Marius Bauer verkoos sfeer boven spot

Het Markiezenhof in Bergen op Zoom werpt een verrassend licht op tekenaars van spotprenten uit de late 19de eeuw.

Als schilder en tekenaar van sfeervolle, maar altijd wat tijdloze beelden die hij op zijn vele reizen naar de Oost en de Oriënt heeft vastgelegd, verwierf Marius Bauer (1867-1932) grote faam. En dat in weerwil van het feit dat deze eigenzinnige kunstenaar wars was van deelname aan de voor die tijd zo modieuze stromingen als eerst het impressionisme en de Haagse School en later de talloze ismen (als expressionisme of fauvisme) die het begin van de moderne kunst markeren. Die eigenzinnigheid staat wederom centraal op een tentoonstelling die een wel heel apart fenomeen in zijn grafische oeuvre toont, namelijk dat van de spotprent.

Dit medium, dat ook in Nederland altijd een journalistiek karakter heeft gehad, werd door Bauer op een weinig actuele wijze gebruikt. Dat gebeurde in een tijd van slechts twee jaar waarin hij talloze litho’s maakte voor het in Amsterdam verschijnende tijdschrift De Kroniek.

Bauer leverde op verzoek van de hoofdredacteur P. L. Tak met grote regelmaat een tekening waarin hij inging op een bepaalde politieke situatie die op dat moment in het blad werd geanalyseerd. De prent – want het gaat hier om een bijvoegsel dat in druk bij het blad verscheen en gratis aan de abonnee toekwam – moest een hoog satirisch gehalte hebben. Wanneer je Bauers werk vergelijkt met dat van de andere medewerkers, valt het met die scherpte en spitsvondigheid wel mee.

Bauer prefereerde contemplatie boven humor en wilde het onderwerp van zijn belangstelling het liefst sparen, eerder dan het tot de grond toe af te breken. Dat is ook de conclusie na het zien van zijn werk dat onderdeel is van de expositie ’Spotprenten in the spotlights’, in Nederlands enige in spotprentkunst gespecialiseerde museum Het Markiezenhof in Bergen op Zoom. In de historisch zo fraaie context van dit paleis slaagde gastconservator Henk Slechte er in om de meeste litho’s en illustraties van De Kroniek op een losse maar daarom niet minder aandachtvragende wijze voor het voetlicht te brengen.

De belangstelling voor het werk van Bauer is in de afgelopen jaren flink gegroeid, niet in het minst door de niet nalatende ijver van de Bauer Documentatie Stichting die meewerkte aan presentaties in musea in Zutphen, Haarlem, Zeist en Laren. Dit soort tentoonstellingen wees steevast op het feit dat Bauer in de Nederlandse schilderkunst van de periode 1880-1920 (waarin de overgang van Haagse School naar volledig abstracte kunst plaatshad) een bijzondere plek innam. En dat vanwege het feit dat hij een van de weinige Oriëntalisten was, kunstenaars die in de landen van Noord-Afrika, het Midden-Oosten en diep in Azië inspiratie opdeden voor het weergeven van een wereld vol mysterie. Pasha, emirs en sultans, omgeven door hun lievelingsvrouwen uit de harem, slavendrijvers die hun waar op de plaatselijke markt verhandelden, straatmuzikanten die hun slangen uit een pot floten, schapenboeren die hun vee naar het slachthuis brachten; het waren thema’s waar de gemiddelde kunstkijker zich graag aan wilde overgeven. Waarschijnlijk was het ook het hoge gehalte aan sensualiteit dat al die blote negerinnen etaleerden, dat het oriëntalisme zo populair maakte. Bauer ging op dat punt echter niet mee. Hij koos voor een meer serene, noem het ook sprookjesachtige verbeelding van de couleur locale.

Zulke overwegingen speelden geen rol als het er om ging de dagelijkse politieke wederwaardigheden in deze moerasdelta op de hak te nemen. Integendeel, de spotprent moest het hebben van de opvatting ’snel door de bocht’, belust op een bulderende lach en niet op een subtiele glimlach. Het siert Bauers eigenzinnigheid dat hij nauwelijks gevolg heeft gegeven aan het verzoek tot al te grote uitbundigheid. De Kroniek, een algemeen georiënteerd weekblad voor een kleine schare lezers (waarschijnlijk niet meer dan 800), werd door tijdgenoten geroemd als ’een brandpunt van geestelijk leven in Nederland’. Over politieke en maatschappelijke ontwikkelingen gingen heel wat verhalen, maar veel aandacht was er ook voor de cultuur. Hoofdredacteur Tak slaagde er in om de beroemdste kunstenaars van zijn tijd aan zich te binden. Behalve Bauer, die het pseudoniem Rusticus had aangenomen (Latijn voor boer, een verwijzing naar zijn Duitse naam), waren daar ook Antoon Molkenboer, Jan Toorop, Theo van Hoytema, Antoon Derkinderen en Willem van Konijnenburg bij.

Typisch kunstenaars van het fin de siècle, van de Art nouveau dus. En het moet gezegd worden, als spotprenttekenaars waren ze veel scherper, veel alerter en humoristischer dan de dromer Bauer. Het beste voorbeeld daarvan hangt in Het Markiezenhof. Op een bepaald moment speelde in Nederland een zaak die ook nu nog een grote actualiteit kent. Langs de kust van Noord-Afrika waren aan het einde van de 19de eeuw tal van piraten actief die het West-Europese handelsvloten knap lastig konden maken. In april 1895 was ook een Nederlands schip aan de beurt: de brigantijn Anna onderging een raid van Marokkaanse zeerovers die de kapitein doodden, de overige bemanning martelden en zich de lading van het schip toeeigenden. Waarop Nederland niet ten onrechte in staat van opwinding kwam te verkeren en een eskader oorlogsschepen naar Tanger stuurde om daar een schadevergoeding op te eisen. Dat het niet tot vergaande veiligheidsacties kwam, wordt toegeschreven aan het feit dat op het moment suprème bevriende mogendheden niet te hulp wilden schieten.

Bauer koos als invalshoek voor zijn opdracht voor de bewuste ’tegenpartij’. Hij bedacht dat er met de komst van de Nederlandse fregatten wel eens paniek in het vorstelijke paleis zou uitbreken en gaf vervolgens een sfeervol beeld van al die kommer en kwel die dat met zich mee zou brengen. Temidden van handenwringende volkse typen en moeders die hun baby ten hemel heffen, zit de sultan in gepeins verzonken. De hele enscenering heeft een hoog Anton Pieck-gehalte en wekt meer een meewarig gevoel op dan een oproep tot solidariteit met de slecht behandelde zeelieden.

Tegelijk reflecteert Bauer in zijn stijl op de Hollandse Gouden Eeuw door de voorstelling in een prachtig rembrandtesk licht te hullen. Zulke kunsthistorische overwegingen waren Molkenboer, Toorop en Derkinderen volslagen vreemd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden