Macaber monument

(Trouw)

Voor het eerst sinds 1942 is een openbaar toneelstuk opgevoerd in de Hollandsche Schouwburg, de plek vanwaaruit tienduizenden Joden gedeporteerd werden. Het gebouw zal de komende jaren ingrijpend verbouwd worden.

Een theatervoorstelling in de open lucht is altijd spannend. Zijn die vogelgeluiden echt, of komen ze uit de speakers? Hoe reageren acteurs op laag overkomende vliegtuigen, telefonerende mensen op hun balkon en andere omgevingsgeluiden? Een theatervoorstelling in de open ruimte achter de voorhal van de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam is meer dan spannend: het is ongekend.

Sinds het gebouw in 1942 van deportatieplaats werd, van waaruit tienduizenden Joden gedeporteerd zijn, via Westerbork naar Auschwitz, Sobibor of andere concentratiekampen, is nooit meer een stuk opgevoerd op die beladen plaats. Afgelopen zondag kwam daar verandering in. Klaas Hofstra speelde een monoloog naar de indrukwekkende novelle ’De nacht der Girondijnen’ van Jacques Presser.

Vogelgeluiden waren er in overvloed tijdens de voorstelling, die door ruim honderd mensen werd bijgewoond. De tram over de Plantage Middenlaan was regelmatig te horen en ook sirenes klonken soms, gedempt, in de verte. Twee buurtbewoners die een sigaretje rookten op hun balkon werden nauwelijks opgeschrikt door het geluid van het bomalarm en kletsten rustig door. De acteur liet zich daardoor niet afleiden.

Goed was het toneelstuk niet. Daarvoor was de acteur te weinig overtuigend, versprak hij zich te vaak en wekte over het algemeen te zeer de indruk een uit het hoofd geleerde tekst op te zeggen. Hoewel Hofstra eerder ook Rembrandt en Beethoven speelde, zal hij waarschijnlijk het bekendst blijven als ’dokter Dick’ uit ’Medisch Centrum West’ – een rol die zich slecht laat combineren met die van Jacques Suasso uit ’De nacht der Girondijnen’.

Toch was het een indrukwekkende en aangrijpende gebeurtenis, daar op die open plek waar eens de oude schouwburg stond. De novelle van Presser beschrijft de dilemma’s van Jacques Suasso Henriques, een geschiedenisleraar uit Amsterdam-Zuid, een niet-praktiserende Jood die van Joodse Amsterdammer ineens Amsterdamse Jood blijkt te zijn geworden. Via een van zijn leerlingen, Georg Cohn, wordt hij assistent van de assistent-bewaker in Westerbork, waar hij medeverantwoordelijk is voor het wekelijks op transport stellen van honderden, duizenden Joden: mensen die hij kent, leerlingen die hij in de klas heeft gehad.

De novelle beschrijft een van de moeilijkste dilemma’s die zich in oorlogstijd voordoen: probeer ik mijn eigen leven te redden, ook ten koste van dat van anderen? Het is een van de onderwerpen die de Hollandsche Schouwburg bij bezoekers, passanten of leerlingen onder de aandacht wil brengen. Juist in dat gebouw, een van de plaatsen waar de geschiedenis als op geen andere fysiek voelbaar is.

De Hollandsche Schouwburg aan de Amsterdamse Plantage Middenlaan opende in 1892, als theater voor revue en cabaret, later ook voor serieuzer werk. Herman Heijermans’ toneelstuk ’Op hoop van zegen’ ging er in 1900 in première. In 1941 werd Joden door de Duitse bezetter verboden theaters en concertzalen te bezoeken. Hollandsche Schouwburg werd Joodsche Schouwburg en was uitsluitend toegankelijk voor Joodse theatergezelschappen en orkesten, en alleen voor Joodse bezoekers. Een jaar later werd het gebouw in gebruik genomen als meldplaats voor Joden, en als gevangenis waar zij hun deportatie moesten afwachten. Tienduizenden zijn via de Joodsche Schouwburg op transport gesteld en nooit teruggekeerd.

„Eigenlijk kennen maar weinig mensen het gebouw”, zegt hoofd van de Hollandsche Schouwburg Petra Katzenstein. „Terwijl het een uniek, macaber en volstrekt bizar monument is in de geschiedenis van de Holocaust. Juist deze plaats: een theater, een plek van vermaak, van cultuur. Er zijn honderden, duizenden verhalen over te vertellen.”

Een van die verhalen is dat van de zeventienjarige Lydia Riezouw. Zij woonde in een huis dat uitkeek op de Hollandsche Schouwburg en zag op een dag haar vriendin Greetje Velleman op de luchtplaats lopen. Ze praatte een aantal keer met haar vriendinnetje en draaide plaatjes voor haar. Ze maakte ook een foto, de enige die ooit van de deportatieplaats overgebleven is. Lydia overleefde de oorlog (zij was actief in het verzet). Greetje werd in 1942 in Auschwitz vermoord.

Het is de bedoeling de sobere publiekspresentatie in de Hollandsche Schouwburg de komende tijd ingrijpend te gaan veranderen. Hoe, dat is nog niet helemaal duidelijk. Er is gebrainstormd, er zijn schetsen gemaakt, maar concreet zijn de plannen nog niet. Het gebouw zal zeker niet ’in oorspronkelijke staat’ hersteld worden. Maar het zal verbouwd worden, waarbij meer details van de oorspronkelijke situatie zichtbaar zullen worden.

„Er is bijvoorbeeld op het open binnenterrein een luik, met daaronder een kelderruimte, die vol water staat”, zegt Katzenstein. „Daar was oorspronkelijk de orkestbak. Daar hebben mensen en kinderen in gezeten, toen het gebouw vol Joodse gevangenen zat. Het is bekend dat via die orkestbak kinderen zijn ontsnapt, langs de gang aan de zijkant van het gebouw. Er zijn nog mensen die dat weten, die het overleefd hebben. Die verhalen willen we vertellen, móeten we vertellen, en doorgeven aan nieuwe generaties. Elke Nederlander zou dit gebouw en de geschiedenis ervan moeten kennen.”

De nieuwe functie van het gebouw heeft alles te maken met de manier waarop wij tegenwoordig herdenken. In de eerste jaren na de oorlog was daar nauwelijks ruimte voor: vergeten en doorgaan met het leven, was het motto. Later werd er wel herdacht, gezamenlijk en in publieke settings. Tegenwoordig is herdenken – daarnaast – iets particuliers geworden. Mensen zoeken naar plaatsen waar ze op persoonlijke wijze een geliefde, familielid of onbekende kunnen herdenken. Via het ’Digitaal Monument’ kunnen mensen zoeken naar Joodse slachtoffers, op naam of adres. Ze kunnen hun eigen verhalen toevoegen. De Hollandsche Schouwburg zou ook in deze vorm van herdenken een belangrijke rol kunnen spelen.

Een voorstelling als deze ’Nacht der Girondijnen’ past in die nieuwe situatie. „Het is natuurlijk niet de bedoeling dat we hier een permanent programma voor toneelvoorstellingen gaan ontwikkelen. Maar een dergelijk stuk, met veel respect voor juist deze plek, kan juist heel goed. Daar gaan we over nadenken, hoe we dat vorm kunnen geven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden