InterviewMargalith Kleijwegt

Margalith Kleijwegt schrijft over haar familie en de oorlog: ‘Als Jood voel je toch een soort verbondenheid met al die doden’

Margalith Kleijwegt  Beeld Jildiz Kaptein
Margalith KleijwegtBeeld Jildiz Kaptein

Pas toen de uitgever zei dat het verhaal van haar Joodse familie nu eenmaal geen licht verhaal is, kon Margalith Kleijwegt de geschiedenis opschrijven. In Verdriet en boterkoek vertelt ze hoe drie ­generaties met de erfenis van de oorlog omgaan.

Amper twintig is Netty Rosenfeld in 1942 als duidelijk wordt dat onderduiken de enige hoop biedt om te overleven. Zo’n twee jaar zal ze verblijven bij een gezin in Eindhoven. Ze kookt soms, maar brengt verder de dag grotendeels door op een zolderkamertje met één raam; de tuin is verboden terrein, het wemelt in de buurt van de NSB’ers. Haar tien jaar oudere zus Esther zit een aantal straten verderop ondergedoken. Contact tussen de twee is onmogelijk, ze weten ook niet hoe het Esthers nog heel jonge zoon Jaap vergaat, die terechtkomt bij een familie in Laren.

De drie overleven de oorlog. Esthers man Herman niet; hij probeert naar Spanje te komen, maar wordt verraden en sterft in Auschwitz. Ook vader Hartog Rosenfeld, die er niet van overtuigd kon worden dat zijn leven in gevaar was, vindt de dood. Hij wordt vermoord in Sobibor.

Journalist Margalith Kleijwegt, dochter van Netty die na de oorlog naam maakte, eerst als omroepster en later ook als programmamaakster, wilde het verhaal van haar Joodse familie al lang opschrijven. “Het heeft me mijn hele leven beziggehouden.” In de loop der jaren verzamelt ze allerlei informatie, praat met familieleden, oude vrienden van haar moeder, de man bij wie Netty ondergedoken heeft gezeten. “Maar ik vond het heel moeilijk om de juiste toon te vinden. Ik moest een drempel over, nog steeds eigenlijk. Ik wilde een licht boek maken, niet sentimenteel, niet larmoyant of dramatisch. Tot mijn uitgever tegen me zei: ‘Maar het is geen licht verhaal, het was een catastrofe.’ Ze heeft gelijk, ­realiseerde ik me, en dat hielp me verder.”

Nu is er Verdriet en boterkoek, het mooi en geserreerd vertelde verhaal van Netty, Esther en Jaap, maar ook van haarzelf en haar broer, en de derde generatie voor wie (en het is tot Kleijwegts grote opluchting) de oorlog wel bestaat, maar tegelijk ook lang geleden is.

Netty en Esther reageerden heel verschillend op hun oorlogservaringen.

“Mijn moeder heeft het besluit genomen dat ze de oorlog, hoe dan ook, achter zich zou laten. ‘Ik heb de oorlog van me af gevochten’, zo omschreef ze dat later. Ze had een enorme energie, die gebruikte ze om een fantastische carrière op te bouwen. In oktober 1951 presenteerde ze de allereerste tv-uitzending van de Avro. Ze wilde zichzelf niet uit het veld laten slaan en dat deed ze dan ook niet. Mijn tante Esther reageerde heel anders, die nam veel meer de slachtofferrol aan. Ze ging niet werken, liet het leven op zich afkomen, ze was eigenlijk altijd moe. Ze sliep elke middag, dan mocht je haar niet storen.”

Margalith Kleijwegt  Beeld Jildiz Kaptein
Margalith KleijwegtBeeld Jildiz Kaptein

Zo eenduidig als het klinkt, was het echter niet, zeker niet voor Netty. De oorlog van zich af gevochten? Ja, hij kon tijdenlang naar de achtergrond verdwijnen, en dan ineens toch weer de kop opsteken. Haar moeder droeg tot het eind van haar leven een schuldgevoel met zich mee, aldus Kleijwegt (70). Over de patiënten die ze, als leerling-verpleegkundige in het Centraal Israëlietische ziekenhuis in Amsterdam, in de steek had gelaten door onder te duiken.

Maar vooral over haar vader, die maar bleef geloven dat het allemaal zo’n vaart niet zou lopen. Een poging van Netty om een ambulancechauffeur zover te krijgen hem thuis op te halen om hem op het laatste moment in veiligheid te brengen in ruil voor een kostbare ring, mislukte. Een dergelijk hachelijk klusje durfde de man niet aan.

Kleijwegt: “Ze vertelde erover in stukjes en beetjes. Maar hoe gaat dat? Als kind vind je het naar te zien dat je moeder verdriet heeft, maar je duwt het weg, je gaat iets anders doen, buiten spelen, naar vriendinnen toe. Met het schrijven van dit boek kon ik me daarvoor niet meer afsluiten. Ik moest het allemaal tot me door laten dringen en dat was heel pittig.”

Ze gingen ook heel verschillend om met hun Joodse identiteit.

“Mijn tante vond het fijn om bij de Joodse gemeenschap te horen. Mijn moeder kreeg al de zenuwen als ze eraan dacht, ze verzette zich er enorm tegen. Ze wilde niet Joods zijn, ze had het ook nooit willen zijn, Joods zijn was vooral een last, ze was rebels. Maar ook daarin was ze ambivalent. Zo kon ze regelmatig het woord gojs, niet joods, gebruiken en dat was dan bepaald niet complimenteus bedoeld. En wat er altijd was, was angst voor antisemitisme, dat maakte haar heel kwetsbaar. Ik vond het verdrietig om dat te constateren. Netty was in 1945 nog maar net omroepster bij Radio Herrijzend Nederland of er kwamen al antisemitische brieven binnen.”

En dat zou haar hele leven zo blijven. Kleijwegt herinnert zich dat onbekenden haar ook weleens thuis opbelden, vaak als reactie op een radio- of tv-uitzending, met ‘de mededeling dat de Duitsers vergeten waren haar te vergassen’. Haar moeder raakte dan ontregeld, schrijft ze, werd boos, en ging daarna weer gewoon door. Volgens een vriend deed Netty wel heel stoer, maar was ze eigenlijk altijd bang.

U hoort zelf bij de zogeheten ‘tweede generatie’. Maar die term maakte u lang ongemakkelijk.

“Ik ben niet Joods opgevoed, aan speciale feestdagen deden we niet. Maar ik wilde toch graag weten meer weten over onze familie, wat er tijdens de oorlog was gebeurd. Ik las alles wat los en vast zat. Maar het idee dat ik een trauma zou hebben, vanwege het oorlogsverleden van mijn familie? Nee, daar wilde ik niet aan. Pas later is tot me doorgedrongen dat ik toch wel een tik van de molen heb gekregen. Het verdriet van mijn moeder, de zwaarte van het verleden heeft ook mij bedrukt. Maar ik blijf er ambivalent over.

“Net als over mijn Joodse identiteit. Vroeger vertelde ik echt nooit dat ik Joods was. En nu nog merk ik dat, als je het vertelt, het onmiddellijk tot vragen leidt – of je ham eet en zo. We blijven blijkbaar toch een beetje vreemde wezens. Het is lastig om te beslissen hoe je je daartoe moet verhouden; je bent Joods, maar wat moet je ermee. Tegelijkertijd voel je met al die doden toch een soort verbondenheid. Maar ik denk dat het geen toeval is dat ik veel heb geschreven over Nederlanders met een Turkse of Marokkaanse achtergrond. Daar wordt vaak ook anders naar gekeken.”

Hoe de oorlog is verdwenen is de ondertitel van uw boek. Volgens u weegt het verleden veel ­minder zwaar voor uw zoon, de kinderen van uw broer, de kleinkinderen van Jaap.

“Net als Netty en Esther verschillend reageerden en ook mijn broer en ik anders omgaan met het verleden, geldt dat ook voor de jongste generatie. Maar zij dragen het toch veel minder met zich mee. Het is voor hun ancient history. Een van de kleinkinderen van Jaap zei eens tegen me: Margalith, voor mijn medestudenten is dat de tijd van de dinosaurussen, het is echt heel lang geleden.”

Die afstand neemt de zwaarte weg. Haar eigen, in 1991 geboren, zoon heeft het over ‘die shit van jullie’. “Vooral dat ‘jullie’ liet zien hoe ver die periode inmiddels van ze af stond. De ballast was weg”, schrijft Kleijwegt. En daarmee lijkt de geschiedenis zelfs wel iets cools te krijgen. Uit Verdriet en boterkoek: “Voor deze nieuwe generatie leek het verleden van hun grootouders eerder fascinerend en zelfs wel spannend. Die oudjes, hun grootouders, hadden toch maar deel uitgemaakt van de belangrijkste gebeurtenis in de recente geschiedenis.”

Maar helemaal weg? Nee, toch niet. Alert op antisemitisme is ook deze generatie. En dat niet alleen, zo ziet Kleijwegt, ze zeggen er ook wat van. Daarin herkent ze iets van haar moeder, inmiddels bijna twintig jaar geleden overleden. “Netty zei altijd: als iemand iets discriminerends zegt moet je erop slaan. Ze was daarin weinig subtiel.”

Margalith Kleijwegt  Beeld Jildiz Kaptein
Margalith KleijwegtBeeld Jildiz Kaptein

Is dat dan wat de verschillende generaties bindt, dat je toch op je hoede moet zijn?

“Ja. En er is een gevoel van verbondenheid dat je deel uitmaakt van een familie waarmee iets groots is gebeurd. En dat verhaal wilde ik graag vertellen. Kijk je naar de geschiedenis van mijn familie, dan zie je hoe ter goeder trouw velen destijds waren, hoe het als een totale verrassing kwam dat ze slachtoffer werden. Het is altijd weer goed om dat op te schrijven, hoe sluipenderwijs discriminatie kan gaan. Al is mijn boek niet als waarschuwing bedoeld, wat mensen eruit willen halen, halen ze eruit. Ik wil op deze manier mijn familie in gedachten houden. Eigenlijk wil ik ze graag voor mezelf houden, maar tegelijkertijd wil ik anderen laten weten dat ze hebben bestaan.”

Leest u nog steeds alles over de oorlog?

“Nee, dat doe ik niet meer. Ik kan er ook slechter tegen. Het boek van Pieter van Os (Liever dier dan mens, red.) bijvoorbeeld, daar zou ik me echt toe moeten zetten. Het zal ongetwijfeld prachtig zijn, maar voorlopig denk ik; het komt nog wel.”

Wat doet u op 4 mei?

“Ik ga altijd herdenken. Meestal op de Weteringschans (Amsterdam, red.), daar is een monument, en ik leg bloemen bij de Hollandsche Schouwburg. Vorig jaar was ik natuurlijk, net als iedereen, thuis. Ik was erg onder de indruk van zowel de koning als Arnon Grunberg. Mijn moeder werd in de aanloop naar 4 mei altijd onrustiger, verdrietiger. Ze vond dat echt een vreselijke dag.”

Kon uw moeder 5 mei vieren?

“Dat is een goede vraag. Volgens mij niet, ik heb daar in ieder geval geen enkele herinnering aan. 4 mei werd herdacht, dat was een zware dag, 5 mei ging voorbij. En dat was ook niet erg.”

Margalith Kleijwegt (Hilversum, 1951) werkt als onderzoeker en journalist. Ze studeerde aan de sociale academie in Amsterdam en werkte enige tijd in Londen als maatschappelijk werker. Ze schreef onder meer voor Vrij Nederland. Ze publiceerde veel over onderwijs, zorg en de multiculturele samenleving. Ze schreef onder meer Onzichtbare ouders, de buurt van Mohammed B. (2004), over het isolement van allochtone ouders en kinderen in Amsterdam-West en Terug naar Oude Pekela (2011) over de nasleep van de zogeheten Clownsaffaire, een zedenzaak met tientallen kinderen.

null Beeld

Margalith Kleijwegt
Verdriet en boterkoek.
Hoe de oorlog is verdwenen

Atlas Contact;
208 blz. € 19,99

Lees ook:

Deze ontspoorde wereld: een indringend dagboek van een onderduikster die een donkere toekomst tegemoet gaat

Dagboek van een Duits-Joodse onderduiker in Jutphaas toont de mentale strijd van haar moeder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden