Review

Lustoorden van Amsterdamse patriciërs nu natuurparadijzen

Er lopen vossen op Boekesteyn. Overal zie je hun sporen in los zand. Op een grote molshoop staan de prenten zo dicht opeen dat de vos er minstens tien keer overheen gelopen moet hebben. In de hoop is een paadje uitgehold.

door Henk van Halm

Het verbaast niet dat er zoveel vossen zitten op de 's-Gravelandse buitenplaatsen. De overgang van de Gooise stuwwal naar de lage veengebieden in het westen is rijk aan natuur. Het weiland met de molshopen is ongelijk en bobbelig door muizengangen en in het omringende bos leven veel vogels. Een paradijs voor vossen.

Op deze mistige winterdag op de drempel van het voorjaar zijn kuif- en zwarte mezen druk in het naaldhout. Appelvinken vliegen voortdurend heen en weer in de boomtoppen en roepen druk met een hoog piepgeluidje. We horen glanskop, goudhaan, boomklever en boomkruiper en op een dode takstomp roffelt een grote bonte specht. In de verte lachen groene en zwarte specht, de laatste iets lager van toon en minder vrolijk dan de eerste. Boven de bomen miauwt een buizerd. Roodborst, vink, kool- en pimpelmees, winterkoning, merel en zanglijster, die in stad en dorp in deze tijd volop zingen, laten alleen af en toe flarden van een lied los.

Patriciërs

Toen het huis Boekesteyn omstreeks 1770 werd gebouwd, was er al een boerderij, Brambergen. Brambergen is nu deels bezoekerscentrum van Natuurmonumenten, eigenaar van de 's-Gravelandse buitenplaatsen. Die buitenplaatsen dankten hun ontstaan aan Amsterdamse patriciërs. In de zeventiende eeuw ontvluchtte wie zich dat kon permitteren 'szomers met zijn gezin de stinkende en benauwde stad om zich te verpozen op zijn buitengoed aan de Amstel, aan de Vecht of in 's-Graveland.

Hier aan de rand van het Gooi lieten de vermogende Amsterdammers eerst het zand van de stuwwal afgraven voor de stadsuitbreidingen en verkavelden ze vervolgens de grond in ongeveer gelijke stukken. Daar zetten ze een boerderij neer en later bouwden ze er een herenhuis, omdat het zomerleven buiten de stad hun zeer beviel.

In 's-Graveland ligt een hele reeks van die vroegere lustoorden: Bantam in het noorden, dan Schaep en Burgh, Boekesteyn, Hilverbeek, Trompenburgh en ten slotte Gooilust in het zuiden.

Verschillende tuinstijlen

Het park van Boekesteyn werd aangelegd in de formele Franse stijl, wat nog te zien is aan de kaarsrechte laan, die het langgerekte landgoed in de lengte in tweeën deelt. Een halve eeuw later werd het bospark omgevormd in de Engelse landschapsstijl met slingerpaadjes en verrassende doorkijkjes, die de strakke geometrische vormgeving grotendeels tenietdeed. Er moeten toen ook veel uitheemse gewassen zijn geplant, die we nu als stinzenplanten kennen, zoals de voorjaarszonnebloem, die rechts van het huis een heel veld vormt, maar pas in juni bloeit. Sneeuwklokjes bungelen nu achter het huis, waar bossen trompetnarcissen opkomen.

Achter het huis doet het park zich voor als een oud loofbos met een paar vijvers en de laan als zichtas. Aan de scheidsloot met Schaep en Burgh staat prachtframboos, een woekerende stinzenplant die op een enkele rozerode bloem na nog kaal is.

Ten zuiden van de laan liggen weilanden en akkers, die bij het landgoed behoren. Wiekklapperend vliegt een troep houtduiven op van de akker en strijkt neer in een grote alleenstaande eik. Een stuk of vijftig kauwen hebben daar ook voedsel gezocht en zwerven nu als een onordelijke bende naar het verre bos.

In de bosrand bloeit een hazelaar met geelgroene katjes. Behalve nogal wat siernaaldhout, zoals op veel landgoederen, staan er veel oude bomen op Boekesteyn. Grote en minstens tweehonderd jaar oude beuken en zomereiken met bosschages van hulst, taxus en rododendrons bepalen de aanblik van het bos. Veel bomen zijn dood en omgevallen. Andere staan nog, terwijl hun machtige takken bij elke storm verder afbreken. Spechten voelen zich thuis in het oude bospark met zoveel dood hout. Achter het grasland met een nieuw gegraven vijver staat een taxus van een eeuw oud, een van de grootste in ons land. Een hol bos, een huis vormt die ene boom.

Vanzelfsprekend zijn de buitenplaatsen geen natuurlijke landschappen. Net zoals overal in Nederland hebben mensen voortdurend ingegrepen in de natuurlijke omgeving, vaak omdat dat nodig was in de strijd om het bestaan, soms om het landschap aan te passen aan hun recreatieve eisen. Zo zijn in de loop van eeuwen cultuurhistorisch waardevolle plaatsen ontstaan, die tegenwoordig helaas vaak moeten wijken voor stadsuitbreiding, industrievestiging, wegenaanleg en vuilstort. In de afgelopen vijf decennia zijn veel van onze oude landschappen verloren gegaan, mét de planten en dieren die daarbij horen.

Versleten wandelpaden

De Vereniging Natuurmonumenten zet zich in voor de belangen van natuur en landschap, waarbij cultuur en natuur als onlosmakelijke onderdelen van het landschap worden beschouwd. Dat geldt zeker voor de buitenplaatsen, aangelegd met de bedoeling een lusthof te scheppen voor de bewoners en nu landschappen waar de moderne mens bij voorkeur recreëert. Wat op Boekesteyn ook wel te zien is, want de wandelpaden zien er versleten uit.

Een goed beeld van wat op het spel staat als natuurbescherming naar de marges van het beleid wordt verbannen, geeft het boek 'Cultuurmonumenten van Natuurmonumenten'. Het is een salontafelboek met fraaie foto's, maar weinig feitelijke informatie. De tekst gaat vooral over waar Natuurmonumenten voor staat. Wat overigens best elke Nederlander mag weten, want het is een zaak van iedereen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden