Review

Mao het monster

Jung Chang, auteur van de bestseller ' Wilde Zwanen', schreef met Jon Halliday een biografie van Mao Zedong. Deze wordt in Nederland gehypet met een heruitgave van ' Het rode boekje' van Mao. Fraai contrast: De ultieme heiligverklaring versus een levensverhaal waaruit Mao oprijst als de belichaming van de meest weerzinwekkende slechtheid.

Geniaal rebel, visionair, filosoof, dichter, held van het volk, bevrijder, wereldleider. Beul van het volk, bloeddorstige machtswellusteling, vrouwenschender, verrader van vrienden en getrouwen, paranoïde manipulator, massamoordenaar, monster. Wat hij ook was, het leven van Mao Zedong (1893-1976) is voer voor biografen. Er bestaan dan ook levensbeschrijvingen te over, ook na aftrek van onversneden propaganda, en er zullen er nog vele volgen.

Ook Chang en Halliday, de auteurs van de jongste biografie, betwisten niet dat Mao onvergelijkelijk veel invloed heeft gehad op het moderne China. Integendeel, er blijft in hun visie weinig over dat níet het resultaat is van zijn bemoeienis. In het kwade althans, want in ruim achthonderd bladzijden staat nog geen bijzin die de mogelijkheid openlaat dat Mao ooit werd gedreven door iets anders dan machtshonger en bloeddorst.

Nu is de stelling dat Mao na pakweg zestig jaar politiek activisme meer kwaad dan goed op zijn kerfstok had nauwelijks aanvechtbaar. Na zijn dood werd zijn feilbaarheid tijdelijk zelfs in China min of meer bespreekbaar: namens de Communistische Partij waarmee Mao's leven onlosmakelijk verbonden was, stelden de nieuwe leiders vast dat de verhouding tussen zijn wel-en zijn wandaden er een was van 7: 3.

Die opmerkelijke kwantificering betekent niet veel anders dan ' meer goed dan kwaad' en is afkomstig uit.... inderdaad, het Rode Boekje, waarin iemand die 7: 3 scoort fundamenteel in orde heet te zijn. Maar het simpele feit dat werd toegegeven dat de eerder vergoddelijkte Mao fouten had gemaakt, impliceerde de mogelijkheid de cijfers om te draaien.

Het staat buiten kijf dat Mao politieke ambities had waartegen elke loyaliteit op andere gronden het aflegde - familie, lotsverbondenheid, traditie - en dat hij zijn ambities op nietsontziende wijze probeerde te verwezenlijken. Het duidelijkste bewijs dat hem dat lukte, ligt in zijn charismatische leiderschap. Mao Zedong was het schoolvoorbeeld van een charismatische roerganger, en vestigde zo zijn naam als de grootste leider van het moderne China.

Mao's jacht op de macht in China voerde van conflicten met krijgsheren in de jaren twintig tot oorlog tegen de Nationalisten en de Japanners in de jaren dertig en veertig, van de Korea-oorlog tegen de VS in de jaren vijftig en latere schermutselingen met de Sovjet-Unie, India en Vietnam, tot oorlogsachtige toestanden binnen China, door hem geschapen in politieke campagnes als de Grote Sprong Voorwaarts (hongersnood door wanbeheer) en de Culturele Revolutie (een bewust gestimuleerde, massapsychotische uitbarsting van geweld).

Mao was genadeloos en manipuleerde iedereen, op even riskante als meesterlijke wijze: van zijn lokale coterie tot wereldleiders als Stalin en Nixon, met gevolgen die varieerden van klein persoonlijk leed tot het risico van een wereldoorlog. Het is niet onaannemelijk dat zijn ultieme doel er een was van alleenheerschappij, in ieder geval over China en volgens Chang en Halliday ook over de wereld.

Dat Mao streefde naar de vernietiging van de Chinese cultuur, zoals de auteurs beweren, is onhoudbaar, getuige bijvoorbeeld zijn liefde voor de premodern-Chinese drie-eenheid van literatuur, geschiedschrijving en filosofie. Ook weten de auteurs niet hard te maken dat Mao nooit iets anders voor ogen zou hebben gehad dan zijn eigen welzijn. Macht stond voor hem ongetwijfeld centraal, maar er waren minder complexe manieren geweest om macht te krijgen en te behouden. De kracht van het boek ligt in de beschrijving van Mao's leven, concreet en gedetailleerd, en tegelijk zwaarwichtiger dan de memoires van zijn lijfarts Li Zhisui, die in 1994 voor een sensatie zorgden. Op de beste momenten boeit het verhaal ook echt, door het gevoel van nabijheid van een ongewoon leven, zoals het een biografie betaamt.

De auteurs hebben uitgebreid onderzoek gedaan, deels in onlangs ontsloten archieven - bijvoorbeeld over Mao's verhouding met Stalin, Nixon en Kissinger - en hun bevindingen helder opgeschreven. Maar bij dat onderzoek beginnen ook de problemen. Het notenapparaat en de lijst van geraadpleegde bronnen zijn overweldigend, maar een steekproef levert ook vreemde omissies op, die symptomatisch zijn voor de onevenwichtigheid van het boek. Een voor de hand liggend voorbeeld is de Mao-biografie van Jonathan Spence, maar er zijn er meer (Jasper Becker over de Grote Sprong, James Seymour & Richard Anderson over werkkampen enzovoort).

Onevenwichtig is het boek ook in zijn schrille vooringenomenheid, van begin tot eind. Die komt de geloofwaardigheid van de auteurs en de welwillendheid van de lezer niet ten goede. Chang en Halliday pretenderen niet sine ira et studio te schrijven, en richten zich bewust populariserend tot een breed publiek. Maar hun inzet leidt soms tot onbeheerste formuleringen, zoals wanneer ze premier Zhou Enlai karakteriseren als ' gewoonlijk [ slaafs] als een hond'. Mao's fascinerende leven en zijn context blijven daardoor wat eendimensionaal, en de portee van het boek komt gevaarlijk dicht in de buurt van een tautologie: Mao was geneigd te doen wat hij deed, omdat zijn aard het onvermijdelijk maakte dat hij dat deed.

Bovendien scheppen Chang & Halliday, terwijl het hun lovenswaardige doelstelling is de mythes rond Mao door te prikken, op hun beurt evenzeer een mythe - demoniserend in plaats van vergoddelijkend - die zich laat samenvatten als onoverwinnelijkheid-uit-slechtheid, ook als de Voorzitter wind tegen heeft. Soms geloven ze hun bronnen iets te makkelijk.

Het monnikenwerk van de auteurs had een inzichtelijker analyse kunnen opleveren, zeker als ze hadden geschrapt in hun opsommingen van Mao's zonden, en op saillante momenten de diepte in waren gegaan. Dat geldt zowel voor grotere verbanden in de Chinese geschiedenis als voor het gemoed van deze hyper-zichtbare én raadselachtige man.

Chang en Halliday stippen Mao's voorliefde voor opwinding, verstoring en wanorde aan, maar het blijft bij halfslachtige aanzetten tot het soort bespiegeling waar ' het onbekende verhaal' baat bij zou hebben gehad. Die had kunnen verhelderen hoe de pathologische hang naar geweld, terreur en moord, die de auteurs in Mao waarnemen, in elkaar steekt. Naar hun berekeningen, wat monopolistisch maar niet onzinnig, heeft Mao zeventig miljoen doden in vredestijd op zijn geweten.

' Mao - Het onbekende verhaal'

had een beter boek kunnen zijn, maar het is goed dat het er is. Alle globalisering en onrust over Chinese handelsoverschotten ten spijt weet de gemiddelde, lezende westerling vele malen minder van China dan de gemiddelde, lezende Chinees van het Westen. En al is er sinds de jaren 1960 en 1970 wel het nodige onttoverd aan de Grote Roerganger, het kan geen kwaad zijn schrikbewind toegankelijk te boekstaven, als tegenwicht voor de grondigste en langdurigste propagandacampagne uit de geschiedenis.

De noodzaak om de mythe te onttakelen is des te groter door de nostalgische Mao-revival in China. In de jaren negentig verscheen hij als dashboard-beschermheilige en overstroomden Mao-parafernalia - speldjes, Rode Boekjes, enzovoort - de rommelmarkten. In China hebben de meeste mensen nauwelijks toegang tot ' het andere verhaal'. Velen zien Mao ondanks alles als de man die China zijn nationale trots heeft teruggegeven. Dit boek toont de verbijsterende wreedheid van China's 20ste eeuw - en in het licht daarvan zijn veerkracht, en zijn toekomst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden