Review

Machteloze filosofen

Hadden filosofen een grote invloed op vorsten en tirannen in de Griekse wereld, of was hun rol beperkt? Hans Dijkhuis schreef een vlot en helder boek over dit thema, meent Hans Oranje.

Hans Oranje

Hans Dijkhuis, bij de Trouw-lezer welbekend als bespreker van boeken over filosofie, heeft een boek geschreven over de Griekse wijsbegeerte vanuit een bijzondere invalshoek: de invloed die filosofen hebben gehad op vorsten en tirannen in de Griekse wereld. „Vorst en filosoof, macht en wijsheid raakten met elkaar verbonden op een schaal die later in de geschiedenis nooit meer zou worden geëvenaard”, zegt hij in zijn inleiding.

Het overgrote deel van het boek beslaat de vierde eeuw v.Chr., toen onder de toenemende invloed van het Macedonische vorstenhuis die uitmondde in zijn hegemonie over de Griekssprekende wereld, de (absolute) monarchie de heersende staatsvorm was, al is de oudste democratie, namelijk die in Athene, nooit officieel opgeheven.

Zoals de schrijver zelf erkent, heeft zijn specifieke benadering van het onderwerp zijn beperkingen: enerzijds is het geen geschiedenis van de wijsbegeerte, maar een die toegespitst is op de contacten tussen haar beoefenaren en monarchen. Dat betekent vooral een beperking tot de moraalfilosofie, de vraag van Goed en Kwaad, en het daarmee samenhangende primaat van de deugd.

Anderzijds is de politieke geschiedenis van deze tijd – de betrekkingen tussen de vele staten en de interne verwikkelingen daarin – voor Dijkhuis alleen relevant voor zover filosofen daarbij betrokken waren. Maar als je deze beperkingen voor lief neemt, is ’De machtige filosoof’ een vlot en helder geschreven vertoog zoals dat de publicist en schoolboekenauteur ook wel is toevertrouwd.

Wat Dijkhuis wel het meest helder aantoont, is dat zijn boek in feite ’De machteloze filosoof’ had moeten heten. Ik denk dan vooral aan de grootste twee: Plato en Aristoteles. Plato bezocht het hof van Dionysios I, tiran van het machtige Syracuse. De grootse ontvangst die hem daar ten deel viel, sloeg spoedig om in haat, toen Plato vrijmoedig diens bewind aan de kaak stelde. Hij ontsnapte op het nippertje aan de dood, en zou als slaaf verkocht zijn, als hij niet door een weldoener was vrijgekocht en in Athene terugkeerde.

Twintig jaar later keerde hij op dringend verzoek van zijn leerling Dion die aan de koninklijke familie was geparenteerd, terug naar Syracuse, om alleen maar te ontdekken dat de zoon van Dionysios, Dionysios II, hem in grote problemen bracht. Ook nu was het meer geluk dan wijsheid dat hij naar Athene kon terugkeren. Dijkhuis weeft in dit relaas een behandeling van enkele belangrijke dialogen van Plato, met name de ’Gorgias en de Staat’. Daarmee zijn dit naar mijn idee de beste hoofdstukken van het boek geworden.

En dan Aristoteles, leraar op verzoek van Philippos, de koning van Macedonië, van diens zoon Alexander die als ’De Grote’ de geschiedenis is ingegaan. Ondanks alle wijsheid die de filosoof de kroonprins ongetwijfeld heeft bijgebracht, legde de latere koning aan het eind van zijn leven despotische trekken aan de dag, en verslechterde de verstandhouding met zijn vroegere leermeester zo hevig dat de laatste voor zijn leven moest vrezen. Dijkhuis geeft dan ook terecht als een van zijn motto’s een uitspraak van de filosoof Immanuel Kant aan zijn boek mee: „Dat koningen zouden filosoferen of koningen filosofen zouden worden is niet te verwachten, maar ook niet te wensen, aangezien het bezit van macht onvermijdelijk het vrije oordeel van de rede bederft.”

Voor de vele andere filosofen van deze eeuw liggen de zaken diffuser. Onze belangrijkste bron is het werk van Diogenes Laërtios (derde eeuw na Chr.), een compilatiewerk in tien boeken over beroemde filosofen. Hun eigen werken zijn vrijwel zonder uitzondering verloren gegaan, en wat we van hen weten is voor een groot deel tot ons gekomen in anekdotes uit hun leven, door Diogenes en andere late schrijvers verteld.

Het refrein van hun bemoeienissen met de wereldlijke machten is keer op keer kommer en kwel. Neem de filosofen Anaxarchos en Kallisthenes die Alexander begeleidden op zijn veroveringsexpeditie van Azië en Egypte. De eerste ontpopte zich als een vleier van de koning, de laatste werd wegens zijn stekelige kritiek op de koning ter dood gebracht. Hoezo de machtige filosoof? Filosofen behoorden, net zoals bouwmeesters, koks en dichters tot de entourage van een koninklijk hof, en zij hadden zich te schikken naar de luimen van hun vorst. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de grote Epicurus aan het eind van die eeuw als devies voerde: lathe biôsas, ’leef in het verborgene’.

Helaas zijn in de vormgeving van het boek enkele ongerechtigheden te bespeuren die wel moeten worden vermeld. Allereerst vallen in de definitieve redactie van de tekst de zinnen op waarin de zinsbouw vast loopt. Dat is niet zozeer de auteur te verwijten, die immers zijn tekst leest zoals hij weet dat hij die geschreven heeft, maar de uitgever die een corrector daar naar moet laten kijken.

Ernstiger vind ik uitglijers van de schrijver zelf. Dat hij op p. 377 de stichter van de Stoa, Zeno, in 361 laat sterven in plaats van 261, zal nog een typefout zijn. Maar op p. 430, noot 126, verwijst hij naar een vers van Euripides met ’Hippès, r. 424’. Dat had niet mogen gebeuren. De Hippès (’Ridders’) is een komedie van Aristophanes, en de tragedie die Dijkhuis bedoelt, is de Hippolytus. Zoiets doet pijn aan de ogen, alsof je in een boek over de twintigste eeuw verwezen wordt naar een pagina uit ’W.F. Hermans, Het verdriet van België’.

Wie door mijn bedenkingen tot de conclusie komt dat hij Dijkhuis ongelezen kan laten, doet zichzelf te kort. De schrijver geeft vaak een verrassend beeld van een bewogen en fascinerende tijd. Hij doet dat in een aangename, toegankelijke verhaaltrant. Daarbij maakt hij voelbaar dat het probleem van de filosofen die zich inlieten met de concrete politiek van de machthebbers en het recht voor zich opeisten van de parrhèsia, het vrijmoedig mogen spreken over de grenzen van de macht, van alle tijden is. Daarmee steekt Dijkhuis de lezer van vandaag een hart onder de riem.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden