ImagoKarel Appel

Maakte knuffelwildebras Karel Appel de ultieme pure kunst?

Karel Appel in 1962 tijdens de opnamen van de film van Jan Vrijman 'De werkelijkheid 
van Karel Appel' in kasteel Groeneveld, Baarn. Beeld Hollandse Hoogte / Nederlands Fotomuseum
Karel Appel in 1962 tijdens de opnamen van de film van Jan Vrijman 'De werkelijkheid van Karel Appel' in kasteel Groeneveld, Baarn.Beeld Hollandse Hoogte / Nederlands Fotomuseum

Jarenlang gold Karel Appel als een Nederlandse Picasso. Hij stond model voor de ultieme, woest-natuurlijke kunstenaar. Hoe houdbaar is dat beeld nog rond zijn honderdste geboortedag?

Als een slager achter het hakblok staat Karel Appel in zijn atelier. Het schildersdoek is het enige oppervlak in de ruimte zonder verfspatten. De kunstenaar – snor, rond gezicht en lijf, bruine coltrui en broek – slaat met een paletmes rode verf op het midden van het doek. Zijn verf mengt-ie met grote, driftige bewegingen, schilderen doet hij met zijn hele lichaam. Soms heeft hij in beide handen een kwast. Dan draait hij zich om, naar de camera.“Ik begin vanuit mijn materie, dat is verf”, zegt hij in plat Amsterdams.

Appel was geen goede acteur, die tekst is duidelijk ingestudeerd. De scène komt uit de film De werkelijkheid van Karel Appel van Jan Vrijman, uit 1961. Een film van nog geen kwartier die, samen met Appels Cobra-reputatie, Appel tot een icoon maakte. En dankzij bewonderende interviews bleef hij dat ook. De boodschap: de kunstenaar was een woesteling, ‘een barbaar in deze barbaarse tijd’, die puur vanuit gevoel werkte.

“Ik rotzooi maar wat an”, was een van zijn meest geciteerde uitspraken. Hij zou, zo was het idee, ’s ochtends voor het lege doek staan en in trance met de verf en zichzelf een kunstwerk maken. Nu, vijftien jaar na zijn dood, rond de honderdste geboortedag van de Nederlandse kunstenaar op 25 april, wordt het langzaam mogelijk met wat meer afstand naar de kunst en de kunstenaar te kijken.

Karel Appel: Twee figuren, 1954 Beeld Collectie Cobra Museum
Karel Appel: Twee figuren, 1954Beeld Collectie Cobra Museum

Al in 2016 werd bij een tentoonstelling in Den Haag duidelijk dat dat ‘aanrotzooien’ niet klopte. Er waren zestig tekeningen te zien die de kunstenaar overduidelijk had gebruikt ter voorbereiding van de schilderijen, voorstudies. Eigenlijk was Appel dus wel degelijk een kunstenaar die composities bedacht. Maar mensen hoorden liever een ander verhaal. En verhalen vertellen, dat kon Appel.

Zoon van een kapper in de Dapperstraat

Zo vertelde de kunstenaar in de jaren negentig aan Ischa Meijer dat ‘ie wel móest schilderen. Hij at als baby al een doosje kleurkrijtjes op, en jawel, ‘het eerste schilderij zat in m’n luier’. Als zoon van een kapper in de Amsterdamse Dapperstraat werd hij geacht de zaak over te nemen, maar schilderen was zijn roeping. Als elfjarige was hij voor het eerst in het Stedelijk, waar veel werk van Van Gogh te zien was. Meijer, bewonderend: “Uw hart ging meteen uit naar het echte schilderen.”

De piek in roem bereikte Appel door zijn zijn Cobra-tijd. Tussen 1948 en 1951 zette de groep kunstenaars (Denen, Belgen en Nederlanders, onder wie Appel, Constant en Corneille) in Parijs een andere, vrije schilderkunst neer. Net nadat bijvoorbeeld Jean Dubuffet en Picasso dezelfde richting hadden gekozen, dus absoluut nieuw was het niet. Voor Nederland wel. Een richting door en voor iedereen, geïnspireerd op kindertekeningen en outsiders.

Twee Appel exposities

Het Cobramuseum in Amstelveen viert zondag 25 april het honderdste geboortejaar van Karel Appel (1921-2006) met een online programma. De expositie ‘Karel Appel 100 jaar’ is te bezoeken zodra de musea weer open mogen. Te zien zijn dan de Appels uit eigen collectie, maar ook enkele bijzondere bruiklenen. cobra-museum.nl/tentoonstelling/karel-appel-100-jaar/

In Slewe Gallery in Amsterdam is ook een Appel-expositie, ingericht door oud-directeur van het Stedelijk Museum Rudi Fuchs in samenwerking met de Karel Appel Foundation. Met bijbehorende catalogus. ‘Karel Appel, Horizon of Tuscany’, 24 april tot 27 juni (op afspraak), slewe.nl

Dat Appel ook een serieuze, klassieke opleiding aan de Rijksakademie had gevolgd, en ook in bezet Nederland exposeerde en subsidies kreeg, kwam zelden nog ter sprake. Ook werd zelden opgemerkt dat het wel degelijk doordachte composities waren die hij maakte, geen willekeurige verfvlekken van een genie.

‘Verzetskunst met terugwerkende kracht’

Willem Sandberg, vanaf 1945 directeur van het Stedelijk, bezorgde hem opdrachten en tentoonstellingen in Amsterdam. Hij vond in Appels rauwe, woeste werk de ideale tegenhanger van de zoet-realistische nazistijl. ‘Verzetskunst met terugwerkende kracht’ noemde cultuurhistoricus Claartje Wesselink het in 2014 treffend.

Nadat Cobra in 1951 uit elkaar was gevallen, bereikte de reputatie van de wilde schilder ook internationaal zijn hoogtepunt. Appel werd uitgenodigd voor biënnales, kreeg opdrachten in het buitenland, ging pendelen tussen Parijs en New York. Vanwege die voortdurende afwezigheid hield zijn sterke wildebras-imago lang stand, misschien ook wel bij gebrek aan even iconische rivalen.

‘Een Karel Appel’ werd in Nederland synoniem voor een duur schilderij zonder duidelijke afbeelding. Onbegrijpelijk was hij, maar ook ongevaarlijk: choqueren deed Appel allang niet meer. In 2000, in de legendarische VPRO-televisieserie Van de schoonheid en de troost, is hij van de 26 internationale gasten de enige beeldend kunstenaar. Hij is emotioneel over zijn jeugd en bescheiden over zijn ouderdom. Hij vertelt dat hij voor het eerst een stoel heeft gekocht voor in zijn atelier, die had-ie namelijk nooit nodig gehad.

‘Ik schilder zoals de vogels zingen’

Bij de tentoonstelling in 2016 werd duidelijk dat de Vrijmanfilm tot in de details geregisseerd was: Appel stond te schilderen in een tv-studio, niet in zijn eigen atelier. Hij speelde een rol. Sinds begin dit jaar is het eerste deel van de oeuvrecatalogus van Appel online komen te staan, de recentste werken, die het makkelijkst te dateren zijn, als eerste. Daarna hopen de initiatiefnemers op meer belangstelling voor de schilderijen zelf. ‘Wat hij de laatste vijftig jaar van zijn leven maakte, is slecht onderzocht’, meldt de verantwoordelijke conservator van de Karel Appel Foundation.

In 2004 loopt Appel arm in arm met interviewer Sonja Barend door New York. De grootste valkuil voor een kunstenaar noemt hij het aannemen van een stijl, routine. Nog steeds schildert hij elke dag, hij huurt voor kapitalen aan opslagruimtes, geld interesseert hem niet. Wat hij schildert? “De toekomst. Ik schilder gewoon. Zonder er bij na te denken. Zoals de vogels zingen.” Of die schilderijen in de toekomst ook nog eeuwigheidswaarde hebben, zal de tijd uitwijzen. Te zien is zijn werk nog steeds.

Lees ook:

Wat de beeldende kunst ons vertelt over de magie van een vol terras

Kunsthistoricus Joke de Wolf richt de blik op een kunstwerk dat past bij de actualiteit. Vandaag: Het terras.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden