Boekrecensie

Maeve Brennan's ‘Een bezoek’ is wat onrijp, maar ‘De twaalfjarige bruiloft’ is schitterend

Maeve Brennan in New York. Beeld Getty

‘Een bezoek’ van Maeve Brennan (1917-1973) gaat over nostalgie, het verlangen naar een thuis dat alleen in herinnering bestaat.

Wie begin jaren tachtig het gebouw van The New Yorker bezocht, liep een goede kans daar in de hal een kleine, oude vrouw aan te treffen. In ongewassen kleding, het vette haar slordig samengebonden, was ze daar vrijwel dagelijks in een stoel bij de receptie te vinden, terwijl ze voor zich uit staarde en zwijgend sigaretten rookte. Het had zo een van de personages uit Maeve Brennans korte verhalen geweest kunnen zijn. Het was de schrijfster zelf.

Buitenstaander in de jetset

De Ierse Maeve Brennan, geboren in 1917 in een voorstadje van Dublin, verhuisde als tiener met haar ouders naar de Verenigde Staten, waar ze de rest van haar leven zou blijven. Ze behoorde al gauw tot de harde kern van de New Yorkse jetset, men verkeerde graag in het gezelschap van de toen nog elegante, scherpzinnige journaliste. Toch zou ze zich in Amerika altijd een buitenstaander blijven voelen. In haar verhalen keert ze zonder uitzondering terug naar Ierland, waar ze haar personages onderbrengt in de huizen van haar jeugd.

Vorig jaar verscheen Brennans verhalenbundel ‘De twaalfjarige bruiloft’ in vertaling, dit jaar volgde ‘Een bezoek’, een novelle. Je zou kunnen stellen dat de belangrijkste rol in beide werken wordt vertolkt door het huis waarin de verhalen zich afspelen. Niet alleen informeert Brennan ons tot in detail over de inrichting van de kamers (van elk raam weet je exact waar het op uitkijkt, je weet waar de varens staan en hoe het licht erop valt, kent de motieven op de tapijten), maar Brennan verleent die huizen ook een actieve rol: ze kunnen hun bewoners beschermen, maar ook aan banden leggen, of afwijzen.

‘Een bezoek’ is het eerste fictiewerk dat Brennan schreef - ze was eind twintig - maar het laatste dat in druk verscheen. Niemand wist van het bestaan van het manuscript, tot het in 1997 opdook in een universiteitsbibliotheek. Brennans officieuze debuut werd pas in 2000, zeven jaar na haar dood, voor het eerst gepubliceerd.

Onwelkom

Het verhaal draait om de 22-jarige Anastasia King. Na de dood van haar moeder keert ze terug naar de woning in Dublin waarin ze opgroeide. Nu woont haar grootmoeder er.

Anastasia is van plan er voorgoed te blijven, maar al bij de eerste begroeting is het helder dat haar oma daar niet bepaald op zit te wachten: “Het is niet meer dan natuurlijk dat je hier op bezoek wilt komen”, zegt ze, “maar meer dan dat, nee.”

Hoe buitengewoon onwelkom Anastasia is, wordt vervolgens scène na scène bekrachtigd (ze wordt warempel uit de kerk gezet!). Terwijl je je begint af te vragen waarom het meisje het koude, stille, natte, donkere oord niet gewoon verlaat, blijft Anastasia maar jammeren dat ze zo graag zou blijven. (Er wordt sowieso nogal wat gejammerd, gesnikt, gesmeekt, ‘in verbijstering uitgeroepen’, gewanhoopt - in haar latere verhalen formuleert Brennan heel wat minder theatraal.)

Het is natuurlijk niet Dublin, niet dat huis, wat Anastasia op die plek hoopt terug te vinden, maar haar jeugd; de tijd waarin ze nog gelukkig was. Deze novelle - en eigenlijk al Brennans fictiewerk - gaat in de eerste plaats over nostalgie; over een ‘thuis’ dat enkel in herinnering bestaat. Bij gebrek aan toekomstperspectief focussen haar personages zich op het geluk dat achter hen ligt. En passant maken ze het zichzelf onmogelijk zich thuis te voelen in het heden.

Geen goede kennismaking

Of Brennan zelf blij zou zijn geweest met deze postume publicatie valt te betwijfelen. De scherpe observaties in haar latere verhalen, de trefzekere opbouw, de mildheid waarmee ze haar personages een stem geeft, de nuance, de humor (!) - het komt in ‘Een bezoek’ allemaal nog niet echt uit de verf. Waar haar latere verhalen worden bevolkt door tragische, maar warmbloedige karakters, zijn de personages in Een bezoek vooral verbitterd.

Voor wie Brennans werk al kent is het fascinerend om te zien hoe haar latere thema’s (nostalgie dus, moeders die afhankelijk zijn van hun kinderen, de angst ‘gek’ te worden) allemaal al in deze vroege novelle terug te vinden zijn - maar wie kennis wil maken met Brennan op haar best zou ik het wonderschone De Twaalfjarige Bruiloft aanraden.

Omslag 'Een bezoek' Beeld Athenaeum

Neem Min, vertelster in het laatste verhaal van de bundel. Ze heeft veel weg van Anastasia’s oma; net als zij is ze flink op leeftijd, alleen, wrokkig en ongegeneerd veroordelend - maar in plaats van een bitse, gevoelloze vrouw zien we hier vooral iemand die alles in het werk stelt om zichzelf niet als slachtoffer te hoeven beschouwen. De hardvochtigheid waarmee ze gevoelens van mislukking ontkent (‘het is onmogelijk om te bewijzen dat je geen teleurgestelde oude vrijster bent’), verraadt haar wanhoop. Ze is de enige van de hele familie die nog over is. Hardnekkig houdt ze vol hoe tevreden dat haar stemt. Het levert zowel hilarische als intens verdrietige passages op - een onvergetelijk personage.

Thuis op kantoor

In 2004 publiceerde Angela Bourke een biografie over de schrijfster (‘Homesick at The New Yorker’), die Brennans fictie een bittere bijsmaak geeft. Brennan lijkt, als een moderne Kassandra, geprobeerd te hebben al schrijvend haar bange voorgevoelens te bezweren - tevergeefs. Haar personages zijn bang hun verstand te verliezen; zelf wordt ze gediagnosticeerd met schizofrenie. Haar personages vechten om zich ergens thuis te kunnen voelen, koesteren hun woningen; vanaf de jaren vijftig overnacht Brennan bij vrienden, in hotels, op kantoor, in psychiatrische inrichtingen, in een verpleeghuis - een eigen woning heeft ze niet.

Aan het slot van ‘Een bezoek’ kijkt Anastasia op naar haar ouderlijk huis, waar ze tot ongewenste bezoeker werd gedegradeerd. Wrang spiegelt het beeld dat van de oude vrouw in de hal van The New Yorker. Door een plexiglas wandje werd die hal van de kantoorruimtes gescheiden. Brennan bracht als redactielid bijna dertig jaar van haar leven in de kantoren door, ze had zich er thuis gevoeld. De receptioniste was geïnstrueerd de verwarde Brennan niet meer binnen te laten.

Oordeel: ‘een bezoek’ is wat onrijp, ‘De twaalfjarige bruiloft’ is schitterend.

Maeve Brennan, Een bezoekVert. Rosalien van Witsen (Athenaeum); 96 blz. € 7,99

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden