Review

LOUIS PAUL BOON Een schilder

Kris Humbeeck en Bart Vanegeren. Louis Paul Boon 1912 - 1979. Een schilder ontspoord. Stadsbestuur Aalst, Boonmuseum, L.P. Boon-documentatiecentrum (Antwerpen), 1993. 112 blz. geillustreerd. 700 BF. Alleen verkrijgbaar in het Boonmuseum, Oude Vismarkt 13, Aalst (of telefonisch: 09 32 53 732262) of in het Toeristisch Bureau van de stad Aalst (of telefonisch: 09 32 53 702660).

Er is een moment geweest, in 1968, waarop hij officieel de literatuur vaarwel zei, maar in de jaren die volgden is daar weinig van gebleken. Boon verlangde terug naar de tijd dat hij een groot schilder wilde worden: “Eenmaal moet ik toch de plaats terugvinden waar ik als schilder ontspoorde en schrijver werd. En op deze plaats aangekomen wil ik me hervatten en alles in beeld brengen wat ik met woorden moest beschrijven.” Er is geen reden om hem niet te geloven, maar er kan wel bij worden aangetekend dat Boon zich al heel vroeg bewust was van het verschil tussen woord en beeld.

Hij had twee dagboeken in de jaren dertig, eentje met tekeningen en eentje met tekst. In 1941 schrijft hij aan zijn vriend de schilder Maurice Roggeman:“leer me schilderen, leer het me tonen op het doek te smeren tot een min of meer aanneembare kleurencombinatie. Maar ik teeken in houtskool de dingen die ik stamelen wilde.” In het vervolg van de brief beschrijft hij de wereld zoals hij die in beeld brengt, hij interpreteert hem ook en dat is al een stap op weg naar de literatuur:

“Een sombere dode wereld, met hemelhoge, gebarsten en verweerde muren. een donkere woeste dag. Een diepe, koude nacht. Een reepje maanlicht dat op een bijgang plast. ergens in een somb'ren hoek de zwarte nis van ene deur die op een kier staat. Een schaduw die zich binnen wringt. Het niets. Iets dat niet van menschenhanden schijnt gemaakt te zijn. Batimenten die er in een onbegonnen tijd reeds stonden en waarvan niemand het ontstaan nog weet.

En dan, Zij allen, die kleine mensen, moe en mat. Zij stoten tegen deze muren. ..)

De nacht is zwaar en drukkend, de muren hoog. een zwart water, dood, traag en blinkend. In een sombren hoek drie mannen, wachtend en onbeweeglik. Straks, als ge nog even wacht zult ge het flikk'ren zien van een mes.'

Hier geeft Boon een goede indruk van zijn houtskooltekeningen uit die tijd. Ook loopt hij al vooruit op de linosneden die we kennen uit '3 mensen tussen muren', een boekje dat hij in 1941 in een exemplaar vervaardigde en dat pas in 1969 werd uitgegeven. Het is precies het moment waarop de schilder tot schrijver ontspoort. De linosneden illustreren een handgeschreven verhaal over drie mannen die ontslagen zijn uit de gevangenis en door de grauwe stad dwalen, die hen niet minder beklemt. Op het laatst flikkert er een mes, wordt er een meisje vermoord uit afgunst en nijd, en worden de mannen gelyncht door het volk. Het is geen meesterwerk, '3 mensen tussen muren', maar het vat wel Boons defaitistische visie op het menselijk bestaan samen, en het markeert zijn overgang naar het schrijverschap.

In de eerste roman die hij dan schrijft, 'De voorstad groeit', komen zowel schilders als schrijvers voor. Er staan zelfs beschrijvingen in van zijn beeldend werk, onder andere van de dikwijls gereproduceerde houtskooltekening 'Een moedeloze dag'(1941). Het beeld is geannexeerd door de literatuur en daarmee is de ontsporing van de schilder Boon een feit:

“Bernard zit voor den schildersezel waar een wit doek opstaat. Zijn zware kop hangt naar den grond en zijn handen liggen moe op zijn knieen. (...) En iets belet hem te beginnen met schilderen. Hij ziet altijd rond naar de muren die de wereld afsluiten en die van het voorplaatsken een gevang maken. Hij ziet naar de boskooltekeningen en de stillevens. En kan ik nu toch anders niets, vraagt hij. Zal het nu altijd hetzelfde zijn, een pogen om de veel te fijne dingen van mijn verstand en mijn hart vast te leggen met tubekens verf, en toch altijd iets anders, dan wat ik zeggen wil, schilderen!”

De schilder twijfelt, de schrijver neemt zijn taak over. In de jaren veertig en vijftig werkt de schrijver onvoorstelbaar hard aan een oeuvre dat lange tijd aan verguizing en onbegrip moest blootstaan, vooraleer het (toch pas in de jaren zestig) algemene erkenning kreeg. Sporadisch tekende en schilderde Boon nog wel wat, maar de meeste energie stak hij in zijn journalistieke en literaire werk. Rond 1960 komt er een opleving van zijn beeldende activiteiten en die zal blijven aanhouden tot zijn dood in 1979.

Zijn thema's veranderen niet wezenlijk, wel past hij de uitwerking aan nieuwe artistieke ontwikkelingen aan, al moet men nu ook weer niet denken dat hij zich werkelijk aansloot bij bepaalde richtingen in de beeldende kunst. Zijn hele leven is de schilder Boon een eclecticus geweest; hij nam over wat hem zinde en deed er het zijne mee. Hij voelde aanvankelijk voor het expressionisme en in de loop van de tijd liet hij zich ook beivloeden door surrealisme, dadaisme, nieuwrealisme en pop-art. Hij maakte collages, stelde objecten samen, bouwde 'ruimteschilderijen', tekende, schilderde, sneed lino's - hij was in materiaalkeuze en uitvoering wendbaar en aanstekelijk genoeg.

Wat hij wilde zeggen met zijn beeldend werk, want bij hem ging de boodschap voor de vorm, bleef onveranderlijk te maken hebben met de tegenstelling tussen het leven en de technologische beschaving. Hij bleef een ondergangsfilosoof, die zijn personages in uitzichtloze, in verval geraakte omgevingen plaatste, maar die in een ander opzicht het levensprincipe zelf op een provocerende manier bleef vieren. In zijn latere beeldende werk, maar ook in zijn boeken, speelt het jonge meisje een belangrijke rol en ook de naakte, soms zwangere vrouw. Scheutig was hij met opzichtige levenssymbolen als het ei. In het algemeen is er bij Boon geen sprake van subtiele symboliek. Hij plaatst een naakte vrouw naast een fietswiel: zij drijft het leven voort. Hij zet een man en een vrouw bij een vleesmolen en noemt dit: 'Het huwelijk'. Agressief erotisch zijn z'n vele jonge naakte meisjes, met zwarte kousen aan, soms parend met boomwortels, plassend, spelend met zichzelf. De 'viezentist' Boon, zoals hij werd genoemd, is niet alleen in de literatuur, ook in de beeldende kunst opvallend aanwezig.

Minstens 1500 werken, schat Herwig Leus, heeft Boon gemaakt. Niets is terecht gekomen in openbare collecties: de officiele kunstkritiek nam zijn werk niet serieus. Her en der verspreid, in catalogi, tijdschriften, monografieen, zijn reproducties opgenomen, een fractie van dit oeuvre. Het bevind zich in particuliere verzamelingen, bij vrienden zoals Leus, Weverbergh, Wauters, en grotendeels bij de Erven Boon.

Die laatsten hebben nu 37 werken verkocht aan de gemeente Aalst, die ze heeft opgehangen in een Boonmuseum, het Oud-Hospitaal, het gebouw van de Academie voor Schone Kunsten waar Boon in 1928 en 1929 nog heeft schoolgegaan. Het is eerlijk gezegd een wat treurige hommage, schamel van kwaliteit en volstrekt niet representatief voor wat Boon op dit gebied kon presteren. Alles wat je nu eens graag in het echt zou willen zien, hangt daar niet, een enkel geval zoals de krijttekening 'De gelieven' (1978) uitgezonderd. Geen olieverfschilderij, geen 'ruimteschilderij', geen sculptuur. Waarom is niet aan de Erven en aan enkele verzamelaars gevraagd om een aantal werken van belang in bruikleen te geven? Het is geen wonder dat de beeldend kunstenaar Boon miskend blijft: hij is zo ook niet te kennen. Tenzij uit het boek dat bij de opening van dit Boonmuseum is verschenen en dat ten onrechte als een catalogus wordt gepresenteerd. Het is veel meer dan dat, het is de eerste monografie over het dubbelkunstenaarschap van Boon. Diens beeldende werk wordt niet beschouwd als iets dat naast zijn literaire werk tot stand kwam, maar tegelijkertijd. Volgens de schrijvers, Kris Humbeeck en Bart Vanegeren, voelde Boon zich niet schilder naast schrijver, maar tegelijk schilder en schrijver. Een tragische gespletenheid die hij gedurende zijn in beide kunsten werkzame leven niet heeft kunnen oplossen.

'Een schilder ontspoord' heet het boek en het staat boordevol vaak gekleurde afbeeldingen van imponerend werk dat in prive-bezit is en dus niet is te bezichtigen in het Boonmuseum. Ook wat daar wel te zien is, staat er natuurlijk in, maar dat valt kwantitatief en kwalitatief in het niet bij alles wat zich bij de mensen thuis bevindt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden