Boekrecensie

Manon Uphoff schrijft een krachtige roman die geschreven moest worden

Auteur Manon Uphoff. Beeld Werry Crone

Geen Peter Pan in het gruwelkabinet van Manon Uphoff, wel een mythisch monster.

Op tweederde van de fabuleuze en gruwelijk waarachtige roman ‘Vallen is als vliegen’ beschrijft Manon Uphoff de ‘sacrale rituelen’ van het kerstfeest in het ‘Holbein-huis’. De kamer verandert in een ‘gotische kathedraal’. Er komen voorzetramen van loodband en een Nordmannspar die wordt volgehangen met kerstballen en ‘handbeschilderde huisjes, sijsjes en roodborstjes met één gespikkeld donzen veertje, zilveren vogeltjes op een zilveren knijpertje’ en daarna verpakt ‘in een teer spinnenweefsel’. Vlak voor de Heilige Nacht volgt de “bijzetting van de kerststal. Met de stenen geitjes, stenen schaapjes en het stenen kindje ‘Jesses’ dat in zijn stenen kribje werd gelegd onder de naaldtrossen, die hun verrukkelijke aroma van hars verspreidde en de hele kamer tot een geurig woud maakten”.

Uphoff doet hier in het klein wat ze de roman door in het groot doet: ze bouwt een enorm universum (kathedraal, woud) dat wordt ingericht met verkleinwoordjes. Het is haar manier - die van de schrijver én van het, in haarzelf gewortelde, personage - om de bezieling en de schittering van het kleine te paren aan de aantrekkingskracht van het grote, goddelijke en duistere. Vijftig pagina’s verder heeft ze het over ‘een mensdier der gewoonte, met ingesleten gedrag’ en zet dat tegenover woorden als “spleetjes, kutjes, billetjes en mondjes… Alles is te verdragen, dat weten de mensendiertjes ook wel.” Die diertjes groeien op tot vrouwen met slechte gebitten vanwege het zwijggeld ‘dikke lagen chocola met noten, rozijnen en karamel: mmmmmm’.

Moet het woord ‘incest’ nog worden genoemd? Uphoff is er zuinig mee. De hel waarin ze, na een crisis in haar huwelijk en schrijven, en de dood van halfzus Henne Vuur, af moet dalen, laat zich niet in één woord vangen. Hem helemáál tonen lukt haar ook niet of wil ze niet. We zien hem maar half, die hel, zoals zij hem gezien moet hebben: een schemerig spiegelpaleis, een labyrint, we tasten in het duister. Een spookhuis waar wij in een helletocht doorheen worden gejaagd. Lezer en schrijver kijken door de ogen van het kind - toegeknepen spleetjes of ogen groot van schrik - met de wijsheid van iemand die achterom kijkt en de gevolgen van de gruwel probeert in kaart te brengen en ironisch constateert: “Er is toch ook weelde uitgestort over dit nageslacht.” Uphoff doelt op ‘improvisatietalent, zwarte humor, zelfspot.’

Gruwelkabinet

Het is de vader: HEHH, Henri Elias Hendrikus Holbein, een mislukt schilder, ook wel de Minotaurus, die achter de coulissen aan de touwtjes trekt. De door de halfgod aanbeden moeder zag niets uiteraard wanneer de tovenaar zich ritueel, of onder het mom van het rituele (heb ik dat goed begrepen?), aan haar dochters vergreep. De gruwel zit hem in de toxische mix van haat en liefde of verafgoding zelfs. De wereld waarin de meisjes Holbein opgroeien is even veilig en vertrouwd (zo leren zij de wereld immers kennen) als gevaarlijk. De vertelster, aangeduid als Ondergetekende, memoreert een ontsnappingspoging naar het adres van Toddiewoddie (haar tweede halfzus) “waarbij ik een geurspoor volgde dat ik al kende (…) een aroma dat Toddies herberg direct verbond met zijn duistere bron: ons huis in de Damstraat”. Want ook bij Toddiewoddie en haar man spookt het. “Een vijfjarige doet een handstand. Een flodderig wit onderbroekje wordt zichtbaar. Twee ogen beginnen te glanzen en een stem zegt schor: Zo, die kleine is al heel geraffineerd.”

Valt er te ontsnappen uit een gruwelkabinet dat zich in je heeft genesteld? Kun je Neverland verlaten? Na beschrijving van eerder genoemd kersttafereel vraagt de vertelster zich af of HEHH even gespleten was als zij, en net als zij verlangde naar ‘die splitsing waarin er werkelijk een vader en een monster was (en een vader in wiens armen ik me voor dit monster kon verschuilen) - en ik betwijfel of ik beter af ben met de wetenschap dat zij één waren.’

Uphoff schreef haar boek eerder uiteraard, maar door dat conflictueuze mengsel van verafgoding en misbruik waait de geest van Michael Jackson door het boek. Alleen geen Peter Pan in dit door pa opgezette universum maar een mythisch monster dat beschikt over zijn elfjes. Ook aan Shakespeare moest ik denken: A Midsummer Night’s Dream, zeg maar gerust Nightmare. Valt er te ontkomen? Zou de heksensabbat die de meisjes Holbein houden helpen?

Uphoff zou een radio-interview hebben afgezegd omdat ze nogal eens stil wil vallen. Dat wil ik graag geloven. Maar dit boek kwam er, moest er komen - vergeef me het therapeutische jargon - en het zijn juist de literaire omwegen die Uphoff nodig had die haar roman, geschreven in een knoestig clair-obscur, zo krachtig maken.

Oordeel: knoestige taal in krachtige roman die geschreven moest worden.

Manon Uphoff
Vallen is als vliegen
Querido; 192 blz. € 18,99

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden