, alsof je het voor je ogen ziet gebeuren. Dat je even 2,5 uur van de wereld bent”, zucht hij. “Ik noem ze wegdroomromans.” Die Bouquetromans lagen ten grondslag aan zijn schrijverschap. Hij gebruikte ze als ‘huiswerk’. “Ik leerde hoe sommige situaties werden beschreven. Hoe zou ik het doen?” Na militaire dienst kreeg zijn vrouw een baan in de bejaardenzorg. Ze zei: “Jij wilt schrijver worden, dus jij gaat schrijven. Ik verdien de kost.” 

Dat was het plan. Martin werd huisman. Tot Pietie na de geboorte van hun oudste zoon ziek werd. Werken kon ze niet meer. Martin was al thuis en werd nu ook mantelzorger. “Dat heeft achttien jaar geduurd. We zaten toen in de bijstand. Heftig? Wij vonden het gewoon. Welke vader kan zeggen dat hij zijn kinderen van kleins af aan heeft zien opgroeien?”

In 1986 verscheen zijn eerste boek bij Kluitman. Een detective voor de jeugd.” Hij schreef er vijf. “Toen ik aankaartte dat ik ook weleens wat voor meisjes wilde schrijven zeiden ze: ‘Dat doen vrouwen voor ons’. De deur ging dicht.” Scherstra: “Toen wilde ik wat anders: ik schreef een griezelboek ‘Kinderen op het menu’ voor Kok in Kampen. En later ‘Altijd wat met Ferdinant’ – met een t inderdaad. Bij de uitgever vonden ze dat een literair kinderboek.” Daarna volgden diverse streekromans, die hij aanvankelijk schreef onder het pseudoniem Mattie-Scherstra-Lindeboom. Voor uitgeverij Zomer&Keuning is hij inmiddels bezig met zijn twaalfde roman.

Al die jaren schreef Scherstra keer op keer brieven en mails naar uitgeverij Harlequin van de Bouquetreeks. Maar die hadden geen behoefte aan Nederlandse schrijvers. Op de Nederlandse markt verschenen alleen vertalingen. In 2015 zag hij zijn kans schoon. Harlequin schreef een verhalenwedstrijd uit ter gelegenheid van zijn 40-jarig bestaan. Scherstra won, maar Zomer& Keuning wilde dat hij onder pseudoniem ging schrijven. Dat vond Harlequin ook een goed idee, want vrouwen verkopen nu eenmaal beter dan mannen. Zo werd hij Fleur van Ingen en ging Scherstra’s droom in vervulling.

Beeld Harlequin Enterprises ULC

Hij is de enige mannelijke schrijver in Nederland van Harlequin. Bijzonder? Dat vindt hij zelf wel meevallen. “Iedereen vindt het leuk en speciaal, maar ik kijk er heel nuchter naar. Een man die romantische boeken schrijft. Nou en? Zijn vrouw vult aan: ”Als Saskia Noort over een motorbende schrijft, kijkt niemand daarvan op. Het is bijzonder omdat het niet vaak voorkomt. Maar misschien komen mannen en jongens nu ook op het idee om het te doen. Van het hokjesdenken moeten we af.”

Hij kan zich goed inleven in hoe een vrouw denkt en voelt. Hij heeft genoeg vrouwen om zich heen. “Ik moet me ook verplaatsen in een miljonair in Monaco, terwijl wij hier gewoon in Friesland zitten. Vrouwelijke lezers moeten zich met mijn hoofdpersonen kunnen identificeren. Ik ben een doodnormale, gevoelige man. Hoe zou ik me voelen onder die omstandigheden? Daarmee kom je een heel eind.”

Vast stramien

Scherstra schrijft volgens een vast stramien. Dat gaat als volgt: rijke, arrogante man, meestal Italiaan, Griek, Spanjaard of sjeik, treft dame. Eerst zijn er obstakels, maar op het eind worden de twee verliefd. Een happy end is standaard. Ooit voerde hij een schatrijke Zweedse zakenman op. Maar daar zag de uitgever weinig brood in.

“Rolbevestigend? Hoezo? Ik beschrijf knappe mensen die zich tot elkaar aangetrokken voelen. Het zijn gewoon goede, leuke en spannende verhalen. Er ontstaat een liefdesgeschiedenis en er is niks zo mooi als de liefde. Er is inderdaad altijd een of andere magnaat, maar de vrouwen zijn sterke vrouwen met goede banen. Ze zijn advocaat of plastisch chirurg. Dertig jaar geleden was dat anders, ja. Maar nu zijn de hoofdpersonen op alle fronten gelijkwaardig. Bij mij tenminste wel. Goed, de mannen zijn meestal wel vermogender, maar de vrouwen staan hun vrouwtje.”

Liefdesscènes beschrijft hij heel open. “Maar ik wil het wel mooi en netjes doen. Het n-woord gebruik ik niet. Ze hebben geen seks, dat klinkt zo hard, maar bedrijven de liefde. Het zijn twee mensen met gevoelens voor elkaar. Doktersromannetje zijn heel lang als niet volwaardig beschouwd. En nu vaak nog. Toch zijn het de meest verkochte boeken. Het zijn romans waar met veel zorg aan is gewerkt.”

Beeld Harlequin

Vorige maand onthulde de Leeuwarder Courant dat Fleur van Ingen Martin Scherstra was. Dat was vanwege de speciale Bouquet-uitgave ‘Leafde yn Ljouwert’, dat in de Friese hoofdstad speelt. De eerste druk met een oplage van 2500 stuks is al uitverkocht. “We hebben vijf jaar lang geheim kunnen houden wie Fleur van Ingen was. De reacties waren positief. Mensen spraken me aan en vonden het leuk.”

Ideeën te over

Van zijn schrijverij leven kan hij niet leven. “Vooral in het begin vond ik dat jammer. Maar mijn werk op het gemeentehuis vind ik ook prima.” Ideeën heeft hij te over. “Ik heb aan dit leven eigenlijk niet genoeg. Op zolder heb ik nog een bak staan met allerlei synopsissen en usb-sticks vol ideeën. Inspiratie heb ik altijd. Dat kan een woord zijn dat ik hoor. Of een aflevering van ‘Spoorloos’ of gewoon een gesprek. Ik zou graag nog detectives of thrillers voor volwassenen willen schrijven. Ik loop al jaren rond met een idee rond een Jaws-achtig verhaal. Ook op het vlak van fantasy of science-fiction zou ik me weleens willen wagen. Nee, ik ben nog lang niet uitgeschreven. Bij mij is een dag niet geschreven, een dag niet geleefd.” 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden