Review

LOUIS COUPERUSEen zuiderling, die gekwijnd heeft in noorderlucht en kilte

De Volledige Werken, uitg. Veen: 'De verzoeking van de H. Antonius', 95 blz. f 27,50; 'De komedianten', 352 blz. - f 44,50.

T. VAN DEEL

Wie de nieuwe Couperus-editie vergelijkt met de eerdere, die onder leiding van Garmt Stuiveling tot stand kwam, ziet grote verschillen. De nieuwe is werkelijk volledig, terwijl de oude soms alleen een keuze bevat. Hoe jammer dat is, kan nu worden geconstateerd aan de hand van de bundels feuilletons en verhalen 'Van en over alles en iedereen' en 'Van en over mijzelf en anderen'. Dit werk behoort tot het aardigste dat Couperus heeft geschreven. We kijken en denken met hem mee, op reis, bij de bezichtiging van stad en land, we volgen hem in zijn conversatie met vrienden en kennissen, onder wie de mysterieuze Orlando. De bundels , bij elkaar zo'n vijftienhonderd bladzijden, zijn nu eindelijk integraal herdrukt.

'Van en over mijzelf en anderen' begint met een eigenaardige suggestie: "Indien men een land wil leeren kennen, is het goed er te reizen en te verblijven, als de vreemdelingen en toeristen weg zijn. Zoo zijn mij de zomers in Italie intiemere perioden geworden, gedurende welke land en volk dichter tot mijn hart zijn gekomen. Iets alsof het feest van den winter is afgeloopen, of het schouwspel van het seizoen gedaan is, een gordijn is gevallen en wij achter de coulissen mogen komen en men ons zegt: kijk, dat alles was voor de vreemdelingen, omdat zij goed betalen; zij moeten dus iets compleets en gearrangeerds hebben: zon, blauwe lucht, volle hotels, menigte in alle muzea, galerijen en ruine's... maar nu zijn zij weg, nu herademen wij, nu is het land weer zichzelve en voor zichzelve; kijk, nu betaal je niet meer de zon en de blauwe lucht, je kan er van genieten voor niets, net als wij, en in de ruines en de muzea geniet je nu rustiger; er is geen gedrang meer."

Couperus beschrijft zichzelf dan vervolgens als in wezen een 'zuiderling'. Hij voelt zich, eenmaal in Italie, een Italiaan "die heel lang uit zijn land is weg geweest, maar dadelijk bij terugkomst geweten heeft wie en wat hij is: een zuiderling, die gekwijnd heeft in noorderlucht en kilte" . Heerlijk zijn de zuidelijke verhalen, ook die welke aan de Blauwe Kust spelen. Daar wil het echtpaar Couperus zelf wijn maken, maar de Italiaanse meid zegt dat zij het wel zal doen. Couperus en zijn vrouw mogen er niet bij zijn, wat hun nieuwsgierigheid alleen maar vergroot. Als ze stiekum een kijkje nemen in de kelder zien ze daar de kinderen van de meid de druiven vertrappen: "Zij zijn zwartkrullige jongens van zestien, veertien en twaalf, met guitige Italiaansche gezichten. Zij hebben wel een broekje aan, maar dansen verder met bloote beenen en trappen de druiven onder hun bloote voeten rythmiesch, rythmiesch, tot moes. Het is zoo mooi, dat ik verrukt ben en uitroep: - O God, wat is dat aardig!"

De nieuwe editie respecteert Couperus' eigenzinnige spelling, waar de eerdere alles herspeld heeft: 'Eene Illuzie' werd dus 'Een illusie' en dan is er kraak noch smaak meer aan. De sensualiteit, het muzikale en schilderende, de dwepende en geaffecteerde kant van Couperus heeft alles met het woordbeeld en de klank te maken. Men zou hem eigenlijk altijd, tamelijk langzaam, hardop moeten lezen.

Waren in het vroegere verzameld werk ettelijke boeken in een dundrukdeel opgenomen en bestond er geen algemene inhoudsopgave, de nieuwe editie geeft elk oorspronkelijk boek in een aparte band. Misschien is dat het wel het geheim van het succes van de uitgave, dat het zowel de Volledige Werken zijn, maar stuk voor stuk identificeerbaar als boek, van de dunne 'Orchideeen' tot de volumineuze 'De boeken der kleine zielen' (twee delen). Verzamelde werken zijn vaak doofpotten; deze Volledige Werken fungeren allerminst zo, en geven Couperus zoals hij zichzelf presenteerde.

De uitgave is nog in ander opzicht voorbeeldig. Ze wordt verzorgd door de Afdeling Neerlandica van het Constantijn Huygens Instituut der Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen - een hele mond vol - en wil in alle opzichten verantwoord zijn. Achterin elke uitgave wordt uitvoerig stilgestaan bij de tekstgeschiedenis van het werk in kwestie, bij de bemoeienis die Couperus had bij de correctie van de proeven, bij varianten en dergelijke. Dat wetenschappelijke staartje, soms van tientallen bladzijden, schrikt gelukkig niemand af, kennelijk, en zo is het goed. Wie er helemaal geen interesse in heeft, slaat het toch gewoon over.

De meest recent verschenen delen zijn het befaamde 'De komedianten' (1917), een roman over het Romeinse toneelleven in het laatste regeringsjaar van keizer Domitianus, en 'De verzoeking van den H. Antonius' (1896), een vertaling van het grootste deel van Flauberts 'La tentation de saint Antoine'.

Bastet, in zijn prachtige 'De wereld van Louis Couperus' - een boek dat met behulp van tekst en veel beeld een onmisbaar naslagwerk voor Couperus' leven en oeuvre is -, drukt een spotprent van Marius Bauer af, waarop we Couperus zien afgebeeld als de heilige Antonius, omringd door zijn uitgever Veen en enkele jaloerse uitgevers. In koor roepen ze uit: 'Vertaal ons Salambo, vertaal ons St. Julien, Bovary...' Hij heeft het niet gedaan, al is Flaubert zijn leven lang een idool gebleven en zou 'De komedianten' niet denkbaar zijn zonder de invloed op Couperus' historische romanschrijfkunst van 'Salambo'. Couperus was geen vertaler, hoe interessant (en vroeg!) zijn Flaubert-vertaling ook is: hij was zelf tezeer schrijver in hart en nieren om zijn tijd aan vertalen te besteden. Vandaar dat 'De verzoeking van de H. Antonius' in de Volledige Werken het enige deel is met vertaald werk.

Couperus' Volledige Werken zijn nu over de helft: een indrukwekkende prestatie, waar ik in de luwte van deze zomertijd, graag nog eens op wou wijzen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden