Review

Luxemburger Rob Krier zet trend: gezellig bouwen

De maakbare samenleving heeft in de architectuur plaatsgemaakt voor de wil van het volk. Niet zoals in de jaren zeventig met een overmaat aan inspraak die werd omgezet in twijfelachtige architectuur, maar nu met een historiserende vormgeving waar de huizenkopers van smullen. De wijk Noorderhof aan de noordrand van de Sloterplas in Amsterdam-West is een schoolvoorbeeld van 'gezellige' architectuur.

Robbert Roos

Eenzelfde opzet kenmerkt het Noorderhof, al bevindt deze buurt zich niet in het hart van de stad, maar is het ingebed in de wat perifere sfeer van de naoorlogse uitbreidingswijken. Het bijna middeleeuws aandoende woongebiedje contrasteert daardoor scherp met de rationeel en ruim opgezette strokenbouw er omheen.

Identiteit is het toverwoord, waarmee Krier de huizenkopers lokt. Het komt tot uitdrukking in een architectuur met een zeer persoonlijke signatuur, vol historische verwijzingen: veel baksteen (het liefst een ruwe, ambachtelijke soort met een donkere teint) en ornamenten die zijn ontleend aan oudere bouwkunst: geprononceerde daklijsten, gevarieerde metselpatronen, rudimenten van pilaren, boogfriezen, rozetramen en bewerkte houten kozijnen.

Alleen op het Granpré Molièreplein is gekozen voor één geveltype, zodat hier het beeld heel eenduidig is. De nieuwbouw 'concurreert' er met de katholieke kerk (ontworpen door Grandpré Molière) die al op die plek stond en die is gehandhaafd. De sobere, rationele architectuur van Grandpré Molière past op zich in de omgeving door de verwijzing naar de oude Romaanse bouwstijl, maar de voorman van de Delftse School was veel terughoudender en ingetogener in het citeren van zijn inspiratiebron. Hij wilde de essentie en het sacrale karakter van de Romaanse bouwkunst in zijn architectuur vatten, terwijl de architecten van het Noorderhof op een anekdotischer manier naar oude stijlen verwijzen.

Alle straten in het Noorderhof zijn vernoemd naar architecten uit de tijd van Grandpré Molière (grofweg van de jaren twintig tot de jaren zestig). Zo is er ook de Dom van der Laanstraat. Het is een haast hilarische gotspe dat de naam van Van der Laan (die uitgesproken minimalistische en introspectieve architectuur in baksteen maakte) aan de postmodern georiënteerde architectuur van het Noorderhof verbonden is. Natuurlijk, straatnaam en architectuur hebben in principe niets met elkaar te maken. Maar in het geval van Dom Hans van der Laan is de paradox wel erg groot.

Krier is als advocaat van de historiserende architectuur op dit moment een gewilde gast van projectontwikkelaars en woningbouwverenigingen. Er is een grote behoefte aan herkenbare architectuur, na jaren van functionalistische, vrij kille bouw. De feestarchitectuur van de Vinex-wijken (geïntroduceerd in Kattenbroek) verzandt steeds meer in middelmatigheid en gaat bovendien verloren in breed opgezette weilandwijken, waar nauwelijks een intiem straat- of buurtgevoel op te roepen is. Dat laatste zal in het Noorderhof geen probleem zijn. De veelbeeldigheid van de metselverbanden en de warmte van het baksteen en de ornamentiek, staan garant voor een buurtje met een lieflijk karakter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden