Interview

Marjolijn van Heemstra: Je moet op weg zijn naar iets waar je in gelooft

Marjolijn van HeemstraBeeld Trouw

Van Heemstra werd met haar boek over oudoom Frans die in 1946 een aanslag pleegde op een NSB’er genomineerd voor de Libris Literatuurprijs.

‘Een hardleerse slijmbal uit op dankbaarheid'. Zo omschreef Trouw-columnist, schrijver en theatermaker Marjolijn van Heemstra zichzelf onlangs in een column. Een idealist die er niet voor terugdeinst het eigen idealisme tegen het licht te houden, zo kun je haar ook typeren. Als theatermaker maakte ze geprezen voorstellingen waarin ze mythes en vooroordelen ontrafelt, ook die van haarzelf. Zoals ‘Jeremia’, over de aanslag op de Centrumpartij in Kedichem en het dogmatisme van links in de jaren tachtig. En ‘Zohre’ over het inburgeringsproces vol hindernissen van Van Heemstra’s Afghaanse oppas Zohre.

'En we noemen hem'

De aanleiding voor dit gesprek is het succes van haar laatste boek ‘En we noemen hem’. De vorig jaar verschenen ‘oorlogsroman’ is een van de zes nominaties voor de Libris Literatuurprijs die maandag wordt uitgereikt. Ook dit is een morele vertelling waarin ‘goed’, ‘kwaad’ en ‘grijs’ worden onderzocht en getoetst. In het boek pluist de zwangere vertelster het verzetsverleden uit van een oudoom van wie ze via via een ring erfde, op voorwaarde dat ze haar eerste kind naar hem zou vernoemen. Frans van Heemstra pleegde in 1946 op Sinterklaasavond een dodelijke aanslag op een oud-NSB’er en heeft sindsdien in de familie het aureool van verzetsheld. Voordat de ‘ik’ haar zoon vernoemt wil ze toch wat meer weten van de naamgever in wiens naam ze ‘een moreel kompas’ zoekt, ‘een naam waarop je kunt navigeren’. Hoe zat het eigenlijk met die bomaanslag? Was het wel zo’n heldendaad? Kwamen er niet ook onschuldige mensen bij om?

De speurtocht levert een spannende reconstructie op in de traditie van ‘De aanslag’ en ‘De vergelding’, doorspekt met de existentiële twijfels (en fysieke ongemakken) die de zwangere teisteren. De grote vragen van ‘goed’ en ‘fout’ op het scherpst van de snede gesteld, want voorafgaand aan een gekoesterd nieuw leven. Stap voor stap diept de vertelster de duistere keerzijde op uit de oorlogsarchieven. Speurend naar de motieven van oudoom Frans groeit ook het besef dat ‘geen enkel verhaal recht doet aan de doden’, dat de mens ‘een onkenbaar web’ is in wiens geschiedenis veel andere geschiedenissen meeklinken.

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld Patrick Post

Dit werd achteraf bevestigd door vrienden van Frans die contact zochten met de schrijfster om het door haar geschapen romanbeeld van botte avonturier weer bij te stellen. Frans zou ook onderduikers naar Zwitserland hebben helpen ontsnappen, meldde iemand. Zeker had hij in zijn laatste jaren spijt gehad van zijn daad, meldde een ander.

“Die reacties zorgden er wel voor dat ik met meer mededogen naar hem ben gaan kijken”, aldus Van Heemstra nu. “Tegelijk weerklonk in die gesprekken ook weer de sociale wereld waar hij uitkwam, niet mijn wereld, een machocultuur, die racewereld en zo. Narcistische types. Maar het grappige is: omdat ik die mannen nu spreek, nu ze negentig zijn, hebben ze ook iets heel kwetsbaars. Ik kon me Frans beter voorstellen als oude man. Ik kreeg kleurenfoto’s van hem te zien ook, eerder zag ik alleen zwart-witfoto’s. Dat bracht hem wel veel dichterbij.”

Groeide u zelf op met de oorlog thuis?

“Niet meer dan zoals iedereen in Nederland met de oorlog opgroeide. Er waren wel wat verhalen in de familie: in mijn boek noem ik de hulp bij wie de duim was afgehakt, en het verhaal van de opa van mijn vader die gefusilleerd is. Maar mijn ouders zijn van na de oorlog, van de jaren vijftig.”

“Het verhaal van Frans zat wel erg lang in mijn hoofd, mijn ring herinnerde eraan, dat moest ik dus eens uitzoeken. Alleen ik zocht iets wat zijn verhaal verbond met het heden. Het gevaar van een verhaal over de oorlog is dat het verleden blijft en dat wij ons moeten gaan voorstellen hoe we toen gehandeld zouden hebben. Terwijl de oorlog ook nu is. Letterlijk in dat er nog oorlog is waar we als Nederland bij betrokken zijn, en figuurlijk in dat die verhalen ons leven vormen. Dus ik zocht naar een manier om daar iets over te zeggen en ik wilde heel graag schrijven over die ervaring van zwanger zijn en een kind op de wereld zetten. De gedachten die daarmee gepaard gaan. Pas toen ik die verhalen kon combineren kon ik er een boek over schrijven.”

Waarom was het zo belangrijk dat uw oudoom ‘goed’ is?

“Maar dat is niet zo belangrijk voor me. Ik beschrijf ook geen grote teleurstelling bij de ontdekking dat hij niet deugt. Het is belangrijk om te weten of het verhaal wel of niet klopt omdat je zo’n verhaal doorgeeft.

“Dit boek gaat ook niet zozeer over je verantwoordelijkheid in de oorlog maar over je verantwoordelijkheid bij de overdracht van het verleden. Je bent toch altijd een scharnierpunt tussen heden en toekomst. Dat zit hem ook in de naam, het verhaal dat je meegeeft.”

Die hang naar goed doen, iets betekenen voor de samenleving, zit ook in uw eerste roman, over de verdwijnende adel en het noblesse oblige. Bent u daarmee opgevoed?

“Dat idee van de adel wordt vooral gekoesterd door mensen die er nog erg mee bezig zijn, maar ik ben niet heel adellijk opgevoed. Thuis speelde het iets betekenen voor de samenleving wel een grote rol, maar dat kwam niet door mijn adellijke afkomst, meer omdat mijn ouders zo bezig waren, in die tijd. Mijn ouders waren gewoon heel lang heel links. Dat soort programma’s keken we, dat soort boeken lazen we. Dat ging dan over zielige mensen die gered moesten worden, het milieu dat gered moest worden, alles moest gered. De hele tijd moesten we iedereen redden.”

Daar borduurt u in uw werk op voort?

“Daar kan ik zeker ook kritisch naar kijken, al is dat altijd makkelijk voor een volgende generatie. Als ik nu terugkijk zie ik dat er veel paternalisme in zit. ‘Kinderen voor kinderen’ is natuurlijk ook afschuwelijk, “een kind onder de evenaar wordt meestal maar een bedelaar”, met dat soort teksten groeide ik op. Maar hun idee van een goed leven leiden was wel ook een poging om je tot anderen te verhouden. Dat vind ik wel een fijne manier van in het leven staan.

“Zo’n levenshouding van ergens naar streven is denk ik wel gezond. Je moet wel op weg zijn naar iets waar je in gelooft.”

Speurt een schrijver niet juist naar de keerzijde, vanaf de zijlijn?

“Dit ligt maar aan wanneer je schrijft, welke tijd, welke boeken, welke schrijvers. Toen ik begon als theatermaker met ‘geëngageerd’ theater werd dat helemaal niet serieus genomen. Ik heb toen zo vaak gehoord dat we de schaduwzijde moesten laten zien. Ik had dat wel gezien. Ik heb meer zin in een voorstel, een oplossing, een visie.

“Wat me interesseert is hoe mensen handelen, hoe ze hun leven inrichten naar een ideaal. Maar ook: wat is de grens, wat moet je inleveren en waar moet je aan vasthouden? Ik ben erg geïnteresseerd in mensen die voor grote ideeën gaan en welke offers ze daarvoor brengen, en of je dan onderweg niet het goede verliest.

“Ik heb een voorstelling gemaakt over Gary Davis en overweeg om mijn volgende boek over hem te schrijven. Hij reisde zijn hele leven met een zelfgemaakt paspoort omdat hij in de Tweede Wereldoorlog Duitsland had gebombardeerd. Daarna wilde hij nooit meer in zo’n situatie verzeild raken. Ik heb hem opgezocht vlak voor zijn dood. Zijn huwelijk was gestrand, hij zag zijn zoons niet meer. Maar hij had wel nog dat paspoort, dat kon hij ook niet meer loslaten. Dat interesseerde me: wat maakt nou dat mensen zo geloven in iets dat ze hun hele leven daarnaar inrichten?”

U schreef een column over de generatieslange doorwerking van rijkdom en armoede. Dat levert ook blinde vlekken op.

“Ja, die blinde vlek is vaak het punt waar het om draait. Het is iets wat ik steeds onderzoek, maar dat is ook lastig vanwege het blinde van die vlek. Er zijn altijd weer gebieden waar anderen je op moeten wijzen.

“Mijn eerste voorstelling, ‘Family 81’, was daarin meteen confronterend. Ik had contact gezocht met drie mensen die op dezelfde dag als ik geboren zijn, in Libanon, in India en in Zuid-Afrika, om te kijken wat we gemeen hadden als generatiegenoten. Eerst alleen via Skype maar ik ging ook een week bij hen op bezoek. In Zuid-Afrika liep het contact met performancekunstenares Ntando Cele helemaal mis. Ik was ervan uitgegaan dat haar jaren ’90 optimistisch waren geweest, net als de mijne, want tenslotte was Mandela vrijgelaten en de Muur gevallen. Maar ze had vreselijke dingen meegemaakt in die tijd. Ik had me niet gerealiseerd hoe bijna gewelddadig mijn aanwezigheid was, alle vragen die ik op haar afvuurde. Alleen al het feit dat ik haar ervaringen wilde gebruiken in míjn verhaal raakte aan ongeveer alles wat haar kwaad maakte. Hoe meer ik vroeg, hoe meer zij mij op afstand hield. Ze wilde letterlijk niet meer naast mij zitten, ik moest achter in de auto gaan zitten. Voor mij was die confrontatie een grote eyeopener. Het is ook zeven jaar geleden, ik zou die voorstelling nu nooit meer zo maken. Toch was mijn naïviteit ook goed. Ik kwam daar met ‘kom, we zijn op dezelfde dag geboren, laten we kijken wat we delen’. En zij voelden zich toch alle drie aangesproken.”

Nu is het engagement terug. Past deze tijd u?

“Ik denk dat veel dingen nu aan het licht zijn, maar ik vind het ook ingewikkeld. Die identiteitspolitiek, de #MeToo- discussie. Volgens mij is de geest uit de fles, en dat is interessant, maar het is ook erg de vraag waar dat toe gaat leiden. Ik vind het lastig om te bedenken wat je nou eigenlijk aan het bewerkstelligen bent als je meegaat in deze discussies - waar het op uitloopt.”

Marjolijn van Heemstra (1981), columnist in Trouw, is schrijver, dichter en theatermaker. Haar laatste voorstelling, ‘Zohre, een Afghaans-Nederlandse soap’, gaat deze maand wegens succes in reprise. Met haar roman ‘En we noemen hem’ won ze de BNG Literatuurprijs en is ze genomineerd voor de Libris Literatuurprijs die aanstaande maandag 7 mei wordt uitgereikt.

Schrijfster en theatermaakster Marjolijn van Heemstra denkt na over geld en wat van waarde is. Lees hier meer van haar columns.  

Lees ook: Van Heemstra sleept je mee in haar spannende zoektocht

De recensie die in Trouw verscheen over 'En we noemen hem', geschreven door Marjolijn van Heemstra. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden