Louis Andriessen

Portret

Louis Andriessen: Godfather van componerend Nederland

Louis Andriessen Beeld Marco Borggreve

De invloedrijke en tegendraadse componist Louis Andriessen wordt in juni 80 jaar. In het Muziekgebouw aan ’t IJ wordt zijn verjaardag gevierd tijdens het aan hem gewijde Andriessen Festival.

Louis Andriessen is de capo di tutti capi onder de Nederlandse componisten: de baas van alle bazen. Weliswaar niet in de zin dat hij zijn collega’s naar het leven staat als hem dat zo uitkomt. Maar voor het overige is er alle reden om Louis Andriessen de ‘godfather’ van componerend Nederland te noemen. Hij heeft er de statuur voor: in binnen- en buitenland wordt hij gezien als de belangrijkste levende componist van de Lage Landen. En hij heeft school gemaakt: Andriessens invloed op de hedendaagse klassieke muziek is enorm.

Lang was hij een van de angry young men onder de Nederlandse toondichters, de Notenkrakersactie van eind jaren zestig getuigde daarvan. Een groep componisten, onder wie Andriessen, verstoorde een uitvoering van het Concertgebouworkest. In de programmering zou niet voldoende plaats zijn voor nieuwe noten. Andriessen keerde het klassieke symfonieorkest de rug toe en werkte vanaf die tijd met ensembles, al dan niet door hemzelf opgericht.

Wilde haren

Pianist Ralph van Raat (1978) werkte met Andriessen aan diens piano-oeuvre, dat loopt van begin jaren vijftig tot nu. Andriessen schreef vorig jaar ‘Searching for Unison’ voor Van Raat. “Toen ik Louis’ pianowerk instudeerde om het op te nemen, ging ik naar hem toe en zaten we samen achter de vleugel om over de muziek te praten”, zegt Van Raat. “Ik had ‘Trepidus’ onder handen, een stuk uit de jaren tachtig, een hardrockband voor tien vingers, heel heftig - en zo speelde ik het ook. Hij riep uit: ‘Waarom alles zo strak interpreteren? Dat was toen. Dit mag nu veel romantischer klinken, à la Rachmaninov.’”

“Louis’ wilde haren uit de jaren zestig, zeventig en tachtig zijn goeddeels verdwenen”, vervolgt Van Raat. “Hij is een stuk milder geworden en is een paar jaar geleden ook weer voor het symfonieorkest gaan schrijven. Louis is een gevoelsmens. Als ik wegging na een studiesessie was het altijd: ‘Mooi spelen hè, Ralph.’”

Het is een bruggenbouwer, aldus de pianist. “Vanaf het begin heeft Louis minimal music, rock en pop gecombineerd in zijn muzikale taal en naar de klassieke concertzaal gebracht, werelden die extreem ver uit elkaar liggen. In zijn muziek hoor je de menselijke maat, hoe modern die ook kan zijn.”

“Louis schrijft muziek die recht vanuit het hart komt”, bevestigt componist Martijn Padding (1956), leerling van Andriessen in de jaren tachtig. “De extase in zijn opera ‘Writing to Vermeer’ is grandioos, op het eind bloeit alles open. Maar hij schrijft ook wij-muziek, geen ik-muziek. Hoe radicaal ook, het gaat hem niet om ‘kijk mij eens’. Hij gaat gedistantieerd om met gevoel en staat niet te schreeuwen.”

Dynamisch

Vader componist, oom componist, broer componist, twee zussen die professioneel fluit en piano spelen: Louis Andriessen komt uit een muzikaal nest. Met ‘De Staat’ brak hij in 1976 door. Zijn oeuvre is dynamisch en wordt gekenmerkt door een grote stilistische diversiteit. De theaterstukken vormen een wezenlijk bestanddeel. Krachtige ritmes, een heldere kern en een kantige structuur, kenmerkend voor de door hem opgerichte Haagse School, voeren de boventoon.

Van Raat: “Louis is bepaald geen hokjesdenker. Daardoor is hij niet alleen als componist belangrijk, maar ook als pedagoog. Hij heeft componisten van hoog niveau afgeleverd.”

Louis Andriessen in 2014 tijdens het verjaardagsconcert van het Koninklijk Concertgebouw. Beeld anp

Andriessen trok een grote schare leerlingen aan. Padding vergelijkt hem met de zestiende-eeuwse Jan Pieterszoon Sweelinck, voor wiens lessen men eveneens van heinde en verre naar ons land toog. Padding: “Hij is geen leermeester, maar iemand van de vorming, de bildung – hij omarmt je volledig. Louis legt dieptebommen. Soms, als ik aan het componeren ben, hoor ik opeens zijn stem en valt het kwartje.”

Andriessen componeert onverstoorbaar door, onlangs nog is er in Los Angeles een stuk van zijn hand in première gegaan. Een requiem is in de maak. Hoe gaat hij te werk? Padding: “Heel gestructureerd, een paar uur per dag, hij verkwist geen tijd. Niet schetsen, materiaal weggooien en na een halfjaar opnieuw beginnen, maar door. Als hij twijfelt denkt hij: in het volgende stuk doe ik het anders, nu ga ik verder.”

Intrinsieke echtheid

Van Raat: “Als je Louis’ ontwikkeling tot nu toe bekijkt, zie je dat de cirkel bijna rond is en ook perfect. Dat komt omdat hij oprecht is in de dingen waar hij in gelooft. Hij zoekt de actualiteit op, maar filtert weg wat hij niet boeiend vindt, loopt geen modegrillen achterna. Dat heeft een consistent oeuvre opgeleverd voor heel uiteenlopende bezettingen. Alles is uitgekristalliseerd, het verleden en het heden, de geschiedenis, de eigen inzichten en technieken. De muziek van Louis heeft een intrinsieke echtheid, daarom spreekt ze zoveel luisteraars aan.”

Elmer Schönberger (1950), schrijver en componist, kent Andriessen nu zo’n veertig jaar. Samen schreven ze een boek over hun held Stravinsky. In zijn beleving ademt de muziek van Louis Andriessen vrijheid. “En ze nodigt uit tot handelen, niet tot zwijgen en uit het raam kijken, nee, je raakt erdoor geïnspireerd. Daarin komt Louis overeen met de muziek van Stravinsky: niet bij de pakken neer gaan zitten of het leed van de wereld beschouwen, maar iets doen.”

“Het geluid van Louis? Dat is een objectief geluid: snaren die liever geslagen dan gestreken worden, lange lijnen, gezongen of op blaasinstrumenten gespeeld, met een lichte elektronische toets door middel van elektrische gitaar of basgitaar. In het hart twee piano’s, die in veel stukken terugkomen.”

Geharnast

Andriessen denkt volgens Schönberger in grote lijnen en probeert dingen terug te brengen tot de essentie. Die houding past hij ook in het dagelijks leven toe. Zijn muziek draait er niet omheen, en dat doet hij zelf ook niet. “Ik wil hem geen existentiële twijfel ontzeggen, maar in zijn gedrag is Louis de man van de boude beweringen. Hij is makkelijk en casual in het alledaagse, maar professioneel steekt hij graag een belerend vingertje op. Zijn opvattingen kunnen iets geharnasts hebben, zijn muziek nooit.”

De vrienden van Andriessen vormen zijn publiek. Hij schrijft in de eerste plaats voor hen, zegt Schönberger. “Als zij het niets vinden is dat erger dan wanneer de luisteraars in de zaal een werk niet aanstaat. Hij heeft voor mij veel nieuwe stukken voorgespeeld op de piano. Vaak stond je alleen paf, soms gaven de noten aanleiding tot vragen en discussie.”

Padding: “Er is geen plaats voor bijzaken in Louis’ muziek, hij is volstrekt allergisch voor aanstellerij. Hij legt geen nadruk op solistische capriolen, het gaat om de constructie als geheel, daarin schuilt de ontroering. De ontwikkeling in zijn stukken zit tegen het saaie aan, je moet lang wachten en dan pas wordt het opwindend. Dat is een calvinistisch denken, dat hij heel mooi combineert met het feit dat hij een katholieke jongen is, want daarin gaat het juist over extase. Voor de luisteraar moet het resultaat extatisch zijn. Geïmplodeerde extase welteverstaan, de muziek wil bijna ontploffen binnen de strakke vormen waarin hij schrijft. Zo is de man ook. Als je Louis ziet lopen, zie je een statig iemand, weinig opwinding aan de buitenkant.”

Whisky onder de toonbank

“Hij is een genereus mens”, vervolgt hij. “Toen ik dertig jaar geleden les van hem had gingen we een paar keer per week met een groep studenten naar de kroeg op het Rembrandtplein. Louis kende alle shoarmatenten en wist waar de whisky onder de toonbank stond. Het ging over alles en altijd over muziek.”

Schönberger: “Etentjes bij Louis duurden nooit lang, heel prettig. Want er moesten spelletjes worden gespeeld. Het is erg leuk om met hem te kaarten. Eenentwintigen, eindeloos gespeeld. We hebben veel gewandeld ook, veel over meisjes en vrouwen gepraat, vroeger. Het gemak waarmee hij met een groot gezelschap omgaat is kenmerkend, hij is een keetschopper.”

Andriessen Festival: 23 t/m 26 mei, Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam. Asko|Schönberg voert het concert van 23 mei, ‘Drie decennia Andriessen’, ook uit in Utrecht (25 mei) en Nijmegen (29 mei). Info: www.muziekgebouw.nl en www.askoschoenberg.nl

Lees ook:

Andriessiaanse ‘eigenaardigheden’ in symfonische fragmentatiebom

Na de zinderende uitvoering van zijn nieuwe werk ‘Agamemnon’ viel alleen maar te concluderen dat het ontzettend jammer is dat Louis Andriessen gedurende zijn carrière zo’n weerzin tegen het symfonieorkest ontwikkelde. Want schrijven voor dit ‘ouderwetse’ apparaat kan hij geweldig.

‘Ik ben nog steeds erg kwaad’

Componist Louis Andriessen droeg ooit het symfonie-orkest ten grave. Nu heeft hij toch een werk geschreven voor het Concertgebouworkest, ‘Mysteriën’. ‘Ik heb mijn politieke bezwaren opzijgeschoven.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden