Guido Weijers

Tv-column

Mag er in coronatijd gelachen worden? Dat is de verkeerde vraag

Het zwarte achtergrondscherm staat weer in de verlaten theaters, cabaretiers gaan op de regisseursstoel zitten; ook columnist Marcel van Roosmalen dit keer, die met zijn lijzige gezicht bijna grappiger is dan de rest. Het format waarin omroep PowNed een groep cabaretiers af en toe ondervraagt over de stand van humor in het land is een vaste waarde geworden. Donderdag kreeg het programma ‘Dat zijn geen grappen!’, de actuele toevoeging ‘In coronatijd (deel 1)’.

Hoofdvraag: mag er in deze tijd van coronacrisis gelachen worden, en waar ligt de grens?

Da’s natuurlijk de verkeerde vraag van deze omroep die zich opwerpt als hoeder van de vrije meningsuiting. Het lijkt er niet op dat er censuur dreigt wegens te grove coronagrappen. De cabaretiers zeggen zich juist nog niet aan grappen over slachtoffers te wagen en het virus zelf is “te anoniem, onpersifleerbaar, zonder stiekeme bijbedoelingen om er grappen over te kúnnen maken”, legt Tijl Beckand uit.

Tijl Beckand

Het zit andersom met de humor: het vacuüm ligt op de loer. De professionele grappenmakers zitten werkloos thuis, smachtend naar publiek dat hen niet meer ziet. Ze worden somber en bleek, aan de gezichten van Jan Jaap van der Wal en Martijn Koning te zien. Guido Weijers kon wel vloeken. “Het is gewoon een klotejaar voor iedereen die op een podium wil staan. Voor iedereen die voor groepen wil spelen, wat gewoon niet kan.”

Humor heeft ritme nodig, als een tenniswedstrijd

Het theater ging als eerste dicht en zal als laatste weer helemaal opengaan, voorspelt Beckand wrang. “Straks zit ik zeven maanden met onbetaald verlof, ongevraagd”, briest Weij­ers. Hij legt uit dat iedereen weliswaar online wat probeert, maar dat humor ritme nodig heeft. Als in een tenniswedstrijd, een dialoog die heen en weer gaat tussen artiest en publiek. Ook straks met dertig bezoekers in een zaal van honderd of duizend stoelen wordt die energie niet genoeg samengebald. Dat voelde Pieter Derks in zijn beginjaren toen hij nog geen zaaltjes vol kreeg. “Heb je de een op gang, is de ander verderop alweer afgekoeld.” En Weijers: “In een groep gaat de lach rollen”.

Voor ons toehoorders betekent het vacuüm meer dan we misschien beseffen. Net nu we snakken naar lol en relativering, naar verzachting en inspiratie door muziek, drama en schoonheid, kunnen we die niet samen live ervaren. Zoals politiek nieuws inzakt wanneer de Tweede Kamer met reces is, zo droogt nu de sapstroom van parodie en satire deels op. Er is nog wel wat op tv of internet maar ook daar ontbreekt de warmte van publiek.

Ik merkte het gemis aan humor extra toen ik al moest lachen om hoe deze heren (waar zijn de dames!?) de situatie uitlegden. Over staatsman Rutte en de stilgevallen Baudet, over de dreigende immuniteit voor virologen als Ab Osterhaus, over thuisonderwijs en de keuze voor vette hap of juist gezonder eten thuis. “Vis. Rijst. Noten. Sla. Andere groentes”, zuchtte Marcel van Roosmalen droog over wat er bij hem thuis op het menu staat.

Kan die man niet zijn eigen tv-programma krijgen en dan niet zo gestyleerd als bij zijn mislukte screentest voor ‘Op1’? Hij hoeft maar zijn mond open te doen en is al grappig. Bijkomend voordeel: een columnist werkt altijd al in een vacuüm aan zijn/haar stukjes, anticiperend op een hopelijk uitgestelde lach of instemming. Die leeft niet zo bij de gratie van een onmiddellijke reactie.

Ik duim voor de artiesten en theaters, maar Van Roosmalen-teevee zie ik zo al zitten.

Vijf keer per week schrijven Renate van der Bas en Maaike Bos columns over televisie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden