Lucebert was met zijn nazi-sympathieën een 'romantische naïeveling'

Beeld Frank Castelein

Zijn biografie van Lucebert was bijna af toen Wim Hazeu brieven in handen kreeg, die duidelijk maakten dat de dichter sympathie had voor de nazi's. 'Was hij een romantische naïeveling? Totaal.'

Fysiek misselijk voelde Wim Hazeu zich, na het inzien van brieven van Lucebert die aan antisemitische duidelijkheid niets te wensen overlieten. "Ik ging tijdens het lezen af en toe naar buiten om bij te komen. In de auto op weg naar huis moest ik stoppen, ik voelde me kwetsbaar en ik wilde geen ongeluk veroorzaken."

In februari vorig jaar kreeg biograaf Hazeu (77) bericht van een vrouw die zei te beschikken over brieven van Lucebert, in 1943 in Duitsland geschreven aan een vriendin. De biografie over hem had hij op een haar na af. Al bij de eerste brief besefte Hazeu dat hij het boek ingrijpend moest aanpassen. Hij wist dat Bertus Swaanswijk, zoals hij voor de burgerlijke stand heette, zich in 1943 vrijwillig had gemeld voor arbeid in Duitsland en daartoe niet was gedwongen. "Maar het antisemitisme overdonderde mij totaal."

Hazeu had aan velen slecht nieuws te brengen, ook aan Luceberts nabestaanden. Zijn drie dochters en zoon waren ontdaan. "Zij hebben er behoorlijk mee geworsteld. Onthutst waren zij. Ik heb het Stedelijk Museum geïnformeerd, dat heeft veel werk van hem. Remco Campert, een van Luceberts beste vrienden, was even stil toen hij het hoorde. Uiteindelijk zei hij: 'Toch blijft hij mijn vriend en voorbeeld'."

Mee het graf in

Lucebert nam in 1994 het geheim mee zijn graf in. Nergens heeft hij over dat verleden een letter geschreven. Hoogstwaarschijnlijk, denkt Hazeu, wist zelfs zijn in 2011 overleden vrouw Tony Koek, met wie hij 41 jaar samen is geweest, van niets. Nooit vertelde hij zijn vrienden iets over dat Duitse jaar. "Die zochten daar niet meteen iets achter, want hij was van nature weinig mededeelzaam, kon zich soms volledig van anderen afsluiten."

In de biografie reconstrueert Hazeu de jeugdjaren van Bertus Swaanswijk, zoon van een schilder in de Amsterdamse Jordaan, wiens familie in de crisisjaren en later bittere armoede kende. De jongen toonde aanleg voor tekenen, werd aangenomen op de kunstacademie, maar er door zijn vader weer van afgehaald. Een besluit met volgens Hazeu vergaande gevolgen, omdat Bertus daardoor het contact verloor met zijn leermeester Stam, een communist en bestrijder van de NSB. Maar ook omdat Bertus aan het zwerven sloeg met vrienden die, net als hij, bevattelijk bleken voor Duitse propaganda.

Die vrienden waren Johan van der Zant, als dichter later bekend onder het pseudoniem Hans Andreus, en Wim Kraaijkamp, broer van John. "Ze keken met grote ogen naar de parades en genoten van het gestamp van bespijkerde laarzen en marsliederen zingende soldaten. Zij kwamen, als velen, in een roes. Daar kwam bij dat Bertus verslingerd was aan Duitse literatuur. Rilke, Nietzsche en Goethe las hij kapot."

Aardige jongens

Met zijn drieën gedroegen zij zich als Nescio's Titaantjes: 'aardige jongens' die druk discussieerden over literatuur en filosofie, maar die zich niet bemoeiden met bijvoorbeeld het verzet tegen de Jodenvervolging, zoals de Februaristaking. Zij bezochten de opera 'Der Freischutz' en de 'Matthäus-Passion' onder leiding van Willem Mengelberg. Over de taferelen bij de Hollandsche Schouwburg waar Joden werden bijeengebracht voor deportatie, vermeldde hun correspondentie niets. Wel schreven zij over de 'nieuwe mens' en de 'nieuwe gemeenschap', termen van Nietzsche, die door de nationaal-socialisten werden geannexeerd.

Hoewel de vrienden in 1941 nog de kant kozen van communisten en op de Kalverstraat provocerend de 'Internationale' zongen, raakten zij later steeds meer onder invloed van Duitse propaganda. Typerend was het bezoek aan een bijeenkomst van het Nationaal Socialistisch Studentenfront. Wim Kraaijkamp schreef dat de woordvoerder hen dermate overtuigde dat door zijn toedoen 'wij alle drie niet zonder geloof aan zijn gelijk de zaal verlieten'.

"Het is een periode in zijn adolescentenbestaan waarin hij achter elke vlag die hij zag wapperen aanliep", zegt Hazeu. "Eerst was dat die van de communisten en later de nationaal-socialistische vlag. Het groots en meeslepend leven van Marsman wilde hij onder die vlag beleven. Hij viel voor het Duitse gedachtengoed over het superieure Germaanse ras."

Uiteindelijk stelde Hans van der Zant in maart 1943 voor om zich samen aan te melden bij de Waffen-SS. Eerst 'versliep' Bertus zich nog, maar een dag later stonden zij bij het kantoor aan de Dam. Terwijl Hans de formulieren invulde, verliet Bertus echter het gebouw. Zijn vriend vertrok naar het Oostfront, kwam in 1944 terug en wist waarschijnlijk van het geheim van Lucebert. Bertus meldde zich later aan voor werk in de Duitse wapenindustrie en vertrok naar Duitsland. Bij een springstoffenfabriek kwam hij door zijn goede beheersing van het Duits op kantoor terecht.

"Dat was voor hem het paradijs", zegt Hazeu. "Hij was omringd met boeken, mocht naar de bioscoop, musea, bibliotheek. Ongekend. Van de afgrijselijke werkelijkheid om hem heen merkte hij niets, althans, hij liet er niets van in zijn brieven blijken. Was hij een romantische naïeveling? Totaal."

Hazeu neemt tijdens het gesprek in zijn werkkamer in Baarn af en toe een pijp in zijn handen, die ooit aan Lucebert toebehoorde. Op de grond staat tegen de boekenkast geleund een aquarel van de kunstenaar. Her en der hangen kleine portretjes van hem. "Voor een deel kan ik me wel in hem verplaatsen. Ik was als zeventienjarige diep onder de indruk van de Taptoe Delft. Ik genoot van de exercities van militairen, terwijl ik tien jaar later pacifist werd."

Alle gedichten herlezen

Hazeu wil Lucebert niet veroordelen of vrijpleiten. "Ik heb geprobeerd om zijn heftige brieven in een kader te zetten. Waar ik bang voor ben, is dat straks krantekoppen iets schreeuwen als: 'Lucebert was fout in de oorlog'. Die brieven zijn niet goed te praten, maar hij heeft niemand een haar gekrenkt, niemand aangegeven. Daarnaast heeft hij naar mijn overtuiging van zijn fouten geleerd. Ik heb al zijn gedichten nog eens herlezen, maar geen spoortje van antisemitisme teruggevonden."

Het is gissen hoe Lucebert terugkeek op zijn verblijf in nazi-Duitsland. "Hij was getuige van de beruchte beschieting vanaf het balkon van de Groote Club op de Dam van 7 mei 1945, waarbij 32 mensen omkwamen, onder wie kinderen. Hij zal hebben gedacht: is dit nu de Groot-Germaanse gedachte? Hij bezocht anti-nazifilms als 'Rotation'. Hij las 'Der SS-Staat' van Eugen Kogon, waarin de nazi-misdaden uit de doeken werd gedaan. Hij ontdekte dat bijna al zijn vrienden, zoals Kouwenaar en Elburg, betrokken waren geweest bij het verzet. Bij hen zal hij zich een buitenbeentje hebben gevoeld."

Tekst loopt door onder de foto

Lucebert in de jaren vijftig. Beeld Eli van Zachten/MAI.

Geen weg terug

In die eerste naoorlogse jaren maakte hij geen schoon schip en daarna werd het steeds moeilijker om over zijn Duitse verleden te spreken. "Eenmaal gezwegen, was er geen weg meer terug", schrijft Hazeu in zijn biografie. "Het zal een enorme worsteling zijn geweest. Hij zal zich geschaamd hebben."

Hazeu maakt er geen geheim van dat hij Lucebert buitengewoon bewondert. Toch heeft hij hem slechts twee keer in levenden lijve gezien. "Ik wist al heel lang dat ik ooit een biografie van hem ging schrijven. Ik heb als voorwaarde dat ik die persoon niet persoonlijk goed ken. Dat was zo met de biografieën van Vestdijk, Slauerhoff, Toonder, Achterberg. Ik ben bang dat het anders te autobiografisch wordt. Simon Vinkenoog heb ik heel goed gekend en van hem zal ik dus nooit een biografie schrijven."

Hazeu herinnert zich levendig waarom hij destijds dweepte met Vijftigers als Lucebert, Campert, Vinkenoog, Kouwenaar, Elburg en Schierbeek. "Na de oorlog snakten we naar nieuwe vormen en geluiden. We keerden ons af van het ingeslapen volk en moesten niets hebben van het regentendom. Ik begreep eerlijk gezegd niets van Luceberts gedichten, maar kwam door zijn taal in een roes. Die liefde heeft me nooit verlaten. Lucebert was voor mij in veel opzichten een leidsman. Vandaar dat deze brieven zo'n schok waren."

Maanden peinzen

Op de vraag of hij dan wel geschikt was voor deze biografie, en of hij zaken misschien onbewust verdoezelt, schiet hij fel omhoog. "Ik verdoezel helemaal niets! Ik heb maanden lopen peinzen hoe ik dit zou verwerken in het boek. Ik moest hem citeren! Natuurlijk! Hem zelf aan het woord laten. De ergste en grofste fragmenten met antisemitische en anti-negroïde opmerkingen heb ik opgeschreven. Maar ik probeer het ook in een kader te plaatsen. Laatst zag ik hem op oude videobeelden uit zijn werk voorlezen en schoot door mijn hoofd: wat doe ik hem aan?"

Aanvankelijk had Hazeu een heel andere rode lijn uitgezet. Hij had ontdekt dat Lucebert zijn leven lang nauw contact onderhield met Cas de Quay, een oerconservatieve katholiek, wiens leven een sterk contrast vormde met dat van de linkse en avontuurlijke kunstenaar, die verwoed tegen heilige huisjes als de katholieke kerk aanschopte. Hazeu vermoedt dat de twee een platonische liefdesverhouding hadden.

Nu is er een tweede lijn: dat Nederland zonder de oorlog niet de Lucebert zou hebben gekregen, zoals die zich heeft gemanifesteerd. Hij ging in 1943 naar Duitsland als Bertus Swaanswijk en kwam terug als Lucebert. "Hij schreef eerst gedichten die licht sentimenteel waren, die rijmden. Daar nam hij na 1945 radicaal afscheid van. Hij zocht en vond zijn eigen woorden en goot die in zijn volstrekt unieke vorm. Hij rees als een feniks uit zijn as, hij was een totaal andere vogel."

Ervaringsdeskundige

Een voorbeeld daarvan is volgens Hazeu het gedicht 'Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia', waarmee hij debuteerde. Daarin kwam hij in opstand tegen de koloniale oorlog die de Nederlandse regering in 1948 in Indonesië ontketende. "Hij was ervaringsdeskundige. Juist de dichters die in het verzet hadden gezeten, lieten zich over de dekolonisatieoorlog minder horen. Lucebert prikte door het verhaal van politici en generaals heen. Hij dacht: dat zal me geen tweede keer gebeuren."

Zal de nieuwe kennis Lucebert van de troon als Keizer van de Beweging van Vijftig stoten en afbreuk doen aan zijn kunstenaarschap? Hazeu is geneigd aansluiting te zoeken bij de stelling, die Chris van der Heijden in 'Grijs verleden' verwoordde, dat bij veel jonge jongens het toeval een grote rol speelde bij hun keuze voor goed of fout.

"Ik denk dat als een ontvankelijke jongen als Bertus niet van de kunstacademie was gehaald en bij zijn communistische leraar Stam was gebleven, zijn oorlogsverleden heel anders was geweest. De kunstenaar en dichter Lucebert manifesteerde zich pas na de oorlog. Aan zijn kunstenaarschap is geen afbreuk gedaan."

Tekst loopt door onder de foto

Wim Hazeu, biograaf van Lucebert. Beeld WimHazeu

Wim Hazeu

Na zijn studie Nederlands was Wim Hazeu (1940) werkzaam als journalist, programmamaker voor radio en televisie en uitgever. Hij publiceerde romans, dichtbundels en biografieën van onder anderen Achterberg, Slauerhoff, Escher en Vestdijk. Op de biografie van Vestdijk promoveerde hij in Groningen. 'Lucebert' verschijnt vandaag bij De Bezige Bij.

Lees ook: Jonge Lucebert was in de ban van het anti-semitisme

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden