Review

Macbeth strompelt door tot kreupelhout gekapte taal

Een letterlijk oprukkend woud, zoals Shakespeare voorschrijft, leidt in het Nederlandse toneel al lang niet meer de afrekening met de Schotse bloedkoning Macbeth in. Soms wandelen acteurs wat mallotig met een pot sanseveria's rond ten teken van wandelend woud, of mogen de toeschouwers zelf een tak als bosvermomming voor de borst houden. Maar massaal bossig oprukken is er niet meer bij.

Arend Evenhuis

In zekere zin is het bos er bij Shakespeare uiteindelijk ook niet meer, want dat is immers in listige aanvalsstrategie door vijandelijke soldaten gekapt. Macbeth kan zijn dreigement feitelijk niet eens meer uitvoeren als hij van zijn schildwacht hoort dat het woud van Birnam is gaan wandelen: ,,Als jij het ook maar waagt te liegen, hang ik je op aan de hoogste boom van dit woud!''

'Kap het hout', luidt de metafysische sleutelzin uit Oek de Jongs 'Cirkel in het gras', en die knoopte regisseur en artistiek leider van het RO Theater Guy Cassiers duchtig in zijn oren. Met 'Bloetwollefduivel - een opera voor drie zangers en een Decap-orgel - ensceneert hij zijn derde Macbeth-bewerking.

Het is in Cassiers' theatrale opera danig zoeken naar de Macbeth-verhaallijn, en dat kan ook al gauw als je de Vlaming Jan Decorte als librettist aantrekt. Die kapt er taalkundig gezien duchtig op los. (Het urenlange Hamlet-drama brengt Decorte in een handomdraai terug tot: ,,Tisof tisni daddist.'') Decorte's Macbeth kapt zich aldus een weg naar zijn eigen einde: ,,Enkkapte, enkkapte, enkkaptenen, kkapte, emmijne, kop, fielaf, plof, zeittem, opdegront, entschudde, plof.''

Aanvankelijk tegenstribbelend, wennen je oren snel aan deze vervlaamste taalkaalslag. Ter ondersteuning wordt de tekst tegelijkertijd op het achtertoneel geprojecteerd, zodat de oren de ogen gehaast en toch gelijkop volgen. Zo ontdek je de poëzie van al dat gekap. Maar de toeschouwer is er nog niet, want er staan ook spelers op het toneel, die weliswaar niet toneelspelen maar met doodskleedwittelijke gezichten zonder ogen roerloos en uitdrukkingsloos staan te zingen.

De achterwand bestaat uit kleurige houtpanelen, waar helse muziek uit dreunt. Alsnog het bos van Macbeth! Het beschilderde woud staat stil, zo veel is zeker, en toch nadert het oorverdovend hoempapa-tsssingboem-marcherend. Als de Vlaamse gebroeders Decap een orgel bouwen, dan zul je dat, rettekuhtet, voelen ook. Zowel in grootte als volumebereik is een Nederlands draaiorgel daarbij vergeleken een handzaam speeldoosje.

Zangers die niet toneelspelen, een mechanisch orgel dat er op los stampt, een overboord gegooid Macbeth-verhaal, taal die tot kreupelhout is gekapt: zijn dat de ingrediënten voor een te koesteren voorstelling? Raar maar waar: ja. Met deze 'Bloetwollefduivel' opent regisseur Cas siers een taalkundig vergezicht waar je oren nog lang nadien van staan te klapperen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden