Opinie

Marthaler behandelt Maeterlinck liefdeloos

NTGent en Toneelgroep Amsterdam met ’Maeterlinck’. Gezien op 14/3 in Gent. Voorstellingen in Nederland 30 en 31/3 Utrecht Stadsschouwburg, 3-20/4 Amsterdam, Stadsschouwburg.

De Belgische toneelschrijver Maurice Maeterlinck (1862-1949) heeft iets van een hete aardappel die we maar al te graag naar de ander doorschuiven. Voor de in Gent geboren en getogen schrijver is het Frans altijd zijn eerste taal geweest, waarin hij ook vrijwel al zijn werk heeft geschreven. Hij kwam uit een welgestelde Vlaamse familie, en in die bovenlaag was het Frans de gesproken taal. Een ’Vlaamse schrijver’ is hij dus nooit geweest, zeker niet voor de Gentenaren in wier stad de Vlaamse arbeidersbeweging tot stand kwam.

Een van zijn bekendste toneelstukken is ’Pelléas et Melisande’, maar je kunt je afvragen of het nu nog bekend zou zijn, als Claude Debussy er geen opera van had gemaakt. Het symbolistisch theater waar hij een exponent van was, heeft aan het eind van de negentiende eeuw dan wel furore gemaakt, maar de fraai klinkende lyriek ervan en de breekbare mystiek zijn sindsdien al lang vervlogen.

Er was dus alle reden uit te zien naar de gastregie van de befaamde Zwitserse regisseur Christoph Marthaler van ’Maeterlinck’ in zijn eigen geboortestad, en het is beslist spijtig dat er niet voor gekozen is dan ook een stuk van de schrijver zelf uit de mottenballen te halen. In plaats daarvan monteerden Marthaler en zijn medewerkers een sferisch drama, eigenlijk meer een muziekdrama dat aan allerlei esthetische eisen ruimschoots voldeed, maar waar Maeterlinck zelf de grote afwezige was.

Weliswaar knipten de regisseur en dramaturg Koen Tachelet naar hartelust uit zijn werk, maar ik bleef toch wel met heel wat vragen zitten. De belangrijkste daarvan is, waarom de handeling zich afspeelt in een naai-atelier, zoals die in die tijd in grote aantallen bestaan moeten hebben in Gent.

De naturalistische vormgeving van de werkplaats van de uitgebuite naaisters (Anna Viebrock) doet zonderling aan bij deze symbolist. De naaimachines snorren er zonder naald en draad ratelend op los, ook als de vrouwen die ze bedienen (Wine Dierickx, Hadewych Minis, Frieda Pittoors en Sasha Rau) al uitgeput ernaast of op de grond zijn gezakt. Het patronaat, waartoe Maeterlinck zelf behoorde, staat languissant langs de kant toe te kijken of vouwt de was op: Marc Bodnar, Graham Valentine en Steven Van Watermeulen. Deze ongetwijfeld sardonisch bedoelde visie op de schrijver vind ik bekrompen en wel erg makkelijk, al wordt er vrijwel continu fraai gezongen onder leiding van zangeres Rosemary Hardy.

Met die muziek is ook iets mis: waarom al die kerkmuziek, en vooral een aan het slot lang uitgesponnen kyrië eleison? Maeterlinck was toch een vrijdenker, wiens boeken in 1914 door de kerk op de index werden geplaatst? Hardy op een orgeltje en Bendix Dethleffsen op piano (veel Satie) maakten dan wel een muzikaal feestje van de voorstelling, maar de kans echt iets van Maeterlinck te laten zien, werd talentvol en doeltreffend gesmoord.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden