Review

Maczewski dirigeert indringend 'Golgotha'

AMSTERDAM - Een maand voordat het Toonkunstkoor Amsterdam aan zijn jaarlijkse uitvoering van Bachs 'Matthüus Passion' begint, bracht het afgelopen dinsdag in het Concertgebouw Frank Martins passie-oratorium 'Golgotha'. Onder leiding van Winfried Maczewski getuigden het koor, solisten en het Nederlands Balletorkest van de importantie van deze compositie.

Peter van der Lint

Het mag wel eens gezegd dat wat Hartmut Haenchen in al die jaren voor het Nederlands Philharmonisch Orkest heeft betekend, min of meer vergelijkbaar is met wat zijn muzikale maatje Maczewski bij het Toonkunstkoor voor elkaar heeft gekregen. Sinds 1989 heeft Maczewski de leiding over dit grote amateur-concertkoor en gestaag is het niveau omhoog gegaan. Dat niveau is nu dusdanig, dat een moeilijk werk als 'Golgotha' met grote overtuiging uitgevoerd kan worden.

Frank Martin zag in 1945 drie afdrukken van de Rembrandt-ets 'De drie kruisen'. Dat indringende beeld liet hem niet meer los en de wens om een eigen lijdensverhaal te componeren nam vaste vorm aan. Voor zijn hoogst persoonlijke invulling koos Martin teksten uit de vier evangeliën en vulde die aan met gedeelten uit de geschriften van Augustinus. In 1949 ging 'Golgotha' in Genève in première.

Het is vreemd dat 'Golgotha' niet vaker uitgevoerd wordt. Er zijn dankbare partijen voor de vijf solisten, het koor heeft introspectieve én theatraal-dramatische passages, en in het orkest kunnen de musici zich onderscheiden met interessante soli. Het gegeven dat Martin de ongenaakbare twaalftoonstechniek van Schönberg in zijn muziek verwerkte, hoeft niemand af te schrikken, want hij deed dat op zo'n persoonlijke wijze, dat die techniek totaal ondergeschikt lijkt aan Martins melodische inventie.

Het koor opende sterk en explosief met geëxalteerde uitroepen van het woord 'Père', die in intensiteit herinnerden aan het dwingende 'Herr'-uitroepen waarmee Bachs 'Johannes Passion' opent. Even later in het deel 'Les rameaux' (De palmtakken) wist het koor in een uiterst zachte passage een mooie klankkleur te behouden. De stravinskiaanse ritmes en syncopen vormden in 'Jésus devant le Sanhédrin' geen enkel probleem voor de koorzangers en de gemeen schurende uitroepen van 'Barrabas!' klonken ongemeen direct en dwingend.

Pas in het laatste deel 'La Résurrection' kwam het koor hoorbaar aan zijn grenzen, maar verder alle hulde voor deze prestatie. Werner van Mechelen zong een opvallend sonore Jezus en de theatraliteit van Ludwig van Gijsegems Pilatus was verrassend. Mooie bijdragen ook van Frans Fiselier, Helena Rasker en Hieke Meppelink. Jammer dat er geen enkele zendgemachtigde was die deze gebeurtenis wilde opnemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden