Lucie Horsch: ‘Ik heb mijn instrument nu ook lang genoeg leren kennen om een uitstapje te maken en de grenzen op te zoeken.’

InterviewLucie Horsch

Lucie Horsch speelt jazz en de tango op haar blokfluit. ‘Dit was echt een uitdaging’

Lucie Horsch: ‘Ik heb mijn instrument nu ook lang genoeg leren kennen om een uitstapje te maken en de grenzen op te zoeken.’Beeld Simon Fowler

Volksmuziek spelen op de blokfluit: dat doet Lucie Horsch op haar nieuwe album Origins, dat vandaag uitkomt. Ze waagt zich met haar ‘barokinstrument’ aan de tango, Roemeense dansen, improvisaties en zelfs jazz.

Stella Vrijmoed

“Het is natuurlijk een vaag begrip, volksmuziek”, zegt Lucie Horsch in haar woning in een rustige Amsterdamse buurt, waar haar buren gelukkig liefhebbers van klassieke muziek zijn. Ze heeft nog een milde jetlag van haar tour in Japan, waar ze onder andere Bach, Telemann en Vivaldi speelde – muziek uit de hoogtijdagen van de blokfluit, toen het meeste repertoire voor het instrument geschreven werd. Op haar nieuwe album verlaat ze deze haar zo vertrouwde barok.

“Voor mij betekent volksmuziek iets tijdloos”, vervolgt ze, “iets wat niet per se in de concertzaal wordt gespeeld, maar altijd al heeft bestaan.” Een soort oermuziek, concludeert ze. “Daarom heet het album ook Origins. Ik ben altijd gefascineerd door componisten die op zoek gaan naar hun roots en dat verwerken in hun muziek, zoals Bartók. En de blokfluit leent zich heel goed voor volksmuziek.”

Ze legt uit dat dat te maken kan hebben met de directheid van het instrument. “Het is makkelijk om een klank uit een blokfluit te krijgen, je hoeft niet een maand je lippen te trainen zoals bij een trompet. De fluit doet het zelf, ook als je met je neus blaast komt er geluid uit”, illustreert ze. “Tegelijkertijd is het daarom een kwetsbaar instrument, omdat het heel lastig is om te beheersen wát voor geluid eruit komt. Als je een simpele volksmelodie speelt, klinkt dat heel authentiek. Dat raakt mij dan. Zo’n directe uitdrukking is volgens mij waar het bij volksmuziek om draait.”

In het begin sceptisch

Horsch wilde muziek op het album waarvan nog geen officiële blokfluitversie bestond, zoals stukken van Astor Piazzolla. Ze werkte hiervoor samen met bandoneonist Carel Kraayenhof. “Die was in het begin wel sceptisch. Volgens mij is er nog nooit echt tango gespeeld op blokfluit. Hij is zijn hele leven bezig geweest met zich die muziek eigen te maken, is zo verbonden met de taal van Piazzolla. Dus hij is wel voorzichtig als iemand er iets mee wil wat niet oorspronkelijk is. We moesten echt op zoek naar hoe we dit konden doen, hij heeft me in lange sessies veel geleerd over de muziek en waar die vandaan kwam. Maar de percussieve effecten uit de tango kun je goed nadoen met de blokfluit, juist door die directheid. Daar kwamen we in de loop van het proces achter.”

Een experiment dus, maar tegelijkertijd beschermde Horsch haar eigen instrument, door geen dingen erop te spelen die volgens haar niet bij de klank pasten. “Het moest niet een gekke circusact worden.” Romantische muziek gaat bijvoorbeeld minder goed, volgens haar. “In de romantiek werd de blokfluit vervangen door de fluit, die heeft meer dynamische mogelijkheden: die kan makkelijker harder en zachter. Chopin op blokfluit is bijvoorbeeld best een far stretch.” Alleen bij Café 1930 van Piazzolla heeft Horsch toch geprobeerd een partij voor dwarsfluit op blokfluit te spelen. “Ik voelde daar dat ik tegen de natuur van de blokfluit in ging. Dat was echt een uitdaging.”

Die uitdaging is precies waar Horsch het voor doet. Het maken van het album was een lang proces van twee jaar, waarbij ze naar eigen zeggen veel persoonlijke stappen heeft gezet. Ze benaderde zelf mensen om mee samen te werken, deed onderzoek en ging naar de arrangeur om te bepalen welke blokfluit – ze heeft er een stuk of zestig – geschikt was voor welk stuk. Bovendien leerde ze improviseren met de Senegalees Bao Sissoko en zijn kora, een soort Afrikaanse harp. “Het was een avontuur. Naar hem in Brussel gaan, met hem communiceren – hij spreekt alleen maar Frans. Hij is een totaal ander soort musicus dan ik: ik ben gewend om van blad te spelen en hij kan geen noten lezen.”

Zelfvertrouwen

Sissoko’s spel, gebaseerd op de Senegalese traditie, nodigde Horsch uit om mee te spelen, wat haar zelfvertrouwen gaf. “Ik heb met hem ook voor het eerst live op het podium geïmproviseerd. Het is heel leuk dat dit album ervoor gezorgd heeft dat ik dat nu durf. Maar ook Emmy Storms, die veel Ierse volksmuziek heeft gespeeld, leerde me tijdens dit proces versieringen toe te voegen in mijn spel. Dus ik improviseer eigenlijk op meerdere nummers op het album.”

Het meest bijzondere aan de plaat noemt Horsch het spelen van jazz op de blokfluit, iets wat ze al lang wilde proberen. “Mijn speelplezier won het in dit geval van mijn aarzeling om iets te doen wat niet helemaal stijleigen is. Ik vertrouwde erop dat Fuse, met wie ik het speelde, dat goed in de gaten zou houden. Sommige musici uit die band zijn opgeleid als jazzmusicus, dus als zij accepteerden wat ik deed, dan moest het wel goed zijn. En ik heb mijn instrument nu ook lang genoeg leren kennen om een uitstapje te maken en de grenzen op te zoeken. Ik hoop in de toekomst op meer van dit soort concerten en samenwerkingen, omdat mensen nu weten: ‘hé, Lucie speelt niet alleen barok.’”

Lucie Horsch treedt op met haar albumprogramma op 30 oktober (Philharmonie, Haarlem) en 15 december (Oosterpoort,Groningen).

Lees ook:

Blokfluit maakt meer kapot dan je lief is

Omdat hij muziekleraar is, moet Gerwin van der Werf het toch een keer hebben over de blokfluit. Hij schept meteen duidelijkheid: ‘De blokfluit is een oud, eerbiedwaardig instrument, blokfluiten zijn prima dingen. Ik heb niets tegen blokfluiten, zolang er maar niet op gespeeld wordt.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden