Review

Manon Uphoff houdt van rare types

Manon Uphoff beheerst de kunst van het korte verhaal. Dat bleek al uit haar debuut 'Begeerte', dat drie jaar geleden verscheen, en dat blijkt opnieuw uit haar bundel 'De fluwelen machine'. In een paar bladzijden weet zij, zonder de brede armzwaai van de romanschrijver, een sfeer op te roepen, die ongemakkelijk, droef of bizar is.

Pijn en genot, wreedheid en passie komen in Uphoffs evocatieve stijl natuurlijk uit elkaar voort. Kennelijk deelt de schrijfster de opvatting van één van haar personages, die ergens denkt: “De beste parfum wordt gemaakt van de stinkendste elementen.”

In het literaire universum van Manon Uphoff ritselt het van gruwelijke, mismaakte en 'stinkendste' elementen. 'De fluwelen machine' heeft veel weg van een rariteitenkabinet. De bundel opent met een spiegeling van de beroemde scène in de Trevi-fontein uit de film 'La dolce vita' van Fellini - niet toevallig een regisseur met wie Uphoff de voorkeur voor het afwijkende deelt.

Toch gaat Uphoff in haar verhaal een stuk verder dan Fellini. Zij laat niet de gepolijste filmsterren Anita Ekberg en Marcello Mastroianni met hun benen in het koude, klaterende water staan, maar een naakte Siamese tweeling: “Mijn zus en ik, wij zijn een in elkaar gegroeide boom, twee om elkaar gedraaide stammen.”

De versmolten zusjes zijn de eerste twee - of één, het is maar hoe je het bekijkt - in een lange rij van vreemde verschijningen. Zo volgen nog de zielige man, die luistert naar de bordewijkiaanse naam 'Barg' en op zijn te grote voeten op zoek gaat naar een Poolse bruid, een oude Chinese eunuch en een vrouw als een stuiterballetje. En in het verhaal 'De keuken' loopt een sous-chef rond met een enorme, leverkleurige en gezwollen puist in zijn nek. “Dat is nogal een verhaal, die puist.”

Uphoffs verhalen zitten niet alleen vol rare types, er gebeuren ook de meest onwaarschijnlijke dingen. At in 'Begeerte' een vrouw al eens de grote hopen stront van haar eigen honden, in 'De fluwelen machine' laat een vrouw zich keer op keer zonder verdoving door de tandarts behandelen. Sterker nog: ze mengt steentjes door haar eten om weer naar de tandarts terug te mogen. De ik-figuur uit het verhaal 'Keuken' vertelt hoe hij aan zijn mismaakte hand is gekomen. Om een meisje te imponeren, heeft hij zijn hand letterlijk voor haar in het vuur gestoken: “Hartstochtelijk en met een plotseling besef van de ondoorgrondelijkheid van ons bestaan, stak ik - zonder er verder bij na te denken - mijn hand in het kampvuur en ik heb hem daar, zoveel is zeker, wel vijf seconden in gehouden.” Als de sous-chef-met-de-puist de jongen vraagt hoe zijn hand verschroeid en vol littekens is geraakt, antwoordt hij niet naar waarheid, maar met een leugen. Er zou vuurwerk in zijn hand zijn ontploft. Waarom liegt hij? “Mensen geloven de koele versie, waarin de feiten herordend of zelfs totaal verzonnen zijn en een zekere eenvoud en regelmaat uitstralen, eerder dan die waarin de gebeurtenissen de onvoorspelbaarheid en grilligheid van het werkelijke leven ademen.” Manon Uphoff heeft zich precies het omgekeerde ten doel gesteld. Haar verhalen drijven op onvoorspelbaarheid en grilligheid. Als ze dat niet doen, zijn ze direct heel wat minder geslaagd. 'Een dankbare plek', waarin zij rechttoe rechtaan vertelt over een bezoek aan Sarajevo - het verhaal wekt sterk de indruk autobiografisch te zijn en nu juist niet uit de verbeelding te zijn voortgekomen - detoneert. Niet omdat het stilistisch slecht is, maar omdat opeens de bizarre betovering wegvalt.

Nee, dan is het slotverhaal, 'De minnares of: een kleine grammatica', verre te prefereren. Daarin kiest Uphoff voor een verrassend perspectief. Een paard (een 'fluwelen machine') vertelt van de liefde die zij koestert voor haar koetsier. En wat meer is: de liefde is wederzijds. Als de vrouw van de koetsier is gestorven, begint hij zijn paard nachtelijke bezoekjes te brengen. Dit verhaal heeft alles wat Uphoffs bundel aantrekkelijk maakt. Het is kort, vreemd, er hangt een waas van droefheid, en het is helder geschreven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden