Review

'Maar theekopjes hebben een ziel'

Abel J. Herzberg: Brief aan mijn kleindochter. Querido, Amsterdam; geb., 40 blz. - ¿ 27,50.

De briefschrijver verslaat de gebeurtenissen, maar zet ze in een volgende alinea rustig naar zijn hand. Nergens in de literatuur klinken fictie en werkelijkheid zich als twee Maagdenburgse halve bollen zo kletsend aan elkaar vast. Andere egodocumenten, het dagboek en de memoires, kunnen er ook wat van. Maar de brief neemt een voorsprong naar een welomschreven geadresseerde, de voorpost van de anonieme lezer. De laatste, niet voorziene tweede lezer, kan zich spiegelen aan de schrijver èn aan diens tegenpool, de ontvanger van de brief.

Herzberg, de man van de monumentale 'Kroniek der Jodenvervolging', bereikte een groot publiek met zijn 'Brieven aan mijn kleinzoon', in 1964 geschreven voor zoon Hans van zijn dochter Judith, over zijn jeugd in een Russisch-joodse emigrantenfamilie. Bij zijn negentigste verjaardag, in 1983, legde hij 'als kleinzoon' verantwoording af voor zijn leven aan zijn eigen (natuurlijk reeds lang gestorven) grootvader: een ontroerend boekje over het 'mensenwerk' dat het leven is, met alle tegenstrijdigheden van religiositeit en eenzaamheid, van humaniteit en 'het wilde beest dat in de mensheid leeft'.

Rond Herzbergs geboortedag (17 september) verschijnt nu postuum zijn 'Brief aan mijn kleindochter', ruim tien jaar geleden geschreven aan de zus van de kleinzoon, Valti, bij haar bruiloft, waar opa en oma Abel en Thea de hoogbejaarde getuigen van waren. De brief, niet opgenomen in Herzbergs onlangs afgeronde 'Verzameld werk', was een 'trouwgeschenk', 'een verhaal over het leven van haar getuigen'.

Enerzijds is de brief een kort exposé over de betekenis van het huwelijk. Wie durft zich daar vandaag de dag nog aan te wagen, bang voor moraalridder te worden uitgekreten! Herzberg legt zonder schroom de tegenstelling bloot tussen de louter 'zakelijke motieven' van de bruid voor haar huwelijk en de 'diepere behoeften' van 'het hart, dat nog steeds aan traditionele gewoonten pleegt te hangen'. Hij zegt met spijt niet vroom te zijn: dan zou hij kunnen geloven in 'een huwelijk dat in de hemel gesloten wordt'. Ook hij ziet de ontwrichte huwelijken om hem heen. De duurzaamheid van het huwelijk berustte bij Abel en zijn vrouw op 'gebondenheid aan geen enkele traditie' en 'te allen tijde respect voor elkanders vrijheid'. Wie durft dit hem na te zeggen? De brief staat vol van dergelijke vlakke waarheden. Ze krijgen diepte in de genadevolle eerlijkheid waarmee hij Thea's en zijn eigen milieu doorgrondt: in de ogen van de families (respectievelijk West- en Oost-Europees, nuchter en emotioneel, pover en chic) een 'mesalliance'. De ogenschijnlijk oppervlakkige waarnemingen winnen aan scherpte door de milde spot, waarmee hij bij voorbeeld het huwelijk gelijkstelt aan een rechtspersoon met man en vrouw als de enige bestuursleden, die voorzichtig behoren om te gaan met de huwelijksboedel - 'respect voor je theekopjes' dus! Dat die uiteraard als symbolen moeten worden opgevat blijkt in het tweede deel van de brief, dat meer in het bijzonder ingaat op Abels en Thea's huwelijksleven. Hier duiken de symbolen opnieuw op. In de oorlog heeft “de vijand (. . .) ons alles ontstolen, de theekopjes inbegrepen. Maar theekopjes hebben een ziel. En die ziel kent de zielsverhuizing.”

Dit andere, meer persoonlijke deel van de brief, gaat over de lotgevallen van die ziel die het alsmaar weer redt, in de vooroorlogse jaren van het sappelen, in het gezinsleven, in het concentratiekamp (Bergen Belsen), in de wereld van 'de hel' waarin Abel en Thea overleefden, waarin “miljoenen anderen waren vermoord (. . .) En het duurde en duurde eindeloos.” Thea ('veel krachtiger dan ik') en Abel ('een mislukte mislukkeling') ontdekten in de hel 'een onsterfelijke waarheid', hèt middel tegen verdriet: “lichaamswarmte. (. . .) En geloof me, of je aan God gelooft of niet, lichaamswarmte is een Godsgeschenk.”

Halverwege zijn brief verwoordt Herzberg wat de crux van zijn gehele oeuvre is: dat het geluk in het menselijk bestaan op z'n minst in de onmiddellijke nabijheid is aan te treffen. Zoals in de zoen van een kleindochter: “zo een zoen van heler harte. En door die zoen zul je begrijpen dat je niet voor niets hebt geleefd. Geen ijdelheid die daartegen opweegt. Daar gaat het om, om zulk een zoen, in ons vergankelijk bestaan. Geloof mij, ik spreek uit ervaring.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden