Review

Maar de klank, vertaler, de klank!

Hoe vertaal je Melville's grootse walvisroman? Moby Dick-kenner Peter Sierksma vindt de nieuwe vertaling van Barber van de Pol niet ideaal.

Vertalen is verraden. En hoe grootser het boek des te zwaarder dit oude adagium (’traduttore traditore’ in het Italiaans, want daar komt het vandaan) op de schouders van de vertaler drukt: Hoe houd ik dit werk leesbaar zonder inhoud en betekenis tekort te doen? En hoe doe ik recht aan de traditie zonder de moderne lezer te vermoeien met al te ingewikkelde constructies uit het verleden?

Getuige haar nawoord heeft Barber van de Pol zich bij het vertalen van ’Moby-Dick’ (1851) – dat superboek van Herman Melville over de walviskunde waar meteen ook de hele menselijke zoektocht naar het wezen van de geschiedenis, de psychologie en de religie is ondergebracht –-met deze vragen nadrukkelijk beziggehouden. Ze heeft zich niet alleen verdiept in Melvilles puriteins-Amerikaanse achtergrond, maar ook in de taal van tijdgenoten als Walt Whitman en Nathaniel Hawthorne aan wie de roman werd opgedragen. Veel lof daarom voor deze expeditie en de vorm waarin zij gegoten is, want echt, een verzorgdere Nederlandse uitgave van ’Moby Dick’ ken ik niet.

En toch is er ook iets dat ik mis. Iets dat moeilijk direct valt aan te wijzen en alles te maken heeft met smaak. Anders dan bij het origineel of bij de vertaling van J.M.F. Werumeus Buning uit 1929 word ik niet meegesleept. En juist dat meeslepende karakter, die ’ontlading van een rebbelaar’ zoals Van de Pol zelf zo treffend opmerkt, maakt ’Moby Dick’ zo onnavolgbaar, virtuoos en fantastisch. Anders ook dan het tien jaar geleden door Anneke Brassinga vertaalde ’The Confidence Man’ (‘De Maskerade’), een latere Melville, waar alle gekte in één vloeiende stijl is omgezet, blijf ik in deze vertaling te vaak haken achter een komma of struikel ik over een net te gekunstelde passage.

Neem de volgende zin uit het eerste hoofdstuk waar de verteller (Ismaël) de magnetische aantrekkingskracht van de zee op de inwoners van New York laat voelen: „There now is the insular city of the Manhattoes, belted round by wharves as Indian isles by coral riffs – commerce surrounds it with her surf.” Zo transparant als Melville zijn Manhattan als een eiland in de zee beschrijft, zo stijfjes lees ik het terug bij Van de Pol: „Ziedaar de eilandstad Manhattan, omgord door kaaien zoals een Oostindisch eiland door koraalriffen; handel omschuimt haar met zijn branding.” Hier wordt heerlijk proza teruggebracht tot correcte literatuur; correct, want natuurlijk is belted hetzelfde als ’omgord’ en zijn wharves kaaien, maar de klank, vertaler, de klank!

Behalve kwesties van smaak – daarvan zijn meer voorbeelden te geven –, zijn er tegen deze vertaling inhoudelijke bezwaren in te brengen. Zo mis ik te vaak het juiste midden tussen de sfeer van de negentiende eeuw en het modernisme waar Melville zo in uitblonk. Dat de vertaler het door de schrijver consequent gebruikte thou meestal als ’ge’ vertaald is prima. Maar wat me dan verbaast is dat zij de cruciale bijbelteksten uit de preek van Vader Mapple over Jona citeert uit de Nieuwe Bijbel Vertaling (2004). Als de slapende profeet tijdens zijn vlucht naar Tarsis op volle zee wordt gewekt omdat het schip bijna vergaat, roepen de bemanningsleden: „Wat is je bezigheid? Waar kom je vandaan? Uit welk land kom je? Bij welk volk hoor je?” (blz.71) Gezien de soepele klank ervan niet vreemd, maar juist met al die ’gij’s’ door de hele vertaling heen had hier de ’getrouwelijk overgezette’ Statenvertaling beter gepast: „Wat is uw werk en van waar komt gij? Welk is uw land en van welk volk zijt gij?”

Daar blijft het bij. Want ook in haar keus voor de NBV is Van de Pol niet consequent. Het eerste door haar gebruikte zinnetje „Wat is je bezigheid?” wordt daar gewoon vertaald met „Wat doe je hier aan boord?”, terwijl zij even verderop de NBV helemaal verlaat en kiest voor het klassieke ’spuwde Jona uit op het droge.’ Het zijn subtiele omissies die het lezen verstoren. Al blijft de vertaling natuurlijk een prestatie van formaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden